De scheur in de klok

17

Het was een drukke dag geweest voor Jered. Hij had ’s morgens en ’s middags met zijn vriendjes gespeeld. Toen hij die avond in zijn bed lag, wilde hij alleen nog maar slapen.
En anders niets!

Jammer genoeg kon hij maar niet in slaap komen. Hij hoorde om een uur of elf dat zijn papa en mama naar bed gingen en nog steeds sliep de arme jongen niet. Hij was die dag gewoon veel te druk in de weer geweest.

Toen hij de klok beneden twaalf uur had horen slaan, besloot hij even naar beneden te gaan. Hij liep zo stilletjes als hij kon de trap af. Natuurlijk wilde hij papa, mama en zijn zusje Mara niet wakker maken! Hij liep de huiskamer binnen en keek daar even rond. Tegen één muur stond de grote staande klok. Hij keek nog even hoe laat het was. Ja hoor, al kwart over twaalf! Dan moest hij toch maar weer naar zijn bed gaan. Zou het nu lukken om in slaap te vallen?

Toen Jered terug in zijn slaapkamer was, moest hij opeens weer aan de grote klok denken. Had hij zich dat nu verbeeld? Of zat er echt een scheur in de zijkant van de mooie klok? Jered móest weten of de klok echt gescheurd was en heel zachtjes liep hij weer naar beneden. In de kamer liep hij naar de klok toe en ja, hoor: aan de zijkant zat echt een flinke, brede scheur. Dat niemand dat nog ontdekt had! Dat moest hij morgenochtend meteen aan papa vertellen. Misschien kon de klok nog gemaakt worden!

Hij keek nog eens goed naar de scheur. Wat gebeurde er nu? Er kwam iets uit de scheur naar buiten! Stokstijf bleef Jered staan. Hij kon zijn ogen niet geloven! Langzaam maar zeker stapte er een heel klein kereltje met een rode punthoed op zijn hoofd naar buiten. “Ha, Jered!” zei de kabouter. “Heb ik je erg laten schrikken?”
Jered kon toch moeilijk zeggen dat hij het heel gewoon vond, dat er een kabouter uit de klok kroop. Dus zei hij maar: “Ach, beste kabouter, je hebt me maar een klein beetje laten schrikken.”
“Ik ben eigenlijk geen kabouter,” zei het mannetje. “Ik ben de Tijdgeest!”
Daar had Jered nog nooit van gehoord.
“Kom maar eens met me mee in een reis door de tijd,” zei de Tijdgeest.

Jered stapte wat dichter naar de klok toe en opeens voelde hij zich slaperig worden. Voor hij het wist, stond hij aan de rand van een geweldig grote zandvlakte. Daar waren een heleboel mensen bezig om met grote stenen een soort hoge berg te bouwen. De berg had vier zijvlakken en opeens wist Jered wat het was! Hij keek in Egypte naar de bouw van een piramide! Samen met de Tijdgeest liep hij naar de bouwers toe. Opeens kronkelde er een dikke slang recht op Jered af. Tot zijn grote verbazing kroop het dier dwars door hem heen! “Kan die ons niet zien?” vroeg hij.
“Nee,” antwoordde de Tijdgeest. “Niemand kan ons zien staan. Zeg, Jered, zullen we nog wat verder gaan?”

Nu stond de jongen opeens in een groot, groen oerwoud. Prachtig gekleurde vogels vlogen heen en weer. Maar er waren nog meer dieren! Opeens hoorde Jered een geluid alsof er een zware trein aan kwam daveren. Hij keek eens in het rond en ja hoor, daar zag hij een enorme dinosaurus! Hij was heel ver weg, in een heel oude tijd terechtgekomen. Hij keek de Tijdgeest aan. Al die grote beesten, dat werd hem toch wel iets te veel. “Als je het niet erg vindt, zou je me dan weer in ons eigen huis willen terugbrengen?” vroeg hij bedeesd.
“Natuurlijk!” zei het kleine mannetje en hop, daar was de kamer met de grote klok al! De Tijdgeest kroop door de scheur de klok weer in en Jered dook meteen terug in zijn bed. Een paar tellen later was hij al in slaap.

De volgende morgen liep hij meteen naar de klok toe. Zou de scheur er nog zijn? Maar hoe Jered ook zocht, nergens was meer een scheur te vinden. Zou hij soms alles gedroomd hebben?

Afbeelding: AKS.9955Longcase clockCC BY-SA 4.0

Reageer!