Een boottochtje op de rivier

25

Het was een mooie zomerse dag vandaag. Dat kon je merken aan de warme zon die scheen, de bloemetjes die in volle bloei stonden en natuurlijk de vogels die aan het fluiten waren. Het was de perfecte zomerdag om te gaan varen. Daar hield Alana van!

Ze zouden een hele dag op de boot zijn en daarom hadden ze eten en drinken nodig voor onderweg. Alana had gisteren al cola en limonade in de ijskast in de keuken gezet. En oh, ook een flesje champagne voor haar ouders.
Ze deed de ijskast open en voelde of alles al koud was. Alles was inderdaad fris genoeg. Ze pakte een zak die de drank koel kon houden en propte daar alles in.
“Zouden we genoeg hebben?” vroeg ze zich af. Voor de zekerheid nam ze ook nog een pak van 6 flesjes water. Die ging ze meteen in de ijskast van de boot doen. Daarna volgde ook de zak met andere drank.

“Zo, we hebben al drank, nu nog eten,” bedacht ze luidop. Ze snuisterde rond in de keuken. Er was préparé, salami, plakjes kaas, confituur, garnaalsalade, paté, zalmsalade en kabeljouwsalade. Gisteren hadden Alana en haar mama speciaal boodschappen gedaan voor de trip van vandaag.
Ze haalde alles uit de ijskast en pakte er ook het brood, een mes en een bord bij. Ze smeerde eerst boterhammen met préparé. Ook een paar met paté en kabeljouwsalade. Ze had in het totaal 15 boterhammen.
“Dat zal wel genoeg zijn, zeker?” vroeg ze zich af. Ze waren maar met 3 vandaag; haar broer was met vrienden naar het meer.

Ze verpakte de boterhammen zorgvuldig in enkele brooddozen. “Want zilverpapier gebruiken is niet goed voor de natuur,” zei ze hardop.
“En brooddozen zijn beter,” vulde haar mama aan. Die was juist de keuken binnengekomen en had Alana gehoord. “Woow,” zei ze toen, “wat een werk heb je gehad! Dat zien er smakelijke boterhammen uit, hoor!”
Alana glimlachte trots. “Denk je dat het genoeg is?” vroeg ze een beetje onzeker.
Mama lachte. “Ik denk dat we de oorlog wel zullen overleven.”
Dat zei mama altijd als er veel te veel eten was.
“Beter te veel dan te weinig,” zei Alana.
“Dat is waar, Alana,” antwoordde mama, “ik ben trots op je. Kom eens hier!”
Alana stapte naar mama. Ze wist wat er ging komen. Die knuffels van mama waren altijd zo leuk! Zo lekker warm en knus en ze kon er helemaal in wegzakken.

“Goed,” zei mama, “we zullen nu nog wat aperitiefhapjes meenemen en dan roepen we papa dat we er klaar voor zijn.”
Alana knikte. Terwijl mama de chips pakte, ging zij naar de kast om worstjes te nemen. Ze haalde ook nog een paar tandenstokers uit de lade om de worstjes mee op te eten en stopte alles in een grote zak.
“Zo, nu zijn we er klaar voor,” zei mama terwijl ze rondkeek in de keuken.
“Papaaaa,” riepen ze tegelijk. “We zijn er klaar voor!”
“Jaaa, ik kom,” riep papa van boven.

~~~

Toen ze alledrie in de boot zaten, duwde Alana af aan de paal. En vertrokken waren ze! Eerst moesten ze een uurtje traag varen en dan konden ze met volle gas vooruit. Dan zou Alana waterskiën en met de band worden voortgetrokken. Wat hield ze van waterskiën!
Ze deed haar zonnebril aan en ging liggen op de zetel van de boot. “Zalig toch, zo’n weertje!” riep ze naar mama.
“Let maar op dat je niet verbrandt! Hier heb je zonnecrème.”
Alana zuchtte. Ze haatte zonnecrème. Het plakte en je zag er wit uit. Maar toch was ze flink en luisterde ze naar mama. Ze smeerde zonnecrème op haar benen, maar ook op haar armen, haar gezicht en op haar buik. “Zo,” dacht ze, “nu kan ik niet meer verbranden.”

Ze was moe en bedacht dat ze nog wel even in het zonnetje kon liggen voor ze snel zouden beginnen varen. Want eens het sneller ging, kon ze dat niet meer doen. Dan zou ze waarschijnlijk wegwaaien. Ooit was mama haar zonnebril weggevlogen in het water. Dat was spijtig. Maar het zou nog erger zijn als Alana zou wegvliegen! Dus nu nog even rust, dacht Alana.

Een halfuurtje later maakt mama Alana wakker. “Alana! We gaan bijna snelvaart doen,” riep mama.
Dit was haar favoriete gedeelte. De wind in je haren, als je zingt kan niemand je horen, het waterskiën…
“Maar Alana toch! Wat zie je er rood uit!”
Was ze nu toch verbrand? Ze had zich toch ingesmeerd?

Mama keek haar bezorgd aan.
“Ik heb me ingesmeerd,” zei Alana.
“Ik zie het,” zei mama met een glimlach, “je bent alleen een paar kleine stukjes vergeten en nu heb je rode vlekken op je gezicht…”
Alana kon er niet mee lachen! Wat zou ze er nu uitzien als een clown. Boos keek ze naar de zon. Toen ze naar haar benen keek, gilde ze. “Aah, een spin!” riep ze, “een spin mama! Een spin! Doe hem weg!”
Mama pakte snel Alana’s slipper en deed de spin ermee in het water. Maar mama was onvoorzichtig. De slipper belandde mee in het water.
“Kijk,” riep mama, “de slipper blijft drijven! We zullen ‘m opvissen.”
Papa maakte een bocht met de boot en samen visten ze de slipper eruit. Gelukkig hing de spin er niet meer aan.

Nu was het tijd voor Alana om te waterskiën. Ze zoefde over het water en sprong af en toe over de golfjes. Ze voelde zich zo vrij!
Na het waterskiën meerden ze de boot aan bij een picknickbankje. Daar konden ze aperitief drinken en de boterhammetjes opeten. Lekker!

~~~

De zon ging al onder, dus besloten ze stilletjes naar huis te vertrekken. Thuis gekomen ging Alana direct naar bed want waterskiën is enorm vermoeiend! Ze had zo hard genoten van deze dag en hoopte dat ze gauw weer gingen varen. Want ondanks de rare vlekken op haar gezicht van de zon, had ze het toch een zalige dag gevonden.

Reageer!