Tovenaar Gigamel was al vele jaren de beste tovenaar van het land. Weet je waar hij vooral beroemd om was? Hij kon mensen veranderen! Zo kon hij voor dames met veel te grote voeten, kleinere voetjes toveren of mannen met punthoofden een mooi rond hoofd geven.

De tovenaar was niet goedkoop en de meeste mensen die bij hem kwamen, waren dan ook hele rijke mensen. Voor een paar kleinere voetjes moest je toch al snel een flinke zak met goud voor de tovenaar meebrengen!

Gigamel had nog nooit een fout gemaakt en iedereen was altijd heel tevreden geweest over zijn werk. Vandaag had de tovenaar wel een heel bijzondere klant. Het was prinses Mara, de jongste dochter van de koning. Zo’n belangrijke klant had hij nog nooit gehad. Als alles nu maar goed ging!

Hij moest ervoor zorgen dat de prinses een mooiere neus kreeg. Het arme kind had namelijk zo’n puntige neus, dat ze soms bang was om mensen pijn te doen wanneer zij ze een kusje gaf. De tovenaar zou haar een mooi klein neusje geven. Hij had alles wat hij nodig had voor zijn toverdrank de vorige dag al klaargezet.

Zodra Mara zijn huis binnenkwam, ging Gigamel aan het werk. Hij roerde de toverdrank nog eens goed door en gaf Mara alvast het eerste bekertje te drinken. Er gebeurde nog niets, maar dat had de tovenaar ook niet verwacht! Pas na het derde bekertje zou het gebeuren. Mara dronk even later ook haar tweede beker leeg. Toen gebeurde er iets dat Gigamel niet had verwacht. Mara liet een zacht geknor horen. Dat was vreemd! De tovenaar gaf haar snel het derde bekertje.

Hij keek eens goed naar de prinses. Maar wat zag hij daar! De neus van Mara werd steeds groter en dikker. Haar neusgaten stonden helemaal vooraan in die dikke neus. Haar benen en haar armen werden kleiner en even later ging ze op handen en voeten lopen.
De tovenaar schrok zich een hoedje! De prinses veranderde langzaam maar zeker in een varkentje! Wat was er nu toch fout gegaan?

Afbeelding van Jazella via Pixabay

Hij ging zo snel mogelijk naar zijn toverwerkplaats. En daar zag hij het meteen. Op zijn takenbord stond: kerrie en gemalen kattenharen kopen. Nu wist hij het weer! De kerrie had moeten zorgen voor een goed ruikende neus en door de kattenharen zou de prinses een leuk poezenneusje krijgen!

Ach, dacht de tovenaar, iedereen maakt wel eens een foutje. Maar hoe kon hij ervoor zorgen dat het varken weer een prinses werd? Hij begon meteen in dikke boeken te snuffelen. Ha, daar stond iets over het omtoveren van een varken in een mens. Hij keek of hij alle ingrediënten voor het drankje in huis had. Ja, hoor, geen probleem. Vlug ging hij aan het werk.

Na een half uur stond er een toverdrankje op het vuur te pruttelen. Toen de drank klaar was, goot hij een flinke slok in de bek van het varken. Hij hield het varken goed in de gaten. Veranderde er al iets? Ja, het leek wel of de neus van het dier wat minder groot werd. Hij gaf het varken nog een slokje. Maar het spuugde de vies smakende drank meteen weer uit. Dan morgen nog maar eens proberen, dacht de tovenaar.

De volgende morgen werd hij al vroeg wakker, omdat er iemand op de deur stond te bonzen. Het was een deftige meneer uit het paleis. Hij wilde weten waarom prinses Mara de vorige avond niet thuis was gekomen. De tovenaar legde uit dat het kleiner maken van de neus van de prinses nu eenmaal niet in één dag lukte en de man vertrok weer.

Snel liep de tovenaar naar de kamer waar hij het varken voor de nacht had opgesloten. Hoera, de drank leek te werken! Het varken had een meisjesgezicht gekregen met een heel mooi neusje. Maar verder was het nog steeds een varken! Met korte pootjes en een krulstaart, die een beetje krap in het broekje van de prinses leek te zitten. Met een schaar maakte hij een gaatje in het broekje. De staart trok hij voorzichtig door het gaatje naar buiten. Het dier keek hem dankbaar aan.

Met veel moeite kreeg de tovenaar weer een paar slokken drank bij het varken naar binnen. Nu het dier het gezicht van een meisje had, ging het gelukkig wel iets gemakkelijker. Weer ging er een dag voorbij. Weer kreeg de tovenaar een boze man uit het paleis aan zijn deur en weer sliep de arme man die nacht slecht.

De volgende dag ging Gigamel al heel vroeg bij de prinses kijken. Ha, dat zag er een stuk beter uit! De korte voorpootjes waren weer armen met handen geworden en aan de achterpoten zaten weer voeten. Maar de achterpoten waren nog wel veel te kort. En het krulstaartje kwam nog steeds uit het broekje! Dus gaf hij nog maar een beetje toverdrank. De prinses dronk het spul met een vies gezicht op. Praten kon ze nog steeds niet!

Gelukkig ging alles nu vlug. Binnen een uur was de krulstaart verdwenen en de achterbenen van de prinses waren nu ook weer zoals vroeger. “Kan je nog steeds niet praten?” vroeg de tovenaar.

Toen deed de prinses haar mond voor de eerste keer weer open. Ze zei: “Gemene tovenaar! Ik heb nu al drie dagen geen hap eten van je gekregen en alleen maar af en toe een smerig drankje! En waarom heb je mijn mooiste broekje kapotgeknipt?”

De tovenaar vertelde haar eerlijk wat er was gebeurd en toen Mara alles had gehoord, was ze toch wel erg blij dat Gigamel haar weer had teruggetoverd. Toen ze even later in de spiegel zag hoe mooi haar neus was geworden, was ze dubbel zo blij.
“Ach tovenaar,” zei ze, “een foutje maakt iedereen wel eens!”

Reageer!