CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Dit verhaal begint hier!

“Het volgende flesje dan maar?”
Opa kijkt Boris met vragende ogen aan en pakt vervolgens een blauw drankje. Het gedraai en warme gevoel komt weer op en ineens ligt hij op de grond. Hij kan zichzelf niet goed zien en kijkt zijn opa daarom vragend aan.
“Haha ja, een dolfijn,” lacht opa. Hij schrijft in een bijna onleesbaar handschrift iets met een ‘ij’ op het etiket, plakt het op het flesje en zet het flesje weer op zijn plek.

Zo gaan ze door. Boris verandert in bijna alles: meeuw, dolfijn, giraf – dat is niet heel handig, alles zo van bovenaf bekijken – mier, slak, worm, bij, spin, schildpad, slang, roodborstje, schaap, geit, drie soorten vissen en nog een aantal andere dieren.
Na de slang denkt Boris dat een olifant echt gaaf zou zijn en dat vertelt hij ook aan zijn opa. “Dan ben ik zo groot dat ik door het dak heel groei”.
“Nou”, zegt opa, “dat weet ik niet hoor! Als jij namelijk in dieren verandert, dan verander je in een dier gewoon van jouw leeftijd. En meestal zijn die dieren dus nog niet zo groot.”

Uiteindelijk, op de derde dag, zijn ze slechts net over de helft van alle flesjes. Ze kunnen de hele kast nooit af krijgen vandaag. Daarom bedenkt Boris dat hij wel aan zijn ouders zou vragen of hij snel nog een keer bij opa kan logeren. En dat zou hij dan vragen waar opa bij is, waardoor opa dan kan knikken of zeggen dat hij dat een goed idee vindt.
Eerst had hij het er met opa over of hij het niet gewoon aan papa en mama kon vertellen. Dat mocht van opa – ze zouden hem toch nooit geloven. Ze zouden alleen maar denken dat ze leuke spelletjes hadden gedaan en dat Boris het heel erg naar zijn zin heeft gehad, waardoor ze hem waarschijnlijk snel nog een keer bij hem zouden laten logeren.
Boris mag het van zijn opa wel aan zijn ouders vertellen, maar niet aan zijn vriendjes en vriendinnetjes. Want die zijn slimmer en hebben een grotere fantasie. Zij zouden hem wél geloven en ze zouden er ook nog verder naar op zoek kunnen gaan, en dat wil opa niet! Dit is namelijk zijn idee, zijn plan, zijn flesjes dus hij wil het voor zichzelf houden. Alleen voor hem en Boris.

En dan gaat de bel en wordt Boris opgehaald. Opa denkt nog vaak aan Boris, en wanneer hij weer langs zou komen.

~~~

De telefoon gaat.
“Hey Pa, zou Boris dit weekend weer bij jou kunnen slapen? Bert en ik moeten werken. En Boris blijft het maar hebben over hoe leuk hij het wel niet vond. Dus zou dat kunnen?”
Opa glimlacht en zegt:”Natuurlijk, dat kan altijd”.

Vorig verhaalHoe ik het hertje redde
Volgend verhaalHoe ik de kabouters ontmoette

Reageer!