CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Jan wordt bijna platgedrukt. Samen met zijn vader, moeder en zijn zusjes Anne en Lisa, zit hij op de bank bij de televisie. Anne en Lisa duwen hem helemaal in de hoek.
“Zal het dan eindelijk gaan sneeuwen?” zegt moeder. “Jullie hebben het gehoord, de weerman zei het.”
Anne en Lisa beginnen te juichen. Eindelijk sleeën en een sneeuwpop maken. Jan doet niet mee. Hij zit stil naar buiten te kijken.
“Jan?” vraagt vader. “Vind je het niet leuk?”
Jan doet zijn armen over elkaar en blijft naar buiten kijken. “Dat weet je toch,” zegt hij een beetje sip. “Ik hou niet van kou. Ik heb een hekel aan sneeuw.”
“Ik zal in ieder geval jullie dikke jassen en dassen gaan opzoeken.”
Moeder staat op en geeft Jan een aai over zijn hoofd.

Na het eten is Jan als eerste van tafel. Hij rent naar zijn kamer en leest op bed een brief van opa. Daarna gaat hij stilletjes naar beneden. Moeder trekt net de gordijnen dicht. Jan doet zijn dikke jas aan en verdwijnt stiekem naar de tuin. Het is donker.

“Vooruit, het is al laat, naar bed,” zegt moeder tegen Anne en Lisa.
“Ach, we willen nog niet naar bed. En Jan dan?” roepen de zusjes.
“Jan? Die ligt allang op bed. Hup, naar boven.”
Nadat de zusjes in bed zijn gestopt, gaat moeder ook nog even bij Jan langs. Het bed is leeg. Ze rent naar beneden en vertelt het aan vader.
“Maar, dat kan toch niet, hij moet gewoon thuis zijn,” zegt vader ongerust.
Samen gaan vader en moeder hem zoeken. Als het te lang duurt denken ze erover om de politie te bellen. Moeder loopt nog eens zenuwachtig door het huis. Van de woonkamer naar de achterkamer. De slaapkamers. De wc. In de keuken aangekomen hoort ze opeens iemand hoesten. Ze schuift het gordijn in de keuken opzij en ziet Jan in de tuin staan.
“Jan?! Wat doe jij hier? We hebben bijna de politie gebeld,” zegt moeder opgelucht. “Kom op! Naar bed!”
“Ee, og iet!” zegt Jan onduidelijk met zijn tong naar buiten.
“Jan! Nu! Naar binnen!”
“Nee, dat kan niet, ik ga naar opa. Ik blijf hier de hele nacht staan.” Jan doet zijn armen weer wijd en staat met zijn mond open en met zijn tong naar buiten omhoog te kijken. “Elluh uste, appa en amma.”
Boos stapt zijn vader naar buiten. Hij pakt Jan beet en draagt hem naar bed.
Maar die nacht blijft Jan wakker. Hij wacht tot hij iedereen hoort snurken en gaat dan weer in de tuin staan. Armen wijd. Mond open en tong naar buiten.

Jan staat al zo lang in de tuin omhoog te kijken, dat zijn nek er pijn van doet. De eerste vogels zijn wakker. Langzaam begint het licht te worden.
Ik geef het op, denkt Jan, maar dan ziet hij opeens waar hij op heeft gewacht. Met zijn tong naar buiten loopt hij door de tuin. En dan…

De achterdeur gaat open. Anne en Lisa lopen door de sneeuw in de tuin om hun fiets te pakken.
“Hebben jullie Jan gezien?” vraagt moeder. “Hij is nergens te zien.”
“Het is weer zo,” zegt vader. “Zijn bed is leeg. Ik heb wel een brief gevonden. Ik snap er niks van. Hier, ik zal hem voorlezen.”

Hallo Jan,

Ik weet dat jij net zo’n hekel aan de kou hebt als ik. Als het winter wordt, ga ik altijd naar een heerlijk warm land. Ik zou het leuk vinden als jij ook komt. Dit is wat je moet doen:

Zodra de eerste sneeuw kan vallen, ga je naar buiten en je kijkt omhoog. Je doet je mond open en steekt je tong naar buiten. Wacht dan op de aller- aller- allereerste sneeuwvlok en vang die met je tong op. Eerst laten smelten en dan pas doorslikken. Als het goed is kom je dan vanzelf in het warme land waar ik op je wacht. Vergeet niet een zwembroek en een strandbal mee te nemen. En denk eraan: Het moet echt de eerste sneeuwvlok zijn van de hele winter, anders lukt het niet.

Groetjes,
Opa

O ja, en zeg maar niks tegen oma.

Reageer!