Delen I, II en III al gelezen?

Jules deed zijn oogjes voorzichtig open en keek naar de klok. 8 uur! Hij sprong uit bed, liep door de gang, stopte voor een van de andere deuren en bleef aan één stuk door kloppen op de deur. Na enige tijd deed Sophie met kleine oogjes de deur open: “Ik hoop maar dat je een goede reden hebt om me zo vroeg uit mijn bed te halen,” zei Sophie.
“Maak je maar snel klaar, we gaan naar de man in het park!” riep Jules.
En voor Sophie iets kon antwoorden draaide Jules zich om en rende hij bliksemsnel terug naar zijn eigen kamer. Toen hij daar kwam was Maxime ook al wakker geworden en hij was zich aan het omkleden.
“Doe ook je kleren aan Jules, dan kunnen we ontbijten en vertrekken,” zei Maxime. “Oma heeft een picknick voor ons gemaakt om mee te doen! We kunnen een hele dag schatzoeken!”
Jules knikte enthousiast en trok met een glimlach zijn verse kleren aan.

~~~

Daar stonden ze dan, met zijn drietjes in het park naar alle lege bankjes te staren.
“Waar is die oude man?” vroeg Jules.
“Geen idee,” zei Maxime, “misschien kan hij vandaag niet komen.”
Bedroefd staarde Jules wat in het rond, tot hij plots de man in de verte zag aankomen.
“Kijk, daar is hij!” riep hij uitgelaten.

De man herkende de twee jongens en liep met een lach op zijn gezicht naar hen toe. Maxime en Jules vertelde hem alles over het hutje en de sleutel en hun zus, en uiteindelijk over het kapotte kompas dat ze in de schatkist van het standbeeld hadden gevonden. Ondertussen bestudeerde de oude man het kompas.
“Ik denk niet dat dit kompas echt kapot is. Dit kompas is met opzet tegengewerkt. Zien jullie dit schijfje hier? Dat is een klein magneetje dat ze eraan hebben geplakt. Dit trekt de naald aan waardoor die niet meer naar het noorden wijst,” zei de man.
Sophie luisterde vol bewondering naar de oude man, terwijl hij zijn eigen kompas bovenhaalde en de twee naast mekaar legde.
“Zie je, mijn kompas wijst naar het noorden, maar dat van jullie niet. Maar als je hem op basis van de mijne juist legt, dan blijkt dat die van jullie naar het… oosten wijst. En wat ligt er in het oosten? De Piratenberg!” vertelde de man.
Alledrie volgden ze met hun ogen de pijl en daar zagen ze inderdaad een berg.
“Laten we er naartoe gaan!” zei Jules, en zijn broer en zus volgden hem.
Maxime hield even halt en keek om naar de oude man die blijven staan was. “Gaat u niet met ons mee?” vroeg Maxime verbaasd.
“Nee jongen, ik ben al heel oud en zo’n wandeling omhoog kan ik niet meer aan. Maar kom mij morgen maar vertellen of je de schat daar gevonden hebt!” lachte de man.
“Dat zullen we zeker doen!” riep Jules terwijl hij al verder liep.

~~~

Aan de voet van de Piratenberg stond een kaart. Daarop waren wandelingen aangeduid. Je kon de ontdekkerstoer doen, of de klimmerstocht, of de piratenwandeling. Jules, Maxime en Sophie keken met een brede glimlach naar elkaar.
“De piratenwandeling!” riepen ze tegelijk.

~~~

“Ik heb honger!” riep Jules verdrietig.
Ze waren al de hele voormiddag aan het wandelen, maar hadden nog niks gevonden. Maxime en Sophie zuchtten.
“Je hebt gelijk Jules, we kunnen maar beter eerst iets eten. Een stukje terug stond er een picknickbank, we zullen daar gaan zitten?” stelde Sophie voor.
Jules en Maxime knikten.

Oma had een heerlijke picknick voorzien. Er waren broodjes met kaas, broodjes met vlees en zélfs een thermos met warme soep. Pompoensoep.
Toen ze hun broodjes op hadden, vroeg Jules plots: “Hoe weten we eigenlijk wat we moeten zoeken? Dit is een grote berg…”
Ze keken even naar elkaar. Jules had daar een goed punt.
“Mag ik het kompas nog even zien?” vroeg Maxime.
Sophie gaf het hem. Samen bekeken ze het aan alle kanten. Maar er was niks te zien dat ze nog niet gezien hadden. Een paar krassen, maar geen duidelijke aanwijzingen.
“Ik kan het niet zien!” riep Jules van de andere kant van de tafel. “Ik wil ook kijken!”
Hij pakte de pols van Maxime en trok die naar hem.
“Hé kijk uit!” riep Maxime, die het kompas niet goed vast had. Maar het was al te laat… Het viel op de tafel, in een spleet tussen de planken, en dan op de grond. Op de harde, stenen grond.
“Oh nee!” zei Sophie, “het is kapot…”

Inderdaad, de achterkant van het kompas was losgekomen. Jules raapte voorzichtig de stukken op.
“Hier staat iets op…” zei hij.
Op de binnenkant van het losgekomen stuk, stond een tekening. Ze keken er alledrie aandachtig naar. Maar wat stelde het voor? Het leek een beetje op een papegaai, maar dan heel ruw getekend.
“Ik denk…” begon Maxime. Hij kneep zijn ogen dicht. Maxime was duidelijk heel diep aan het nadenken. “Zijn we niet zo’n rots tegengekomen, ergens in het eerste stuk van de wandeling?”
“Ja!” riep Sophie. “Jules zei nog dat het net een rots met een kromme bek was!”

Snel pakten ze hun picknickresten weer in en gingen op pad. De omgekeerde wandeling, terug naar het begin. Maar ze waren in een goed humeur. Ze hadden weer een bestemming.

Na een tijdje wandelen kwamen ze bij de rots. Voorzichtig stapten ze er rond. Ze waren duidelijk niet de eerste die daar waren geweest. Er stonden overal namen en tekens in de rots gekrast. Hoe moesten ze hier nu een aanwijzing tussen vinden?
Ze liepen wel 3 keer rond de rots, zonder iets te vinden. De moed zakte hen weer in de schoenen.
“Wat stom,” zuchtte Maxime.

Sophie had de achterkant van het kompas weer vast. Ze vergeleek de tekening met de rots en fronste.
“Jongens, hier klopt iets niet…”
Jules en Maxime kwamen bij haar staan.
“Kijk,” toonde ze, “op de tekening staat er een ei achter de papegaai. Maar hier is geen ei.”
Ze keken naar de papegaaienrots. Nee, er lag geen rots-ei achter. Ze begonnen allemaal te zoeken. En al gauw…
“Daar beneden!” riep Maxime.
Hij liep snel naar beneden en nam heel voorzichtig een ei-achtig rotsblokje op.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

“En, wat staat er op?” riep Jules van boven.
“Weer wat gekrabbel dat ik niet kan lezen, misschien is het weer Frans,” antwoordde Maxime. Hij ging terug naar boven en gaf het ei aan Sophie.
“Inderdaad, dat is Frans!” zei Sophie.
“En wat zegt de piraat?” vroeg Jules meteen.
“Hij schrijft dat een echte piraat altijd dapper is en zijn tocht afmaakt. Op het einde van de tocht heeft hij pas de buit verdiend,” antwoordde Sophie.
“Wat bedoelt hij daar nu mee?” vroeg Jules verward.
“Ik denk dat hij bedoelt dat we de piratentocht moeten afmaken en dat op het einde de schat op ons zal wachten!” zei Maxime.
“Jeeej, de schat!” riep Jules uit.
“Jongens, daar hebben we echt geen tijd meer voor. Als we nu terug helemaal naar de top moeten, dan kunnen we nooit op tijd thuis zijn voor het avondeten en dan zijn oma en opa ongerust. We kunnen beter morgen terugkomen,” legde Sophie uit.
Jules keek bedroefd neer. “Echt niet?” vroeg hij.
“Nee,” zei Sophie, “en anders moeten we in het donker lopen en dat wil je ook niet he.”
Jules schudde zijn hoofd en keerde dan maar samen met Sophie en Maxime terug naar het huis van oma en opa. Morgen, dan zouden ze eindelijk de schat vinden!

Lees de finale in deel V!

Vorig verhaalEen onvergetelijke reis: Deel III
Volgend verhaalEen onvergetelijke reis: Deel V

Reageer!