Ridder Florian

Copyright L. Loots (10j)

Er was eens een jongen die gek was op ridders. Zijn naam was Florian en hij was net 5 jaar geworden. Toen Florian jarig was, kreeg hij superleuke cadeaus. Alles had te maken met ridders: hij kreeg van zijn ouders een ridderkasteel en van zijn meter en peter een heel dik boek over ridders en kastelen, oma had een ridderpak gemaakt en opa een zwaard en een schild van hout.
Voor zijn verjaardagsfeest had mama bij de bakker een taart besteld in de vorm van een kasteel. En daar stonden twee poppetjes op, een ridder en een jonkvrouw. Het was een superfeest met supercadeau’s.

De dagen na het feest, telkens als Florian thuiskwam van school, speelde hij met zijn kasteel en verkleedde zich als ridder. En als Florian ging slapen, lazen mama of papa voor uit het dikke boek.

Een boottochtje op de rivier

CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Het was een mooie zomerse dag vandaag. Dat kon je merken aan de warme zon die scheen, de bloemetjes die in volle bloei stonden en natuurlijk de vogels die aan het fluiten waren. Het was de perfecte zomerdag om te gaan varen. Daar hield Alana van!

Ze zouden een hele dag op de boot zijn en daarom hadden ze eten en drinken nodig voor onderweg. Alana had gisteren al cola en limonade in de ijskast in de keuken gezet. En oh, ook een flesje champagne voor haar ouders.

De Slaapzakvlieger

Copyright P. Werkman

Vandaag is het zover. Joost zit met papa en mama in de auto om voor het eerst te gaan kamperen. De auto zoeft over de snelweg. Ze zijn op weg naar de camping en het is ver rijden. De kofferbak van de auto is helemaal volgeladen met camping-spulletjes. Er zit zelfs een grote reiskoffer op het dak van de auto. Joost denkt aan zijn buurjongen Finn, die met het vliegtuig op vakantie gaat.
“Je zult kamperen erg leuk vinden,” hoort hij mama zeggen.
“Autorijden is saai,” antwoord Joost.
“Zullen we een spelletje doen?”
Joost zegt niks.
“Ik zie, ik zie…” probeert mama.
“Ik heb hier echt geen zin in hoor, mama.”
“Kom op jongen. Ik zie, ik zie wat jij niet ziet en de kleur is… groen.”
“Jaaaa, dat is de kleur van draakje, die op mijn schoot ligt.”
“Goed zo!”
“Hee, zie ik daar een lachje? Wie lacht daar nou?” vraagt papa vanachter het stuur.
Joost probeert snel zijn glimlach te verbergen door zich achter zijn draakje te verstoppen.
“Dat is Joost,” zegt mama vrolijk.

Het is al bijna donker wanneer ze bij de camping aankomen. Joost kijkt nieuwsgierig door het raam naar buiten. Ze zijn op een groot grasveld aangekomen met enorme kale stukken zonder gras. Er staan een aantal tenten met auto’s op het veld.
“Is dit dan die mooie camping? Waar zijn al die kinderen waarvan mama heeft gezegd dat ik er mee zou kunnen spelen?” vraagt Joost.
“We moeten de tent opzetten en opschieten voordat het helemaal donker wordt, hoor,” zegt papa en hij opent de kofferbak. In een paar seconden liggen er allemaal spullen rond de auto.
“Joostje, geef je mij die tentstok aan? Kom maar even helpen!”
“Draakje vindt het een beetje eng, ik blijf liever even bij hem in de auto.”
“Maar je wilde je slaapkamertje toch zelf inrichten?”
“Kom op jongen, het wordt al een beetje donker en het gaat sneller als we samen de tent opzetten.” Joost geeft een paar haringen aan papa aan en probeert met mama de scheerlijnen strak te trekken.
“Zie je wel? Het gaat sneller als wij samen werken,” zegt mama.

Even later staat de grote familietent op zijn plek. Het slaapkamertje van Joost ziet er heel leuk uit met in een hoekje zijn speelgoed en voorleesboeken.
Joost ligt in zijn nieuwe slaapzak, die blauw is en bedekt met tekeningen van gele bijtjes.
“Mama, wil je voorlezen?” vraagt hij.
Mama pakt zijn favoriete boek en begint heel zachtjes voor te lezen.
“Op een dag…”
Opeens herinnert Joost zich: “Mama, mag ik wat zeggen? Ik zag alleen maar peuters bij het restaurant van de camping.”
“Morgen komen er nog meer auto’s, dus komen er vanzelf meer kinderen bij. En je hebt nog lang niet de hele camping gezien. Zal ik nu verder gaan met voorlezen?”
Joost knikt.
“Op een dag…” vervolgt mama.
“Hé mama, ik hoor de zee!”
Mama stopt met voorlezen en luistert nu samen met Joost. Ver weg is het ruisen van de golven te horen.
“Onze camping is heel dicht bij de zee. Doe je oogjes maar dicht lieverd, dan hoor je het beter.”
Joost doet zijn ogen dicht en mama gaat door met het verhaal. Langzaam valt hij in een diepe slaap en droomt dat hij op een zeilboot over de hoge golven vaart.

Die nacht begint het hard te waaien en de tent begint een beetje te wiebelen. Soms schudt de tent plotseling en flappert het tentdoek.
Tik.
Tik, tik.
Tik, tik, tik, tik.
“Papa, wakker worden, het regent,” fluistert Joost geschrokken.
“Jaja, ga maar weer lekker slapen jongen…” mompelt papa slaperig. “Hier in de tent blijft het wel droog.”
Joost blijft luisteren naar de regen die nu steeds harder begint te tikken op de tent.
“He papa, het is hier nat!” zegt Joost nu bezorgd. Aan de binnenkant van de tent zijn donkere natte plekken te zien. Ook op de vloer is het hier en daar nat.
“Wat zullen we nu doen?” vraagt papa.
“Draakje is ook helemaal nat en kijk: mijn mooie slaapzak is óók al nat. Ik ga niet meer in de tent zitten en ik neem mijn slaapzak ook mee,” zegt Joost en hij probeert de rits van de tent te openen.
“Nee, nee, dat kan niet!” zeggen mama en papa tegelijkertijd.
“Ik weet wat beters: We gaan allemaal in de auto zitten, het wordt al een beetje lichter,” stelt mama voor.

Even later zitten mama, papa en Joost in de auto. Het regent nog steeds en je kunt het getik van de druppels horen op het dak van de auto. De natte slaapzak van Joost ligt op de achterbank. Joost kijkt naar de kampeerplek. Overal is er modder. Er ligt een klein plasje op de tafel buiten de tent en zijn slippers drijven in één van de regenpoelen.
Wat een stomme vakantie! denkt hij.
“Zullen we straks ergens heen gaan om te ontbijten?” vraagt mama. “Het wordt weer wat lichter en het klaart al een beetje op.”
“Helemaal mee eens en jij, Joost?” zegt papa.
Joost geeft geen antwoord.

In een klein restaurant in de duinen zit Joost met papa en mama lekker te ontbijten.
Het is nu eindelijk droog maar het waait nog steeds hard. Donkergrijze wolken bewegen zich snel van links naar rechts.
“Wat jammer dat alle spullen zo nat zijn geworden,” zegt mama.
Joost denkt aan zijn slaapzak die misschien wel nooit meer droog wordt.
“Wat een wind! Ik wou dat we je vlieger hadden meegenomen, net als toen op het strand. Weet je dat nog? Die vlieger ging helemaal naar boven in de lucht!” zegt papa.
Joost knikt en glimlacht. “Ik heb een idee,” zegt hij opeens.
“Oh?”
“Wel, als we mijn slaapzak als vlieger gebruiken, dan droogt ‘ie vast heel snel.”
“Dat is geen goed idee want we hebben geen touw,” zegt mama.
“Met mijn handen, net als een vlieger, mama! Anders moet ik hele vakantie in die natte slaapzak slapen. Geloof me, het lukt.”
“Het is buiten droog nu en we kunnen het proberen,” zegt papa.
“Als je straks je slaapzak kwijt raakt of deze stuk gaat, mag je niet klagen!” zegt mama een beetje streng.

Even later loopt Joost met zijn slaapzak naar de top van een duin. Er zijn heel veel groene struikjes onderaan langs de duinen met van die hele kleine blaadjes.
Joost houdt één punt van zijn slaapzak vast en papa de andere punt.
“Kijk papa, hij wil vliegen, net als een vlieger!”
De slaapzak beweegt door de wind alle kanten op en maakt het hetzelfde geluid als Joost zijn vlieger.
“Hou die kant goed vast!” roept papa.
“Dat doe ik al!” zegt Joost.
Maar plotseling, voordat ze het in de gaten hebben, zorgt de wind dat de slaapzak zich uit hun handen losrukt en ineens helemaal de lucht in vliegt. De slaapzak vliegt nu van hen vandaan en landt na wat gefladder op een van de vele struikjes onderaan de duin.

Copyright P. Werkman

“Je hebt hem losgelaten!” roept Joost.
Papa krabt met zijn vinger achter op zijn hoofd en haalt eens heel diep adem. Hij zet zijn voeten heel voorzichtig in de struiken om de slaapzak te pakken, maar het is niet makkelijk om daar te lopen.
“Je kan het papa,” moedigt Joost hem aan. Op het moment dat papa bukt om de slaapzak te pakken, waait ‘ie net weer de lucht in en valt deze keer in het zand van de hoge duinen. Papa rent er achteraan.
“Ik ga hem pakken,” zegt Joost. Hij springt boven op de slaapzak en juicht: “Paap, ik heb hem!”
“Hou hem vast, jongen! Hou hem vast,” hijgt papa.
Papa en Joost proberen de slaapzak nu samen vast te pakken, maar ze glijden allebei over het zand omlaag langs de hoge duinen, bovenop de slaapzak.
“Aiaiaiaiaiai!!!” roepen zij hard.
Wanneer de slaapzak tot stilstand komt, liggen Papa en Joost allebei op de slaapzak op het strand met hun ogen dicht.
“Gaat het goed hier?” vraagt mama bezorgd terwijl ze er aan komt rennen.
Dan hoort ze gegiechel van Joost en papa en ze doen hun ogen open.
“Dat was gaaf, nog een keer!” roept Joost.
“Ja, hallo, echt niet!” lacht papa. “Gelukkig is je slaapzak nu wel droog.”
“Nou mannetjes! Wij hebben nóg twee natte slaapzakken in de tent liggen. Zullen wij die ook laten drogen?” vraagt mama met een knipoog naar Joost.
Joost en papa kijken mama aan en zij barsten alledrie in lachen uit.
“Kamperen is leuk!” roept Joost vrolijk.

Kabouter Oelewoelewap gaat voetballen

CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Er was eens een kaboutertje. Hij heette Oelewoelewap en woonde in een groot, donker bos, onderaan een eikenboom. Bovenin de eikenboom woonde zijn beste vriendje, het eekhoorntje Ekipeki.

Stoere tante Emma

Ze was eerder klein, de overgroottante van tieners Laura en Liam, maar dat maakte haar niet minder stoer. Dat had opa hen verteld. Want in feite was ze zijn tante en dus hun overgroottante.
Emma woonde vroeger in de grootstad Brussel. Laura en Liam zij waren er nooit op bezoek geweest omdat ze al was gestorven voordat zij geboren waren. Hun mama had haar wel één keer gezien, toen ze zelf nog klein was en bij opa thuis woonde.

Opa had zijn tante Emma wel goed gekend en vertelde soms héél gekke verhaaltjes over haar. Toen opa zelf nog maar zo oud was als zij nu waren, kwam zijn tante soms helemaal uit het verre Brussel bij hem op bezoek.

Zomervakantie

CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

“En zorg dat jullie in de vakantie niet alles vergeten wat jullie dit jaar geleerd hebben.”
Het was vandaag de laatste schooldag en juf An nam afscheid van de kinderen. Hoewel het geen gemakkelijk jaar was geweest, zou ze de kindjes toch best missen.
Het waren niet altijd lieverdjes hoor. Ze maakten soms ruzie om een kleurpotlood, of om wie de tikker is, maar toch hadden ze allemaal een goed hartje. Juf An hoopte dat ze een mooie vakantie tegemoet gingen.

Lot en Lex – Tijdmachine

CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

“Mama! Ik ben thuis!” Vrolijk komt Lex de kamer binnengelopen. Zijn haren zijn nog nat van de zwemles. “Ik heb onder water gezwommen, helemaal door het gat heen! En volgende keer gaan we oefenen met kleren aan.”
Mama zet twee grote glazen drinken en twee koekjes op tafel. “Dan zal je wel honger gekregen hebben!”
Lex neemt een grote hap. “Hmmmm!” grijnst hij met volle mond.

“Lekker! Koekjes!” Ook Lot komt aan tafel zitten. Ze neemt een hap van haar koekje en kijkt Lex geheimzinnig aan. “Ik heb iets heel bijzonders.”
Lex’ ogen worden groot. “Wat dan? Ik wil ook!”
Lot strijkt met haar vingers langs haar kin en doet alsof ze heel diep nadenkt. “Oké dan. Maar het is heel gevaarlijk hoor, dus je moet wel precies doen wat ik zeg.”
Snel eten Lot en Lex hun koekje op.

“Het staat achter de bank.”
Lot pakt Lex bij zijn hand en neemt hem mee. Op de grond achter de bank staat een grote, lege doos.
“Tada!” Trots wijst Lot naar de doos.
“Huh?” Lex kijkt verbaasd naar Lot. “Maar dat is alleen maar de doos waar de nieuwe wasmachine in zat.”
“Kijk eens goed.” Lot zucht. “Het is niet zomaar een doos.”
Lex kijkt nog een keer goed. Naast de doos ligt een doosje met stiften. Nu pas ziet hij dat Lot op de doos gekleurd heeft. Rood met gele vlammen staan op de zijkanten en op de voorkant zitten glitterstickers.
“Oh, ik zie het al. Het is een versierde doos.” Lex is opgelucht. Hij vindt het helemaal niet leuk als hij iets niet begrijpt.
Lot zucht nog een keer diep. “Nee, suffie, jij snapt er niets van. Het is een tijdmachine.”
Nu is Lex in de war. “Wie is Thijs? En waarom heeft hij een machine?”
“Een tijd-machine.” Lot spreekt het woord nu extra duidelijk uit. “Daarmee kun je in de tijd reizen.”
Dat lijkt Lex wel wat. “Dan wil ik naar de Efteling en in de droomvlucht en in de draaimolen en in de oude auto’s.”
“Nee-ee!” Stiekem heeft Lot er spijt van dat ze haar tijdmachine met Lex heeft gedeeld. Hij snapt er écht helemaal niks van. Soms is hij net een baby. Lex kan nog niet eens zijn eigen naam schrijven en Lot gaat al naar groep drie.
Lex trekt een pruillip. “Hoezo niet? Jij vindt de Efteling toch ook leuk?”
“Natuurlijk, maar met een tijdmachine kun je alleen maar terug of vooruit in de tijd, niet naar andere plekken,” legt Lot uit op haar juffentoon.
“Oh, nu snap ik het.” Lex wrijft met zijn hand over zijn kin. “Maar hoe werkt dat dan?”
“Doe mij maar na!” Lot gaat in de doos zitten.
Lex doet haar na en gaat achter haar zitten. Lot maakt machine geluiden en Lex doet vrolijk mee. “Priet, krrrrr, ploink. Priet, krrrrr, ploink. Priet, krrrrr, ploink.”
“Tuut tuut! We zijn er!” roept Lot dan.
Lex kijkt verbaasd om zich heen. “Maar we zijn nog steeds thuis.”
“Natuurlijk zijn we nog thuis, dat had ik toch al gezegd?” Lot zucht diep. “We zijn terug in de tijd gegaan, let maar eens op.”
Lot en Lex lopen naar de keuken. Mama is de wortels voor het eten aan het snijden.
“Mama, mogen we een koekje?” vraagt Lot met haar liefste stem.
Mama kijkt verbaasd. “Jullie hebben net al een koekje gehad.”
“Nee hoor. Wij zijn met onze tijdmachine terug in de tijd gereisd, dus we hebben nog geen koekje gehad.”
Lachend kijkt mama Lot en Lex aan. “Vooruit dan maar, kleine tijdsreizigers van me.” Ze geeft Lot en Lex allebei een koekje. “Maar daarna moeten jullie weer terug naar het nu, want anders missen jullie zo nog het avondeten. We eten vissticks met wortels en appelmoes en dat zouden jullie toch niet willen missen!”
“Lekker, vissticks!” roepen Lot en Lex tegelijk en samen rennen ze snel terug naar hun tijdmachine.

Prinses Oepsie

Copyright F. Cole (10j)

In een land hier ver vandaan woont koning Lodewijk. Toen hij nog een prins was, ging hij vaak op reis. Op één van die reizen leerde prins Lodewijk een mooie prinses kennen. Haar naam was Sylvia.
Prinses Sylvia was geen gewone prinses. Ze had een groot geheim: ze was een goede fee.

Toen ze prins Lodewijk ontmoette, was het liefde op het eerste gezicht. Ze vertelde niet dat ze kon toveren maar op een mooie zomerdag kwam prins Lodewijk het toch te weten. Het verliefde koppeltje zat onder een oude eikenboom. Toen ze elkaar kusten, hoorden ze iets kraken. Sylvia keek omhoog en zag dat een grote tak afbrak!

Het kwijte meisje

Copyright: vleit

Er was eens een meisje. Haar naam was Brinta. Ze had een pony. Zo’n lange pony dat je haar ogen maar amper zag.
Brinta woonde vlak bij boer Joop. Iedereen noemde die meneer zo, omdat hij Joop heette en omdat hij altijd buiten aan het werk was. Zijn handen waren vies, onder zijn nagels zat zand. Maar boer Joop was een aardige man. Hij zwaaide naar je als je langs kwam fietsen en als het mooi weer was, zong hij liedjes.
Brinta had een liedje van hem geleerd: ‘Zeg, ken jij de mosselman’ heette het. Ze zongen het weleens samen. De meisjesstem van Brinta en boer Joop met zijn luide mannenstem.

Op een dag wilde Brinta naar het bosje bij hen in de straat. Ze wist niet waar papa en mama waren. Brinta riep: “Daag, ik ben naar het bos!” maar niemand zei iets terug. Papa en mama waren altijd druk, dus kon ze mooi haar eigen gang gaan.

Later als ik groot ben…

Pieter S. (10 jaar)

Er was eens een beertje. Zijn naam was Bob. Samen met mama en papa beer woonde hij in een groot hol in de rotsen in het Noord-Amerikaanse Yellowstone.
Bob was nog veel te klein om alleen op stap te gaan. Hij mocht wel mee met papa beer als die op zoek ging naar eten voor zijn gezin. Bob mocht dan bessen plukken. Zalm vangen zoals papa deed, kon hij nog niet.
“Kijk maar goed hoe ik het doe! Dan kan je dat later, als je groot bent, ook proberen.”

Bob was een ongeduldig beertje. Hij vond het niet leuk om klein te zijn. Mama en papa zeiden vaak “nee, Bobje nu nog niet, later als je groot bent…”

VOLG ONS

508FansLike
6VolgersVolg
34VolgersVolg
7VolgersVolg

POPULAIRE VERHALEN