CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Er was eens een schele ontaarde hindoeïstische monnik in India met een heel erg slecht karakter. Swami Bami Tsunami was zijn naam. Hij vloekte de hele dag godslasterlijke verwensingen, sloeg kleine kinderen zomaar om de oren met zijn swamikralenkrans en roste uit verveling kleine poesjes op de maat van zijn lievelingsliedje met hun lieve kattenhoofdjes over een verroest wasbord.
Ook kakte hij wel eens op een oude Hindu Times, frommelde die daarna ineen en gooide die vervolgens bij oude ipaatjes door het venster naar binnen. En leuk dat hij dat vond!
Als dan die poepbom op de schoot van het in een schommelstoel bij het raam zittend ipaatje uiteenspatte. En ze helemaal onder Swami Bami Tsunami zijn vieze poepstront zat! Gelukkig gooide hij vaak mis, omdat hij scheel was.

Oh, had ik dat nog niet verteld, dat Swami Bami Tsunami scheel was? Ja, Swami Bami Tsunami was zo scheel dat je bijna alleen nog maar zijn oogwit kon zien. Eigenlijk was het ooggeel, want hij zoop zich blind aan goedkoop bedorven zelf gestookt bananenbier.
Vroeger bestond er nog geen psychologische manier van denken, maar het moet wel zo zijn dat de scheelheid van Swami Bami Tsunami de reden was voor zijn slechtheid. Hij kon niet verwerken dat hij zo’n stomme schele kop had. Daarom hadden boze geesten bezit van hem genomen en geloofde Swami Bami Tsunami nergens in. Tegen de tempel ging hij staan piesen en het heilige boek van de Hindoes, de Bhagavad Gītā, gebruikte hij om zijn stinksigaretjes van te rollen.

Gelukkig werd hij met zijn slechtheid geconfronteerd door de God Ganesh, in de vorm van een heel klein goddelijk wolkje. En daar gaat dit verhaal eigenlijk over.
Ganesh is de God uit India met de mensenbenen in een quasi ontspannen verwrongen lotushouding en de olifantenkop met altijd de slurf naar links, vanaf Ganesh gezien dan, en blauwe ogen recht op je innerlijk gericht. Ganesh is in het hindoeïsme behalve de God van kennis en wijsheid ook beschermheilige van reizigers.

Het ging zo. Swami Bami Tsunami was te lui en te dom om een echt vak te leren en daarom deed hij allerlei kleine klusjes voor lage mensen op hoge plaatsen. Zo riep de corrupte burgemeester van het dorp Swami Bami Tsunami een keer bij zich en zei: “Swami Bami Tsunami, je moet voor mij een pakje wegbrengen, helemaal door de woestijn naar Calcutta.”
Swami Bami Tsunami slikte even, met zijn adamsappel zo groot als een struisvogelei, omdat hij wist hoe zwaar de rit zou zijn. Weinig mensen kwamen levend terug uit de woestijn op weg naar Calcutta. Hij wist hoe heet en droog de woestijn altijd was. Maar Swami Bami Tsunami had geld nodig en nam de opdracht aan.

Hij ging op weg met een geleende oude kameel zonder uiers die hinkte en voortdurend zure scheten liet. Swami Bami Tsunami reisde naar het oosten. De wind kwam uit het westen, dus zat hij voortdurend in de stank van die oude manke geleende oude kameel zonder uiers die hinkte en voortdurend zure scheten liet.
In de woestijn verdwaalde Swami Bami Tsunami al snel. Hij viel bijna flauw van de hitte en de dorst. Hij dacht dat hij rondjes reed, want de zon bleef de hele dag boven zijn lelijke schele kop hangen. Zijn water was op. Toen Swami Bami Tsunami ten einde raad was en bijna stierf van de dorst zag hij aan de horizon een klein wolkje dat zijn richting op kwam. Het wolkje zweefde zo’n twintig meter boven de grond en stopte precies boven Swami Bami Tsunami zijn schele hoofd. Swami Bami Tsunami wist niet dat Ganesh in dat kleine wolkje zat.
“Hé, schele!” riep Ganesh vanuit het wolkje.
Swami Bami Tsunami keek op en vond het na zijn zestiende fata morgana niet eens raar dat er een God met mensenbenen in een verwrongen lotushouding en een olifantenkop met slurf naar links, in een klein pratend goddelijk wolkje, dat op twintig meter boven zijn hoofd zweefde, het woord tot hem richtte.
“Wat moet je?!” balkte Swami Bami Tsunami laf.
Ganesh in het wolkje nam geen aanstoot aan de beledigende toon van de schele duivel en zei: “Ik kom je redden van de dood in deze hete woestijn als je berouw toont voor al je slechte daden.”
“Ik slecht? Hoezo?” mompelde Swami Bami Tsunami brutaal.
“Je piest tegen mijn huis, draait sigaretjes van mijn veel gelezen boek en gooit je kak bij mijn ipaatjes door het raam naar binnen. Vind je dat dan gewoon?”
Swami Bami Tsunami dacht even na en begon opeens in te zien hoe slecht hij altijd geweest was.
“Ik heb best wel spijt van alles,” zei hij.
“Als je echt spijt hebt, gooi ik regen op je schele kop, wijs ik je de goede weg, geef je genoeg water in je veldfles mee voor de rest van de reis en maak ik ook even gratis je schele ogen recht.”

Swami Bami Tsunami hoefde niet meer na te denken. Het schaamrood steeg hem naar de kaken als hij dacht aan alle schanddaden die hij in zijn leven tegen zoveel onschuldige mensen en dieren begaan had.
“Ja, ik heb berouw!” schreeuwde hij bijna tegen het goddelijke wolkje.
En het goddelijke wolkje regelde een plensbui, wees Swami Bami Tsunami de goede weg, gaf hem een paar veldflessen water en zette ook nog even gratis zijn schele ogen recht.

Zo zien jullie maar weer, jongens en meisjes, dat als je maar oprecht spijt hebt van iets wat je verkeerd hebt gedaan, alles door Gods genade weer goed kan komen.
Swami Bami Tsunami ging, nadat hij zijn missie volbracht had, het klooster in en werd daar tot zijn dood op 104-jarige leeftijd de meest toegewijde kloosterling van allen.

En Ganesh, in de vorm van het goddelijke wolkje, zweeft nog steeds over de aarde om mensen te vergeven en op het goede pad te sturen.
Misschien kom jij hem ook wel een keer tegen.

Reageer!