In de verte, als je goed door je verrekijker kijkt kan je het zien, vaart een piratenboot midden op zee.

Een tijdje geleden was er ook zo’n piratenboot, midden in de storm. De wind waaide en de golven sloegen ruw tegen de piratenboot. Op het dek renden piraten heen en weer en er werd hard aan de touwen van het zeil getrokken.
“Kapitein! Waar is de kapitein?” werd er geroepen.
De kapitein kwam aangelopen en riep: “Hier ben ik, jullie kapitein Prikkelbaard. Hijs het zeil en roei zo hard je kan! Jullie zijn toch niet bang voor een beetje wind en golven?”

De hoge golven slingerden de boot heen en weer en het water stroomde de boot in. Een van de piraten gleed uit en viel in het water. Hij sloeg wild om zich heen met zijn armen.
“Help! Kan iemand mij redden!” riep hij.
“Piraat overboord, snel kom helpen!” werd er geroepen. En dan: “Gooi de reddingsboei uit.”
De kapitein gooide de reddingsboei uit en hield zich stevig vast aan de reling. De wind waaide zo hard dat de kapitein bijna in het water viel.
“Dat ging net goed,” zei de kapitein terwijl hij zich stevig vasthield.
De piraat in het water greep de reddingsboei en de kapitein trok hem ermee uit het water.

Weer kwam er een hoge golf en slingerde de boot heen en weer. Dit keer viel de kapitein in het water. Wat een ramp! De wind waaide en de golven werden steeds ruwer. De piraten roeiden en trokken aan het touw van het zeil. De wind blies en blies en de golven duwden de boot steeds verder weg. Zo ver weg, dat kapitein Prikkelbaard niet meer te zien was.

De piraten riepen: “de kapitein!”, maar de kapitein was te ver weg en hoorde hen niet. Wat waren de piraten verdrietig, ze huilden en riepen: “onze lieve kapitein Prikkelbaard! Hoe gaan wij hem ooit vinden?”

~~~

De piraten roeiden en roeiden, wat waren ze moe. Maar de wind waaide steeds zachter en de golven werden steeds rustiger. Eindelijk was de storm voorbij en kwam de zon tevoorschijn. Wat waren de piraten opgelucht.

“We moeten de kapitein vinden,” zei een van de piraten. Hij klom omhoog in de boot. Hij keek door de verrekijker en zag een papegaai vliegen. “Het is de papegaai van de kapitein!” riep hij.

De papegaai vloog naar het schip en kraaide “kapitein, kapitein!“.
“De papegaai weet waar de kapitein is, we moeten hem volgen,” zei een van de piraten.
De papegaai vloog vooruit en de piratenboot volgde hem. Na een tijd varen zagen ze in de verte iemand zwaaien en roepen. Het was de kapitein!
De piraten sprongen en juichten.  Wat waren ze blij.  Ze gooiden snel de reddingsboei uit en trokken de kapitein uit het water.

Die dag was het feest op de piratenboot. En ze dansten en zongen, want de kapitein was weer terug.

Copyright Reina Celestina
Vorig verhaalDe Droezels willen slapen!
Volgend verhaalDe vakantietrein

Reageer!