In het verre Australië woonde eens een koalabeertje genaamd Ko.
Ko leefde daar samen met zijn vader en moeder en nog een paar jongere zusjes. Zoals alle koala’s was hij overdag een paar uur bezig met het oppeuzelen van zijn lievelingseten: de bladeren van een eucalyptusboom. Iets anders lustte hij niet. Maar de rest van de dag verveelde hij zich. Zijn vader en moeder en zijn zusjes lagen bijna de hele dag te slapen en dat vond hij maar een rare gewoonte. Hij zou veel liever de wijde wereld intrekken en daar een heleboel avonturen beleven!

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Op een dag had hij meer dan genoeg van zijn saaie leventje tussen al die eucalyptusbomen en hij besloot ervandoor te gaan. Hij nam een paar flinke takken eten mee en vertrok. Hij liep het bos uit en al snel kwam hij bij een weg. Oei, dat was gevaarlijk! Auto’s reden af en aan en hij moest goed oppassen dat hij niet werd aangereden.

Na een half uurtje lopen kwam hij bij een parkeerplaats, waar een paar mensen op een bankje zaten te eten. Ko kreeg ook honger en uit zijn bundeltje takken pakte hij het kleinste takje. Hij wilde zuinig zijn met zijn eten omdat hij niet wist wanneer hij weer eetbare bladeren zou vinden.

Op de parkeerplaats stond ook een vrachtauto met een laadbak. Het kostte Ko wel veel moeite, maar na een avontuurlijke klim zat hij in de bak. Hij kroop onder een oude deken en hield zich muisstil. Even later zag hij door een klein gaatje in de deken twee mannen aankomen. Een van de mannen nam plaats achter het stuur en de ander ging er naast zitten. De auto startte en de reis van ons beertje begon!

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Na een hele tijd rijden waren ze in een grote stad aangekomen. De auto stopte en nog voor de mannen hem konden ontdekken, was Ko al verdwenen. Hij voelde er niets voor om gevangen te worden! De rest van de dag hield hij zich schuil.

‘s Avonds kwam hij weer tevoorschijn en vervolgde zijn avontuur. Op een gegeven moment was hij in een haven aangekomen. Daar lagen een heleboel boten en Ko kreeg een idee. Als hij nu eens aan boord van zo’n boot kon komen! Dan kwam hij misschien wel in een heel ver land terecht! Hij vond een verstopplekje op een van de aangemeerde boten. Net op tijd, want de boot vertrok. In zijn linkerpoot hield hij nog steeds zijn bosje eucalyptustakken vast, waar hij af en toe een blaadje van opat. Hoe lang zou hij er nog mee kunnen doen?

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

De reis duurde drie dagen en aan het eind van de laatste dag had Ko alle blaadjes opgegeten. Zijn maag begon een beetje te knorren. Hoe kon hij nu aan eten komen? Toen de boot aan de kade lag, ging hij zo snel mogelijk van boord en verstopte zich in een smal steegje. Pas toen het donker geworden was, durfde hij weer tevoorschijn te komen. Hé, hij rook planten! Hij liep zijn koalaneusje achterna en ja hoor, daar was een park. Het eerste dat hij daar zag, was een echte eucalyptusboom. Wat een geluk! Snel at hij zijn buikje vol en plukte daarna nog een paar takken met veel blaadjes voor onderweg.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Hij begon wel moe te worden van al dat lopen, dus kroop hij weer in de laadbak van een geparkeerde auto. In deze auto stond een stapel dozen. Een van de dozen was leeg dus kroop hij daar in. Kort daarop vertrok de auto en na een korte rit stopte hij bij een grote vlakte, waar wel heel erg grote vogels vlogen! De auto reed naar een van de stilstaande vogels toe. In de buik van het dier ging een deur open en voor Ko wist wat er gebeurde, werd de doos waarin hij zat, opgetild en de vogel binnengedragen! Niemand had in de gaten dat er een koalabeer in een van de dozen zat. Het vliegtuig – want dat was het natuurlijk – vertrok en daar ging ons beertje weer.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Na veel uren vliegen, landde het toestel. De dozen werden in een vrachtauto geladen, die ze naar een fabriek reed. Eenmaal in de fabriek keek Ko voorzichtig om zich heen. Wat Ko daar zag, beviel hem helemaal niet. Het zag er grauw uit en donker! Toen alle mannen bezig waren met dozen naar binnen dragen, deed hij de klep van zijn doos verder open en vluchtte naar buiten. Overal om zich heen zag hij huizen, huizen en nog eens huizen. Ko was in een grote stad! Plotseling hoorde hij iemand schreeuwen: “Kijk daar eens! Een koalabeer!”
Ze hadden hem in de gaten! Ko probeerde nog weg te rennen, maar er kwamen steeds meer mensen op hem af en uiteindelijk werd het arme dier gevangen. Een man zei: “Ik weet wel raad met dat beertje!” Hij zette Ko in zijn auto en reed naar een bos.
Ha, dacht Ko, zouden hier ook van die lekkere blaadjes groeien? Maar wacht eens even, hij kende dit bos. Hij was weer terug thuis! Zijn papa en mama en kleine zusjes waren dolblij. En Ko? Die vond dat hij voorlopig wel genoeg avonturen had beleefd!

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Reageer!