CC Creative Commons - bron: pixabay.com

Vrolijk zingend huppelt Prinses Varia door de paleistuin. Het is een mooie dag, het zonnetje schijnt en vlinders dartelen om Prinses Varia heen.
Opa Koning bekijkt het glimlachend en loopt naar haar toe.
“Goede morgen, prinses. Wat ben jij vandaag vrolijk?”
“Hmm, hmm,” klinkt het dromerig en Prinses Varia danst verder door de tuin.
Dan blijft ze ineens staan. “Opa, jij vind oma lief, he?
“O, ja, zeker.”
“En wat geef je iemand die je lief vindt?”
“Dat is makkelijk. Oma wordt altijd blij van bloemen. Vooral als ik ze zelf voor haar geplukt heb.”
“Oh, wat een goed idee, opa.” En weg rent Prinses Varia.

Even later ziet opa Koning haar in de bloementuin. Ze heeft al een flinke bos bloemen geplukt.
“Zo, jij hebt veel bloemen geplukt. Zijn die voor mij?”
“Nee.”
“Zijn ze dan voor oma?”
“Nee.” Prinses Varia schud beslist met haar hoofd.
“Voor wie zijn ze dan?”
“Voor iemand die ik lief vind natuurlijk.”
“O, ja? Hmm, laat me eens denken. Ik weet het echt niet. Wie is er nou liever dan jouw eigen opa Koning? Niemand toch?”
“Echt wel.” Beledigd kijkt Prinses Varia haar opa aan. “Mijn Prins is de liefste.”
“Jouw prins? En wie is jouw prins dan wel?
“Nee, opa, ‘Mijn Prins’, zo heet hij. En hij heeft een heel mooi, wit paard. En tante Knuffel heeft gezegd dat als ik mijn prins op het witte paard zou zien, ik het meteen zou weten.”
“Dat je wat zal weten?” vraagt opa Koning nieuwsgierig.
“Nou, dat we bij elkaar horen en van elkaar houden natuurlijk.”
“O, juist, ja. En jij hebt jouw… eh… ‘Mijn Prins’ op zijn witte paard gezien en nu ben je verliefd?”
“Ja!” klonk het beslist. Prinses Varia vond het fijn dat opa haar eindelijk snapte. “Wil jij hem zien?”
“Zien? Is hij hier dan?” vroeg opa Koning verbaasd.
“Ja, natuurlijk. Kom maar mee, dan kan ik meteen de bloemen geven.”

Prinses Varia liep voor opa Koning uit, terug naar het paleis. Opa Koning volgde haar braaf door de tuin, de trappen op, het paleis in, door de balzaal de lange gang in naar de galerij waar alle familieportretten van de koninklijke familie keurig op volgorde naast elkaar aan de muren hingen. Het waren er heel veel. De meeste personen op de schilderijen kende opa niet eens. Alleen uit de verhalen die zijn ouders hem verteld hadden en die hij op zijn beurt weer aan zijn zoon verteld had. Zo zou ook Prinses Varia al deze verhalen verteld krijgen, wanneer ze daar oud genoeg voor was. En misschien, zo dacht opa Koning toen hij Prinses Varia stil zag staan bij het laatste schilderij, was het daar nu wel de tijd voor.
“Kijk, opa. Dit is hem. Dit is ‘Mijn Prins’.”
Opa Koning kon er niets aan doen, maar toen hij voor het schilderij stond schoot hij in de lach.
“Whahaha, who…ho. Dit…haha…dit is… whoho… ‘Mijn Prins?'”
Boos keek Prinses Varia haar opa aan. “Ja. En lach mij niet uit opa. Dat is niet aardig voor ‘Mijn Prins’.”
Toen opa Koning zag dat Prinses Varia ineens tranen in haar ogen kreeg, knielde hij naast haar neer. “Ach, meisje niet verdrietig zijn. Opa bedoelde het niet zo. Dus dit is ‘Mijn Prins.'”
Verdrietig knikte Prinses Varia. “Dat staat er toch, kijk!”
Ze wees op het koperen bordje onder het schilderij waarop met zwarte sierlijke letters ‘Prins Mijn’ geschreven stond. Alleen waren er een aantal letters niet goed leesbaar door een vieze vlek op het bordje.
Opa glimlachte. “Ik ken hem erg goed,” zei hij tegen Prinses Varia. “Alleen heet hij geen ‘Mijn Prins’ of ‘Prins Mijn’ maar…”
Opa pakte een punt van zijn mantel en poetste er mee over het koperen plaatje. “Maar Prins Mijndert. En weet je nog mijn voornaam?”
Prinses Varia dacht even na. “Jij heet toch ook Mijndert?”
“Precies. Dit ben ik. Toen ik nog heel jong was. Ik kende je oma nog niet eens toen dit schilderij van mij gemaakt werd. Het was een cadeau voor mijn moeders verjaardag.”
“Ben jij dit?”
Opa Koning knikte. “Ben je nu teleurgesteld?”
Prinses Varia staarde naar het schilderij. Even bleef het stil. Toen keek ze haar opa aan. “Nee, dit is nog fijner. Nu weet ik dat ‘Mijn Prins’ echt bestaat.” Ze geeft opa een stijve knuffel. “Ik hou van je, opa.”
Opa geeft een knuffel terug. “Ik hou ook van jou, meisje. En jouw eigen prins op het witte paard komt vast een keer langs.”
Ineens giechelt Prinses Varia. “Hier opa, geef jij die bloemen maar snel aan oma. Jij bent toch haar prins op het witte paard.”

Vorig verhaalEr was eens… (2/2)
Volgend verhaalDe tovenaar

Reageer!