“Hè, bah!” Mama loopt het huis binnen nadat ze de krant uit de brievenbus heeft gehaald. Met een vies gezicht kijkt ze naar haar pantoffels. Het is een beetje vochtig buiten en er glijden allemaal slakken over straat. Ze is per ongeluk op ééntje gaan staan. Haar pantoffel is helemaal slijmerig vies geworden.
“Die moet eerst schoongemaakt worden,” zegt mama, terwijl ze op de deurmat haar pantoffel uittrekt.

Mini-monster vind slakken wel leuke diertjes. Sommige slakken hebben van die grappige huisjes op hun rug. Kleine slakken hebben kleine huisjes en grote slakken grote huizen. Sommige hebben helemaal geen huisjes, mama noemt ze naaktslakken. Naaktslakken zijn heel groot, zwart met oranje.
Soms, als het geregend heeft en de zon weer gaat schijnen, ziet hij allemaal zilveren lijntjes glimmen in de tuin. Mama heeft hem verteld dat dat slijmsporen zijn die de slakken achterlaten als ze zich verplaatsen. Hij heeft ook weleens een slak opgepakt en toen werden zijn kleine monster vingers ook helemaal glibberig.
Soms zit er wel eens een slak op het raam. Hij gaat dan binnen kijken hoe de slak er aan de onderkant uitziet.

Mama-monster houdt niet van slakken. Ze maken alles vies met hun slijmsporen en ze eten de bladeren van de planten in de tuin. Sommige planten hebben grote gaten in hun mooie bladeren, dat komt omdat de slakken de bladeren opeten.
Mini-monster wil mama graag helpen om de slakken uit de tuin te houden maar hij weet niet zo goed hoe hij dat moet doen. Terwijl hij zijn boterham eet en een beker melk drinkt, denkt hij na over het probleem.

Opeens heeft hij een idee. Hij gaat een slakkengevangenis maken. Dan kan hij daar alle slakken in doen en kunnen ze niet meer van mama’s mooie planten eten. Als hij zijn lunch op heeft, doet hij zijn jas en schoenen aan en gaat naar buiten. Hij heeft het zandemmertje uit zijn zandbak meegenomen en hij zoekt de hele straat af naar kiezelstenen.
Als zijn emmertje half vol is gaat hij naar de tuin. In de hoek van de tuin legt hij de stenen in een mooie cirkel. Daarna legt hij er nog een randje met stenen tegenaan. Als hij nog stenen over heeft legt hij bovenop de beide cirkels weer een laagje stenen. Dan is hij klaar. Tevreden kijkt hij naar zijn bouwwerk. Hij vindt dat hij een mooie gevangenis gemaakt heeft en dat het tijd is om de slakken uit de tuin in zijn gevangenis te doen. Hij neemt zijn emmertje weer in de hand en gaat op zoek naar slakken. Hij vindt er wel twintig. Grote en kleine met huisjes en ook een paar naaktslakken. Voorzichtig legt hij ze één voor één in zijn zelfgebouwde gevangenis.

Afbeelding door cablemarder op Pixabay 

Het wordt al donker als mama hem naar binnen roept. Hij legt nog vlug een paar blaadjes van een plantje uit de tuin in zijn gevangenis en hij vind ook nog een dop van een fles, in een waterplas vult hij de dop met water en zet die ook bij de slakken. Dan kunnen de slakken eten en drinken.

Eenmaal thuis moet hij wel drie keer zijn handen wassen voordat alle slakkenslijm van zijn handen gepoetst is. “Mama, nu heb je geen last meer van de slakken. Ik heb ze in mijn slakkengevangenis gedaan.”
Mama vraagt hem of dat niet een beetje zielig voor de slakken is.
“Nee, hoor mama, ik heb ze blaadjes gegeven om te eten, ze kunnen samen spelen en morgen mogen ze er even uit.”

Na het eten gaat hij met zijn blokken spelen. Als hij naar bed moet, kijkt hij nog even door het raam de donkere tuin in maar hij kan zijn gevangenis niet meer zien. Het is al veel te donker geworden.


De volgende ochtend kleedt hij zich snel aan en wil naar buiten om de slakken nieuwe blaadjes te geven. Maar hij moet eerst ontbijten van mama.
“Misschien hebben mijn slakken wel heel erge honger mama,” sputtert hij nog tegen. “Eerst je ontbijt eten, monsterlijk monstertje van me,” zegt mama.

Als hij dan eindelijk naar buiten mag, doet hij snel zijn jas en schoenen aan. Hij rent de tuin in om bij zijn gevangenis te kijken. Bij het bouwwerk gekomen schrikt hij. De gevangenis is leeg. Waar zijn alle slakken gebleven? Er is geen slak meer te zien in zijn gevangenis. Ook de blaadjes die hij er gisteren ingelegd had zijn weg. Hij ziet dat de vloer en de muur van zijn gevangenis glinsteren van alle slijmsporen. Maar er is geen enkele slak in zijn bouwsel te vinden.

Mama komt bij hem staan. “Zijn ze weg?” vraagt ze.
Mini-monster knikt een beetje verdrietig. “Ik wou je helpen, zodat ze je planten niet zouden opeten,” zei hij met een bibberig stemmetje.
“Ach weet je monsterlijk mini-monster van me, alle dieren verdienen een plekje op de wereld en soms vinden wij ze een beetje lastig. Maar ze horen er wel allemaal bij. Mijn planten krijgen wel weer nieuwe bladeren. Maar zie je hoe mooi ze de vloer en de muren van je bouwwerk versiert hebben met hun slijmsporen? Het lijkt wel een glinsterende feestzaal.”

Nu mini-monster weet dat mama het eigenlijk helemaal niet zo erg vindt dat slakken van haar planten eten, doet hij de stenen weer in het emmertje en gaat hij een kasteel bouwen in de zandbak. En het kasteel versiert hij met de van slakkenslijm glinsterende stenen.

Reageer!