“Mama er staat een heks in de tuin!” gilde Maartje.
“Ach, doe toch niet zo raar,” zei mama en liep de trap op naar Maartjes kamer.
“Kijk daar, bij de schuur, daar staat ze echt!”
Maartje stond op haar speelgoedbankje zodat ze door het raam naar buiten kon kijken. Mama ging achter Maartje staan en keek ook naar buiten.
“Ik zie geen heks hoor Maartje,” lachte mama. “Kom je moet je bed in, het is al veel te laat.”
“Maar echt mama ik zweer dat ik haar zag, ze stond daar met een hoge puntmuts en een bezemsteel.”
“Ja, daar is ze dan ook vast mee weg gevlogen,” lachte haar moeder. “Oma heeft je echt veel te veel sprookjes voorgelezen.”
Maartje ging boos haar bed in en mompelde zachtjes “Ik weet toch zelf wel wat ik zie.”

De volgende ochtend werd Maartje wakker en ging naar de keuken. Papa zat al aan tafel, want die moest zo naar zijn werk. Mama maakte een boterham voor Maartje en een glaasje melk.
“En lekker geslapen kleine meid?” vroeg papa.
Nog voor Maartje iets kon zeggen, kwam haar grote broer Tom binnen en zei gemeen: “Dat denk ik niet he Maartje, met die heks in de tuin.”
Tom en Papa moesten lachen.

Maartje keek heel boos naar haar moeder, die hoeft toch niet altijd alles door te vertellen?
Mama keek papa en Tom streng aan. “Zo is het wel genoeg hoor!”
Papa en Tom grinnikten nog wat na.
Maartje werd boos: “Ik weet zeker dat er naast de schuur een heks stond, stommerds!”
En ze gooide van boosheid per ongeluk haar glas melk om en begon van schrik te huilen.
“Kom kom, we plagen je maar een beetje hoor.” Papa gaf Maartje een kus en Tom zei zachtjes sorry.

“Wat een gedoe op de vroege ochtend zeg,” pufte mama. “Kom, het is tijd om naar school te gaan Maartje, pak je tas dan breng ik je weg.”
Met nog wat tranen in haar ogen ging Maartje naar de gang om haar rode jas te pakken en haar rugzak met gym kleren.
“Het is een beetje fris buiten, zet ook maar je muts op Maartje.”
Mama liep voorop de achtertuin in om bij de schuur haar fiets te pakken. Ze zette de fiets een beetje scheef zodat Maartje erop kon klimmen. Ze fietsten samen de steeg uit richting de grote weg naar school.
“Stop!” schreeuwde Maartje veel te hard in mama’s oor. “Ik ben wat vergeten! Ik ren wel even terug.”
Nog voor haar moeder iets kon zeggen, rende Maartje de steeg in terug naar de tuin… en de schuur.

“Ik weet zeker dat ze daar stond,” zei Maartje en ze liep naar de achterkant van de schuur waar de heg veel hoger was dan in de rest van de tuin. Ze keek naar de plek waar de heks had gestaan toen ze uit het raam keek. “Tja, misschien heb ik het wel mis,” dacht ze. Maar net voordat ze zich om wilde draaien, zag ze wat liggen in het gras. Het waren lange dunne takken…
“Dit zijn heksenbezem takken,” fluisterde Maartje. “Zie je wel ze stond daar echt, ik wist het wel!”
Maartje was zo blij dat ze een klein rondje huppelde.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

“Maartje kom je nog?” riep haar mama.
Snel verstopte Maartje de heksenbezemtakken onder de heg. “Die pak ik vanmiddag wel,” dacht ze. En ze rende snel de steeg door, naar haar moeder.
“Wat was je nu vergeten?”
“Ehhhh… Wel, heksenbezemtakken,” lachte Maartje.
“Gekke meid, je komt nog te laat op school.”

Lees verder in Een heks aan het venster!

Vorig verhaalMovi ontmoet Floer
Volgend verhaalEen heks aan het venster

Reageer!