Biggetje Bee speelt buiten in de sneeuw

190

Het is winter. Er ligt een dik pak sneeuw.
Biggetje Bee pakt de slee. Hij staat in de schuur.
Ze zoekt een berg.
Biggetje Bee heeft plezier.
Ze glijdt van de berg af. Dat gaat hard.
Ze gaat heel snel. Zoef. Zoef.
Biggetje Bee voelt de koude wind.
Waar is haar muts? Haar oren zijn koud.
Biggetje Bee rent naar binnen.
Vlug pakt ze haar muts.
De muts ligt in de gang op de kast.
Biggetje Bee zet haar muts op.
Haar oren worden lekker warm.
Ze gaat weer naar buiten.
Nu maakt ze een sneeuwpop.
Ze maakt grote en kleine sneeuwballen. Dat is leuk.
Ze zet de sneeuwballen op elkaar.
Eerst de grote en daarna de kleine.
Ze pakt twee takken voor de armen.
Een rood balletje is voor de neus.
Biggetje Bee zoekt stenen voor de mond. Daar liggen er.
Ze pakt er vijf. Een, twee, drie, vier, vijf.
De mond is klaar.
De sneeuwpop is nog niet klaar.
De oren zijn weg.
Biggetje Bee pakt twee stukken karton.
Zo nu is de pop klaar. Wat is hij mooi.

Reageer!