Copyright Bianca Scholten

Het is donker. Heel donker.
Ook de maan slaapt.

Plots schrikt Kip.
Wat is dat?
Er zit iets op haar hoofd.
Het is warm en een beetje harig.
Met veel poten die kriebelen.
Het wordt groter… groter… groter…… groot!
Eng!
“Help, help, help,” kakelt Kip, maar niemand hoort haar.

Kip?
Schaap?
Kat is blij dat Schaap bij hen woont. Zo zijn ze nooit alleen.
Kat hoort iets.
Ze weet niet wat.

Plots ziet ze een eng beest. Het lijkt wel een vlo.
Maar dan een hele grote.
De vlo kijkt boos. Erg boos.
Langzaam komt de vlo dichterbij en stapt op de trap van Kat.
De vlo is zo groot als een olifant!
“Ga weg, vlo!”
Bovenaan haar trap blaast Kat heel hard naar de vlo.
Kat
stapt
omlaag:
“Pssssssssssssssssssssssssst!”

Schaap wordt wakker.
“Wat is dat allemaal? Wat een kabaal!”
“Kip?” vraagt Schaap.
“Kat?” vraagt Schaap.
“Waarom maken jullie zo veel herrie?”

Kip doet één oog open. En daarna nog één.
Kat wordt nu ook wakker en kijkt naar Kip.
“Wat doe je op mijn stok, Kat?” vraagt Kip.
“O, Kip, ik had zo’n enge droom!”
“Ik ook, Kat!” zegt Kip.
“Ben ik naar jouw stok gegaan in mijn slaap?”
“Dat heet slaapwandelen, Kat!”

“Gelukkig,” zegt Schaap, “niets aan de hand.”
“Het was maar een droom!”

Vorig verhaalSia en de verdwenen sterretjes
Volgend verhaalDe kleine Moef

Reageer!