Streepje en haar vriendjes

CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

In het oerwoud is het druk
Door al die grote beesten
Ze lopen kris kras door elkaar
Het zijn beslist geen geesten

Ons Streepje vind het wonderschoon
Giraffen met lange nekken
Ze kijkt en hoopt heel stil
Klein Aapje te ontdekken

En ook de kleine olifant
Ze wil graag met ze spelen
Verstoppertje of tikkertje
Ze wil alles met ze delen

Zo komt de kudde bij het water
Dan kunnen ze weer drinken
Geen aap of olifant te zien
Tante Griet die laat zich zinken

Een blubber bad is reuze leuk
Maar leuker met je vrienden
Dus Streepje gaat naar hen op zoek
Ze moet en zal ze vinden

Met goede raad van pap en mam
Loopt Streepje ver het bos in
Kijkt rond en zoekt die grijze slurf
En waar is Aapje, dat harig ding

Het wordt al snel weer donker
Haar oogjes moeten sluiten
Ze droomt zoals tevoren
Haar vriendjes spelen buiten

Dan samen door het grote bos
Rennen hard van vroeg tot laat
Maar als Streepje wakker wordt
Zijn ze er niet, ze is heel kwaad.

Ze vraagt nu aan haar mama
Waar zouden ze toch zijn
Ik mis ze allebei zo
Het doet een beetje pijn

Oh kind dat is niet leuk he
Maar eens komt toch die dag
Dat je Aapje en het olifantje
Weer begroeten mag

Op een dag het is heel warm
Staat Streepje onder de struiken
Kijkt omhoog wat ziet zij daar
Haar Aapje naar beneden duiken

Oh wat maakt dit Streepje blij
Aapje springt haar op de rug
houdt haar, stevig aan de oren
Zo rent ze naar haar mama terug

Nu zoekt ze nog haar Olifantje
Waar zou die toch zijn verstopt
Ze loopt nog eens het bos in
Misschien is ze gefopt

Daar heel ver, daar in de verte
Lopen olifanten klein en groot
Het zou toch zomaar kunnen
Dat olifantje daar óók loopt

En dan ziet ze toch haar vriendje
Die speelt meteen weer met haar staart
Nu snel naar Aapje en naar mama
Hup rennen met een vaart

Streepje heeft nu weer twee vriendjes
Die blijven gelukkig heel lang hier
En altijd gaan ze samen spelen
Ze hebben heel erg veel plezier

 

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Kerstboom

Venn Chann

Papa zet de kerstboom op. “Zo, die staat,” zegt hij. Het is een mooie grote boom.
“Papa, de boom staat scheef,” zegt Job beteuterd.
Papa doet een stap naar achteren en kijkt naar de kerstboom. “Ik zie het,” zegt hij. En hij trekt aan de stam van de boom. “Nu staat hij recht,” zegt papa tevreden.

Naast de kerstboom staat de doos met kerstspullen. Jelle pakt een kerstbal uit de doos en vraagt: “Gaan we nu de boom versieren?”
Job pakt de piek en roept: “Ik wil de piek bovenop de kerstboom zetten!”
Maar Job en Jelle moeten nog even wachten. “De lampjes liggen nog op zolder,” zegt papa, “die moeten er eerst in.” Papa loopt naar de zolder om de lampjes te halen.
Maar Job wil niet op papa wachten. “Ik zet de piek er alvast op,” zegt hij tegen zijn broertje. Job gaat op zijn tenen staan en strekt zijn arm uit. Maar de kerstboom is te hoog. Job kan niet bij het topje van de boom.

Venn Chann

Jelle wil ook niet op papa wachten. “Ik hang deze bal heel hoog in de boom,” zegt hij. Jelle gaat ook op zijn tenen staan. Hij wil de kerstbal aan een takje te hangen. Maar dan glijdt de kerstbal van het takje en valt hard op de grond. Jelle schrikt. Gelukkig is de kerstbal niet kapot.
“Zo lukt het niet,” zegt Job. “Ik ga de kruk halen.” Job zet de kruk naast de kerstboom. Zou het nu wel lukken? Job klimt op de kruk. Jelle klimt ook op de kruk. “Jelle, we passen niet samen op de kruk,” zegt Job en hij duwt Jelle van de kruk af. Maar Jelle wil ook op de kruk. Boos trekt hij aan de arm van Job. Job duwt zijn broertje weer weg. Dan gaat het mis. Job en Jelle vallen zo tegen de kerstboom aan. Geschrokken kijken de broertjes naar de kerstboom. “Oh nee!” zegt Job. “De kerstboom staat helemaal scheef.”
Dan komt papa met de lampjes de kamer binnen. “Wat is hier gebeurd?” vraagt hij verbaasd. “De kerstboom staat helemaal scheef!”
“Ik heb niks gedaan,” zegt Job snel.
“Ik ook niet,” zegt Jelle.
“Dat is vreemd,” zegt papa. “Is Aap dan in de boom geklommen?”
Jelle kijkt naar zijn knuffel die onder de boom ligt. Dan knikt Jelle.
“Ja! Het was die stoute Aap,” roept Job. “Zet hem maar in de hoek!”
Papa pakt de knuffel en zegt streng: “Aap, je mag niet in de kerstboom klimmen.” Papa zet Aap in de hoek. Dan zet papa de kerstboom weer recht.

“Papa, mag ik wat in je oor vertellen?” vraagt Jelle. Papa bukt zodat zijn oor vlak bij Jelle is. “Aap kan niet klimmen,” fluistert Jelle.
“Kan aap niet klimmen?” vraagt papa verbaasd. “Ben jij dan een kleine jokkebrok?” Jelle knikt.
“Ik ben ook een jokkebrok,” zegt Job zachtjes. “Wij zijn tegen de kerstboom gevallen.” “Haal Aap dan maar snel uit de hoek,” zegt papa. “En zeg maar even sorry tegen die arme aap!” Dat doen ze.

Dan gaan ze de kerstboom versieren. Papa tilt Jelle op en samen hangen ze de kerstbal hoog in de boom. Job klimt als een aapje op de schouders van papa. En heel voorzichtig zet hij de piek bovenop de kerstboom. Helemaal recht!

Mini-monster versiert de kerstboom

CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

De school was bijna afgelopen. Mini-monster stond met zijn jas aan in de rij te wachten op de laatste schoolbel. Hij probeerde door het raam in de schooldeur te kijken om te zien of mama al bij het hek stond. Hij stond ongeduldig te wiebelen op zijn mini-monsterbenen.

Eindelijk ging de bel en mochten ze naar huis.
“Rustig aan mini-monster,” zei juf. Juf had wel in de gaten dat mini-monster haast had.
Eenmaal buiten rende hij naar het hek en zag hij mama staan. “Staat hij al? Is hij mooi? Hangen de lampjes al?”
Mama moest lachen om zo veel blijheid. “Rustig aan mini-monster, ik kan niet op alle vragen tegelijk antwoord geven. Ja, hij staat al, ik vind hem mooi en de lichtjes hangen er ook al in.”

Kevertje en het dino-ei

CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Op een mooie ochtend in de herfst werd Kevertje al vroeg wakker. Hij rekte zich eens goed uit en sprong vrolijk uit zijn bedje. Het had ’s nachts flink hard gewaaid en daar was Kevertje blij om. Want dan lagen er lekker veel herfstbladeren in het bos. Kevertje hield ervan om in de herfst boomblaadjes te verzamelen omdat ze dan zulke mooie kleuren hebben: geel, rood, bruin of zelfs een combinatie van verschillende kleuren op één blad!

Na een stevig ontbijt trok Kevertje zijn warme, zwarte keverjasje en zijn zes kleine keverlaarsjes aan. Daarna trok hij de deur van zijn keverholletje achter zich dicht en haastte zich naar het bos. Het rook er heerlijk naar mos en paddenstoelen en naar pas gevallen bladeren. Kevertje keek genietend om zich heen.
Hij wilde net een mooi rood blad oprapen toen zijn oog ineens op een omgewaaide boom viel. Het was een hele grote holle boom. Tussen de wortels van de boom zag hij iets groots en wits. Nieuwsgierig kwam Kevertje dichterbij. Hij veegde de opgewaaide bladeren aan de kant en zag tot zijn grote verbazing dat het een ei was!

Dat is wel een heel groot ei, dacht Kevertje. Hij wist niet dat er zulke grote kippen bestonden! Maar hier kon dat ei niet blijven, het was veel te koud buiten voor een ei. Maar hoe kreeg hij zo’n groot ei nu toch mee naar huis?
Kevertje dacht even na en had toen een idee: hij zou het ei op een groot blad rollen en dat dan voorzichtig naar zijn holletje trekken.

Zo gezegd, zo gedaan. Pff, het was nog een hele klus. Kevertje kreeg het er warm van. Maar uiteindelijk lag het ei keurig op het blad voor zijn holletje. Natuurlijk paste het ei niet door de deur en Kevertje dacht nog eens diep na.
En ja hoor, Kevertje had al een plan bedacht. Snel ging hij naar binnen en haalde alle dekens die hij maar kon vinden. Voorzichtig legde hij de dekens één voor één over het ei. Daarna klom hij heel zachtjes boven op de stapel en ging liggen. Het was een grappig gezicht: Kevertje zat als een soort minikipje boven op het grote ei te broeden.

Kevertje was al half in slaap gevallen toen hij ineens iets onder zich hoorde: KRAK, KRAK!
Kevertje schoot overeind en kroop snel van de stapel dekens naar beneden.
Met grote ogen keek hij naar het ei. Er zaten al een paar kleine barstjes in en er kwamen er steeds meer bij. Nog voordat Kevertje zich kon verstoppen, barstte het ei ineens volledig open en … er kwam een klein dinosaurusje tevoorschijn! Het grappige diertje keek naar Kevertje en gaf hem toen een dikke, natte kus met zijn dinosnuit.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

“O, wat ben jij een schattig dinootje!” riep Kevertje verrast uit. “Mag ik je zo noemen: Dinootje?”
Dinootje begon vrolijk in het rond te springen en dus besloot Kevertje dat hij zijn nieuwe vriend zo zou noemen.

Maar wat was dat ineens voor luid gegrom? Kevertje keek geschrokken om zich heen. Toen zag hij dat Dinootje naar zijn grote dinobuik aan het kijken was.
Aha, daar kwam het geluid vandaan! Dinootje had gewoon honger! Maar wat eet zo’n dinosaurus eigenlijk, vroeg Kevertje zich een beetje angstig af.

Daar kwam hij al snel achter. Hap! Weg was het grote boomblad waarop Kevertje het ei had vervoerd. Maar meer bladeren lagen er niet bij het holletje van Kevertje. Plotseling ging Dinootje voor Kevertje staan, keek hem verwachtingsvol aan en boog zijn kop omlaag. Kevertje begreep wat Dinootje wilde en klom via zijn kop en lange nek op Dinootjes rug. En ja hoor, daar ging Dinootje. Met Kevertje hobbelend op zijn rug, rende hij terug naar het bos waar zijn kleine kevervriendje hem in zijn ei had gevonden.

In het bos aangekomen at Dinootje zijn buikje helemaal rond. Hier waren blaadjes genoeg! Terwijl Kevertje zich afvroeg hoe het nu verder moest met Dinootje, liep het kleine dinosaurusje naar de omgewaaide holle boom waar Kevertje hem als ei had gevonden. Tussen de boomwortels duwde Dinootje een berg bladeren en stenen opzij. Tot Kevertjes grote verbazing kwam er een grote stenen trap tevoorschijn! Hij volgde Dinootje de trap af naar beneden en toen de kleine dino na een tijdje stopte, keek Kevertje nieuwsgierig tussen de poten van zijn grote vriend door. Kevertje kon zijn ogen niet geloven: voor zich zag hij een geheime dinosauruswereld vol grote en kleine dinosaurussen. Terwijl hij met open mond stond te kijken, kwamen er twee grote dinosaurussen op hen af die precies op Dinootje leken!

En inderdaad, het waren de papa en mama van Dinootje. Dankbaar bogen ze hun lange nekken en glimlachten vriendelijk naar Kevertje.
Kevertje gaf Dinootje een dikke knuffel en zei: “Het is goed, Dinootje, ga maar. Maar mag ik nog wel eens langskomen om met je te spelen?”
Dinootje knikte hevig met zijn kop en gaf Kevertje nog een dikke dinokus.
Kevertje lachte en ging toen terug naar zijn holletje.
En weet je wat? Kevertje ging nog heel vaak op bezoek bij Dinootje en samen hadden ze altijd de grootste lol.

Streepje en de olifant

CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Streepje is een zebra baby
Maar niet zo wankel als voorheen
Ze wordt al sterk en kan goed lopen
Ze zwemt, maar nog niet alleen

Samen met haar pap en mam
Omringd door heel de kudde
Ziet ze grote grijze dieren
En de grond die heel hard schudde

De olifanten groot en grijs
Met flapperende oren
Staan met z’n allen op een rij
Je kunt ze heel duidelijk horen

Ze trompetten met hun slurf
Ze stampen met hun voeten
Streepje ziet ze goed
Ze hebben leuke snoeten

Dan kijkt ze heel voorzichtig verder
Naar de kleine in de groep
Lijkt wel sprekend op zijn mama
Speelt met de staart van ome Joep

Opeens voelt onze Streep zich stoer
Gaat bij het olifantje kijken
Tussen al die grote reuzen
Zal zij wel een dwergje lijken

Olifantje is heel guitig
Speelt met de staart van iedereen
Blaast zand rond met haar slurf
En kijkt nieuwsgierig om haar heen

Dan zien de kleintjes een plasje water
Spelen daar de hele dag
Water spettert in de rondte
Lekker vies zijn, ja dat mag

De mama’s van de kleine dieren
Kijken toe, en passen op
Ze mogen niet ver uit de kudde
Zeggen af toe dus : stop

In de buurt van mama blijven
Buiten is er veel gevaar
Daar zijn nog meer grote dieren
Dus binnen de kudde blijven maar

Na een dag en heel veel spelen
Wordt het tijd voor slapen weer
Olifantje is snel vertrokken
Droomt al van de volgende keer

Streepje slaapt die nacht heel rustig
Heeft twee vriendjes oh zo fijn
Droomt dat beide met haar spelen
Zou dat ooit kunnen zijn?

Aapje is nu ergens anders
Olifant moet ook op stap
Naar het oerwoud in de verte
Korte pootjes hollen rap

Ja ze trekken nu al door
Zwaaien met hun staart en slurf
Streepje roept gedag en hoor
Olifant trompettert, wat een durf

Dan trekken ook de zebra’s verder
Nieuwe dingen komen snel
Vriendjes, grote dieren of iets anders
Streepje denkt ik zie het wel

 

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Sinterklaas redt knuffelbeer Bjorn

CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Bjorn de knuffelbeer is blij. Hij gaat logeren bij Lex! Elk weekend mag hij op vakantie bij een ander kind uit de klas van juffrouw Yvon. Hij is dit jaar al bij Thijs, Stan, Hatice en Femke geweest. Logeren is spannend. Je hebt een ander bed, je krijgt ander eten en je hebt heel even een andere papa en mama.

Lex en Bjorn hebben het erg leuk samen. Ze spelen met de dino’s. Lex heeft er wel duizend! Die wonen allemaal in zijn kamer. Zijn lievelingsdino gaat mee in bed. En Bjorn mag er nu ook bij!

De volgende dag komt Sinterklaas op het werk van mama. Bjorn mag niet mee. “Het is er veel te druk,” zegt mama, “we raken hem kwijt. En dan zijn al je klasgenootjes maandag heel verdrietig. Want er zijn heel veel jongens en meisjes bij wie Bjorn nog niet heeft gelogeerd.”
Lex begrijpt het. Hij geeft Bjorn een dikke kus en legt hem in bed: “Ga maar lekker slapen, ik ben zo weer terug.” Maar Bjorn wil niet slapen, hij wil mee! Stiekem klimt hij uit bed, loopt de trap af en verstopt zich in de tas van mama.

Op het Sinterklaasfeest is het superdruk. Er zijn heel veel kinderen en nog veel meer grote mensen. Als Bjorn voorzichtig zijn hoofd boven de tas uitsteekt, ziet hij alleen maar benen! Hij wil naar Lex, maar die is nergens te zien. De mama van Lex had gelijk, hier raakt hij kwijt. Daarom blijft Bjorn veilig zitten waar hij zit.
Opeens komt tussen alle benen door Lex tevoorschijn. Hij springt op en neer. “Ik moet plassen, ik moet plassen!” Dit is een spoedgeval. Mama grijpt haar tas met de ene hand en Lex met de andere. Ze rennen door de gangen. O, o, als ze maar op tijd bij de wc zijn. Ze willen natuurlijk geen overstroming! Ze rennen de laatste bocht om. De tas zwaait door de lucht en… Bjorn vliegt eruit!

Mama en Lex merken het niet en rennen door. Nu is Bjorn helemaal alleen! Hoe moet hij ooit thuiskomen? De tranen glijden over zijn wangen.
“Bjorn, waarom huil je?” vraagt opeens een bekende stem. Bjorn kijkt omhoog. Daar staat Sinterklaas!

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

“Ik ben Lex kwijt,” snikt Bjorn.
“Hij komt je vast wel zoeken,” zegt Sinterklaas.
“Nee, dat kan niet,” huilt Bjorn, “hij weet niet eens dat ik kwijt ben. Lex denkt dat ik veilig thuis in zijn bed lig. Ik ben stiekem meegegaan.”
Sinterklaas schudt zijn hoofd. “Dat is niet zo slim, Bjorn,” zegt hij. “Maar ja, gebeurd is gebeurd. Eens kijken hoe we dit oplossen.” Sinterklaas wrijft nadenkend door zijn baard. Opeens lacht hij. “Ik weet het!” roept hij. “Ik breng je op mijn paard gauw naar het huis van Lex. Mijn paard kan heel hard rennen. Ga je mee?”

Even later galoppeert het paard met Sint en Bjorn op zijn rug door de straten. Hij springt over hekken en sloten, stapt voorzichtig onder de lage takken van bomen door en draaft over de daken.
In het licht van de maan ziet Bjorn opeens het huis van Lex. “We zijn er!” roept hij blij. Het paard van de Sint springt op het balkon bij de slaapkamer van Lex en Sinterklaas opent de deur. “Ga maar gauw slapen,” zegt hij tegen Bjorn. “Je zult wel moe zijn na zo’n avontuur.”

Midden in de nacht komt Lex thuis. Zachtjes trekt hij zijn pyjama aan, hij wil Bjorn niet wakker maken. Met zijn nieuwe dino kruipt hij in bed. Hij kijkt naar de lieve knuffelbeer die heerlijk slaapt. Wel een beetje zielig dat Bjorn niet mee mocht, hij heeft vast een supersaaie avond gehad. Morgen gaat hij hem alles vertellen over Sinterklaas, de cadeautjes en de bijna-overstroming. Zo kan Bjorn maandag op school toch nog iets   spannends zeggen in de kring…

BOE

Sakurai Midori, Kastengel, CC BY 3.0

“Ga naar boven, Livia!” riep mama vanachter de tv. “Het is allang bedtijd.”

Livia was aan het wroeten in de koelkast. Ze zocht naar haar kaasstengels. Elke vrijdag en zaterdag mocht ze een paar kaasstengels mét mayonaise eten van mama. Ze had namelijk weer een Doordeweek overleefd.
Volgens mij is mama’s Doordeweek veel zwaarder dan de mijne, dacht Livia dan. Ik vind Doordeweek stiekem veel leuker dan Weekend. Ik zie mijn vriendjes, speel muziek en leer veel leuke dingen op school. Dus dat ze werd beloond met mayonaise was als een kers op de taart.
“Ja, mam!” riep Livia terug. “Ik ga al!”

Ze duwde stiekem de dikste kaasstengel in de mayo-pot en haalde er een hele dikke klodder uit. Ze legde de kaasstengels met dikke mayo-klodder op haar bordje en rende snel naar boven; eigenlijk mocht het niet op haar kamer en was ze een beetje een boef. Maar haar maag knorde al. En ze zou zometeen lekker haar boekje openslaan en verdwijnen in een andere wereld – met een met kaas gevuld buikje!

Ze lag al snel in bed. Half rechtop. Haar warme dekentje tot over haar middel getrokken. Bordje en boek op schoot. Buiten miezerde het al een tijdje. Het was namelijk herfst en dan moet het weer altijd een beetje vies doen. Maar ineens begon het toch wel heel hard te regenen en werd haar kamer duister. Het nachtlampje leek nauwelijks sterk genoeg.
Een donderwolk? dacht Livia.
Ze kon altijd erg genieten van donderwolken; binnen zijn is dan nóg gezelliger. Maar ook een beetje spookachtiger… En inderdaad, toen ze begon te knabbelen aan haar eerste kaasstengel, en die dipte in de mayo-klodder, zag ze het:

FLITS

Wow! Prachtig!
Links van haar, door de gordijnen heen, zag ze de wereld oplichten. De flits veroorzaakte een hoekige schaduw in haar kamer. Het was de schaduw van de grote boom in de tuin. De wind blies zo hard door de takken, dat de schaduwen wel lange armen leken.

Bliksem, dacht Livia. Nu nog wachten op de donder.
Eén.
Twee.
Drie.
Vier.
Vijf.
Zes. 

ROMMEL ROMMEL ROMMEL

Haar ramen trilden voorzichtig. Zes seconden, dacht ze. Dan moet de bliksem ongeveer twee kilometer verderop zijn.

FLITS

Eén.
Twee.
Drie.

ROMMEL ROMMEL ROMMEL

… begon het weer. De ramen trilden.

Eén kilometer.

FLITS
ROMMEL ROMMEL

Opeens ging Livia’s nachtlampje uit. Het was pikkedonker. Door de flitsen zag ze weer de donkere armen van de boom. De armen bewogen door haar kamer, langs de muren, naar het voeteneind van haar bed. Livia werd een beetje bang en een beetje duizelig.
De schaduwarmen begonnen haar benen te kietelen en haar lichtjes heen en weer te wiegen. Het wiegen en het gekletter van de regen tegen de ramen maakten haar moe.
Ze viel in slaap, als een steen in diep zand.

Even later werd Livia wakker. Het was nog nacht. Haar kamertje was gehuld in een vreemd blauw licht. De regen kletterde zachtjes. Verder was het doodstil.
Woesj. Woesj. Woesj, hoorde ze. Tikke-tikke-tikke.
“Wie is daar?” vroeg ze snel, terwijl ze zich vastklampte aan haar dekentje.
Woesj!
“Hallo?” Ze keek om zich heen. Niks…
Toen ineens vloog er een mayonaise-witte, doorzichtige flubberbol naast haar op en Livia schrok zich te pletter!
“Kaas!” schreeuwde het, terwijl het Livia strak aankeek met grote, lichtblauwe ogen.
“Huh?” zei Livia, “Kaas?”
“Worteeeel!” schreeuwde de bol toen, met toch wel een heel lief en hoog stemmetje.
“Hihi, volgens mij moet je ‘boe’ zeggen hoor,” zei Livia. “Je bent toch een spookje?”
“Ja,” zei het spookje en kreeg toen rode wangetjes. “Dat lukt me alleen niet.” Ze leek ineens wat meer op Livia – nou, ja, in ieder geval op een meisje, maar dan dus heel rond. Het was alsof ze haar doorzichtige flubbervorm kon aanpassen.
“Durf je mensen niet bang te maken, ofzo?” Livia was erg verbaasd.
“Nee… Maar ik wil het eigenlijk ook niet!” antwoorde het spookje geprikkeld, en haar vorm werd als een stekelvarkentje. “Gnoe!!! Gnoe-oeee-oeeeh!” riep ze.
Livia zuchtte. “Gnoe? Een gnoe is een dier. Dat is niet eng. Je bent toch een spookje!? Weet je… ‘boe’ betekent niks… ‘Boe’ is het onbekende, het donkere. Daarom is ‘boe’ enger en daarom zeggen spookjes ‘boe’. Niet ‘gnoe’.”

Het werd pijnlijk stil.

“Daarom word ik zo vaak gepest door de andere spookjes!” jammerde het spookje toen, en ze werd weer boller en zachter. “Zij zijn wel eng aan het doen. Zij doen hun werk goed. Zij krijgen wel betaald. Maar ik wil niet eng zijn. Dus ik…”
“Je mag best eerst eventjes eng zijn, hoor,” zei Livia snel, “als je daarna maar snel ‘sorry’ zegt en gezellig even blijft babbelen. Sommige mensen zijn erg eenzaam namelijk. Maar een beetje schrikken is nooit erg! Daar word je ook weer wakker van.”
Het spookje werd weer stil en moest echt even nadenken.

“Weet je wat,” zei Livia toen, “we doen het volgende: Elke keer dat de bliksem er is, gaan we wel even oefenen, oké? Begin vanavond maar met ‘boef!'”
Het spookje moest keihard lachen.
“Sssst. Niet zo hard,” waarschuwde Livia.
Plotseling vloog het spookje met kaasgele ogen op Livia af en riep: “Oké! Tot snel dan! BOEF!”

Woesj!

Livia schrok wakker.
Haar nachtlampje was weer aan. Haar boek ‘Spookjes Hebben Ook Een Baan’ lag nog open en haar bordje kaas en mayo nog op schoot. Ze keek naar het viezige bordje en moest ineens heel hard lachen. In de mayo stond namelijk iets geschreven, in dikke, glimmende letters…

BOEF

En Livia begreep de boodschap dondersgoed.

Streepje

CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Als streepje is geboren
Daar in de wildernis
Hoort ze in haar oortje
Op je pootjes, anders gaat het mis

Nu gaan haar oogjes open
En het eerste wat ze ziet
Zijn de gestreepte billen
van zebra, tante Griet

Het is een hele grote drukte
Daar op het zebra veld
Ze ziet haar broer en zusje
En papa is haar held.

Ze krijgt een schopje op haar billen
Ze moet nu lopen en wel snel
Dan staat ze op oh heel voorzichtig
Ziedaar het lukt haar zeker wel.

De kudde gaat voorzichtig verder
Op zoek naar voedsel en wat vocht
Streepje doet haar eerste stapjes
Struikelt bij de eerste bocht.

Streepje kijkt met grote ogen
Naar de wilde dieren om haar heen
Gaat soms drinken bij haar mama
Gelukkig is ze niet alleen

Kijk Streepje, kijk die zijn niet aardig
Hebben grote tanden hoor
Die leeuwen zijn heus erg gevaarlijk
Bijten zo je pootje door.

Maar daar een aapje, die is vrolijk!
Daarvoor ben je echt niet bang
Bibber niet, is echt niet nodig
Je mag wel spelen, ga je gang

Apen lijken haar geen speeltjes
Kleine aapjes zijn heel druk
Dan slingert Aapje door de bomen
De boom is sterk, die gaat niet stuk

Voorwaarts gaat de grote kudde
Streepje is ontzettend moe
Maar moet lopen van haar mama
Streepje weet alleen niet hoe

Streepje leunt dan tegen mama
Kijkt heel stiekem naar die aap
Zou het liefste willen spelen
Oh, bijna valt Streep in slaap

Och wat springt daar op haar billen?
Wat is dat voor een bruinig beest
Geschrokken zwaait ze met haar staartje
Aapje springt, vindt het een feest!

Voorzichtig speelt ze met het Aapje
Opeens is ze niet langer bang
Ze spelen tot de late avond
Ze spelen tikkertje, heel lang.

Mama zebra en tante Griet
Kijken lachend met elkaar
Naar de druk spelende dieren
Voor hen is er geen gevaar.

Nu heeft de kleine Streep een vriendje
Met Aapje is het één groot feest
Ze spelen hele dagen samen
Verstoppertje spelen ze het meest.

Dan komt een dag van afscheid nemen
Ze gaan nu over de rivier
Streepje zwaait en roept naar aapje
Volgende keer spelen we weer hier!

 

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

De specht

CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

In een heel groot bos woonde eens een oude wijze specht. Hij woonde daar al vele jaren en als andere vogels problemen hadden, gingen ze altijd even langs bij de oude specht. Omdat hij al zo oud was, had hij al veel meegemaakt. Hij wist dan ook heel veel en daarom kon hij de andere vogels in het bos vaak goede raad geven.

De specht woonde in een oude berkenboom. In die berk had hij bijna zijn hele leven al gewoond. Nu, dat kon je aan die berk dan ook wel zien: zijn stam was hier en daar gespleten. Bladeren had hij al een paar jaar niet meer. Nee, het ging niet zo goed met de specht zijn woonboom.
Als het stormde ging de specht altijd snel naar buiten. Vanuit een andere boom keek hij dan angstig toe of zijn boom de storm wel weer zou overleven. Gelukkig was het tot nu toe altijd nog goed gegaan.

Op een dag kwam er weer eens een vogel langs. Het was een merel.
Hij vroeg aan de specht: ”Mijn hele nest zit vol mieren, wat kan ik daar nu tegen doen?”
De specht dacht even na en toen wist hij een oplossing. Hij zei: “Als je hiervandaan langs het pad daarginds vliegt, dan kom je bij een eiken­bos. Onder de eerste eik woont een miereneter. Vraag die maar eens of hij je wil helpen.” De merel vloog meteen naar het eikenbos toe. En ja hoor, al gauw had hij het hol van de mieren­eter gevonden. Het dier was gelukkig thuis.
De merel vroeg: “Meneer de miereneter, kun je bij mij niet een paar honderd mieren komen opeten?”
“Dat is goed, ik ga wel even mee,” zei de miereneter. Samen gingen ze op weg.

Wat ze niet in de gaten hadden, was dat het weer aan het veranderen was. Eerst was de lucht nog prachtig blauw geweest, maar nu was de lucht bijna donkergrijs! De wind, die je eerst bijna niet voelde, was veel harder gaan waaien. Aan de horizon zag je van die wolken, die meestal onweer met zich meebrengen. Er was storm op komst.

De oude specht had het wel gezien. Hij was zijn nest in de holle berk al uitgevlogen. Nu zat hij op een tak van een stevige beuk naar zijn nest te kijken. De storm nam toe in kracht. Harde rukwinden rukten aan de takken.

De merel en de mieren­eter waren nog onderweg naar het merelnest. De miereneter was een vrij stevig beest. Die had geen last van de wind, maar de merel kon al bijna niet meer vliegen. Steeds werd hij een andere kant opgewaaid. Daarom ging de merel ook maar over de grond lopen.

Toen ze een paar meter bij het spechtennest vandaan waren, kwam er een geweldige rukwind. De takken van de oude berk bogen ver door en één tak brak zelfs af! De miereneter kon nog net op tijd opzij springen. De merel was van schrik opgevlogen en tien meter verder bijna tegen een boom ge­waaid. Hij keek geschrokken om zich heen, zag toen dat de miereneter ook nog gezond was en samen liepen ze verder.

Toen klonk er opeens een hevig gekraak. Ze keken omhoog en zagen nog net, hoe de oude berk precies op de plaats van het spechtennest doormidden brak. De specht zag ook hoe zijn huisje vlak voor zijn ogen werd vernield. De tranen stonden in zijn spechtenogen. Wat moest hij nu beginnen? Hij was al zo oud. Zijn snavel was lang niet zo scherp en zo hard meer als toen hij nog jong was. Als jonge specht kon hij wel vijf nesten in één jaar hakken. “Makkie,” zei hij toen. Maar nu? Hoe kwam hij ooit aan een nieuw nest?

De merel riep naar boven, naar de specht: ”We zullen je wel helpen, hoor, beste oude raadge­ver! Ik weet alleen nog niet hoe.”

Samen liepen de merel en de miereneter naar het merelnest.
En inderdaad, er kropen honderden mieren in het nest rond! Toen de mieren de miereneter zagen, renden ze zo hard ze konden het nest uit. De miereneter rende erachteraan, gevolgd door de merel. Dat ging zo een poosje door. Tot de miereneter buiten adem zei: “Merel, ik kan niet meer! Ik ben moe van al dat rennen. Ik ga even een dutje doen.”
Twee minuten later was de miereneter al in een diepe slaap.

De merel ging nog even bij de specht kijken. Die zat nog steeds met verwaaide veren op de beukentak stil voor zich uit te staren. De merel kon het niet langer aanzien. Plotseling kreeg hij een idee! De wind was gelukkig weer gaan liggen. De merel riep al zijn merelvrien­den bij elkaar. “Jullie moeten allemaal naar een andere kant van het bos vliegen en goed kijken of je ergens een specht ziet. Die moet je dan vragen naar het nest van de oude specht te komen.”

En zo gebeurde het. De merels vlogen alle kanten op en een poosje later kwam de eerste specht al aangevlogen. Daarna een tweede en een derde en zo ging het maar door. De oude specht mocht een mooie boom uitkiezen en daarna gingen de spechten om de beurt aan het werk. Als er een moe werd, nam een andere specht het over. Nog voor het avond was, was het nieuwe nest klaar! En daarin heeft de oude specht nog vele jaren gewoond.

Jack en de kist – deel 2 van 2

CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Jack heeft bij tante Fee op zolder een grote kist gevonden. Daar moet toch wel een schat in zitten? Gewapend met een zaklamp en een loper gaat schattenjager Jack de kist opzoeken…

Jack knipt de zaklamp aan en loopt over de krakende houten planken van de zolder. Heel voorzichtig. Zijn ogen op de zware kist in de hoek.
Hij kan de schat al bijna zien schitteren. Goud. Zilver. Diamanten. Helder, blinkend, goud-wit licht. Jacks ogen stralen al even fel.

VOLG ONS

523FansLike
6VolgersVolg
36VolgersVolg
7VolgersVolg

POPULAIRE VERHALEN