Is Kabouter Pim nieuw voor je? Lees dan eerst zijn andere verhalen in de serie.

De avond viel. Julius de zwarte eenhoorn stapte door het woud. Op zijn rug zat Pim, die in een boek aan het lezen was. En op Pim zijn rug zat Margriet, de sprekende bloem. Ze was druk om zich heen aan het kijken.

“Pim?” vroeg Margriet, “zie je dat uitsteeksel ginder heel ver?”
Pim keek op uit zijn boek en tuurde in de richting waarin Margriet wees.
“Dat is denk ik een wachterstoren van Plimurr, onze hoofdstad.”
“Ben je hier al eerder geweest Pim?”
“Nee Margriet,” lachte Pim, “Ik wist niet veel over ons land of onze hoofdstad, dus ik heb er dit boek over gelezen.”
Pim hield het boek omhoog.
“Volgens het boek staan er zeven zo’n torens verspreid rond de stad, om al van ver vijanden te kunnen zien komen.”

Margriet tuurde naar de toren, die nu ze dichter kwamen beetje bij beetje helemaal zichtbaar werd.
“Volgens mij ben ik hier al geweest…”
“Heb je weer een herinnering Margriet?”
“Nee,” antwoordde ze, “het is meer een gevoel…”

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Toen ze aan de wachterstoren passeerden, kwamen er plots kaboutersoldaten uit gerend. Ze sprongen op hun paarden en galoppeerden snel dichterbij.
“Halt!” riep de best geklede van het groepje. “Wat komen jullie hier zoeken? Weten jullie dan niet dat Plimurr verboden terrein is voor niet-stedelingen?”
“Op wiens bevel?” vroeg Pim.
“Op bevel van zijne Koninklijke Kabouterhoogheid Malfas de Tovenaar zelf!” kwam het barse antwoord. “Wat ben jij voor een boerenkinkel dat je dat niet weet?”
Pim glimlachte.
“Ah maar, dat is geen enkel probleem,” antwoordde hij. “Ik kwam eigenlijk een invasie van magische planten melden. Laat jij het Malfas even weten? Dan keer ik meteen terug naar huis.”
En Julius draaide zich al om, om terug weg te gaan.
“Hoo maar!” riep de sergeant. “Zo gemakkelijk kom je er niet van af! Ik ga hem zo’n nieuws niet vertellen! Kom jij maar mooi mee met ons.”
Op zijn teken omsingelden de andere soldaten hen en reden met hen naar de stad.

“Pim, wat doe je nu?” fluisterde Margriet in zijn oor, “hoe moeten we bij Malfas komen als we gevangen zijn?”
“Maak je maar geen zorgen Margriet,” fluisterde Pim terug, “de eerste stap is de stad in geraken. Nu moeten we niet zelf een manier zoeken, we worden gewoon naar binnen begeleid. En eens we binnen zijn… Wel, dat zie je dan wel. Vertrouw me maar.”
Margriet keek bedenkelijk, maar zei niks. Ze besloot haar vriend te vertrouwen.

Even later waren ze bij de stadsmuren en reden naar één van de stadspoorten. Die was al stevig dicht voor de komende nacht.
Een meegereden wachter haalde een trompet boven en blies enkele noten. Boven de stadsmuur kwam plots een hoofd piepen. Na hen eens grondig bekeken te hebben, verdween het weer. En even later ging de poort krakend en piepend een klein stukje open.
“Vooruit, naar binnen,” beval de sergeant zijn mannen. In een rij achter elkaar reden ze door de poort en onder de stadsmuur de stad in.
“Nu even stil zijn, Margriet,” fluisterde Pim, net voor ze door de poort gingen…

~~~

“Zo sergeant, wat heb je voor me meegebracht?” vroeg de kapitein aan de sergeant, toen hij binnengereden was.
De sergeant salueerde. “Deze man zei dat er een invasie van magische planten begonnen is, kapitein. Ik dacht het best dit meteen te melden.”
“Ah zo. Magische planten, sergeant?”
“Jazeker kapitein. Hij heeft er zelfs een mee. Wachters, breng de gevangene naar voor!”
De wachters keken elkaar aan.
“Euhm, sergeant? We lijken de gevangene te zijn kwijtgeraakt…”

~~~

Julius sloop langs de binnenkant van de stadsmuren weg. Een eenhoorn kon heel stilletjes sluipen en zich zo goed als onzichtbaar maken in een stukje schaduw. Dat was nodig om te kunnen ontkomen aan de jagers die hun hoorn wilden.
Dus toen ze tussen de poorten stapten en in de schaduw van de stadsmuur kwamen, maakte hij zich met Pim en Margriet uit de voeten.

“Zie je, Margriet? Geen reden om je zorgen te maken. We zijn al binnen in de stad,” zei Pim toen ze een eindje bij de wachters vandaan waren.
“Ik wist niet dat een eenhoorn dat kon,” zei Margriet verbaasd.
“Er is wel meer dat niet geweten is over eenhoorns. En zo hebben ze dat ook het liefst. Nietwaar Julius?” zei Pim. Julius hinnikte zachtjes.
“Wat doen we nu, Pim?” vroeg Margriet.
“We zijn wel ver genoeg van de wachters nu, denk ik. Het is tijd om Malfas een onaangekondigd bezoekje te brengen… Op naar het kasteel!” zei Pim strijdvaardig.

Julius draaide een laan in die naar het centrum liep en galoppeerde, in de schaduw van de ondergaande zon, naar het kasteel.

Vorig verhaalWees maar niet bang
Volgend verhaalKabouter Pim en de Boze Tovenaar

Reageer!