De Droezels willen slapen!

0
CC0 License - bron: pexels.com

Siv is blij dat de Droezelboom voorlopig mag blijven. Maar de Droezels zullen ’s nachts toch stiller moeten worden, anders houden de buren vast niet op met zeuren. Na de lunch gaat ze daarom maar snel naar buiten met haar emmertje stoepkrijt. Ze gaat dicht bij de boom op de grond zitten. Maar, waarempel, ze hoort de Droezels nu ook trommelen. Waarschijnlijk maken ze overdag net zoveel herrie als ’s nachts, maar dan hoort niemand ze omdat wij mensen dan zelf te veel lawaai maken. Auto’s en brommers die voorbijrazen op straat, of meneer Tup van de overkant die weer eens staat te werken met zijn bladblazer of hogedrukspuit.

Siv wil niet slapen!

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Er is iets merkwaardigs aan de hand met één van de bomen in de Stationsstraat. De bewoners klagen al maanden dat de boom ziek is. ’s Nachts komt er zo af en toe een geweldig kabaal uit de boom en sommigen beweren zelfs licht uit de stam te hebben zien stralen.

Deze boom staat recht voor het huis van Siv. Zij zou graag eens opblijven om te kijken wat er nu precies met de boom aan de hand is, maar dat mag niet van haar moeder. Siv vindt slapen maar stom. Wat een onzin om zo’n groot deel van de dag te verdoen met alleen maar liggen niks doen. Vanavond gaat ze weer een nieuwe list uitproberen om wakker te blijven.

De andere wereld

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Mahmoud werd wakker. Hij had geslapen in het kleine huisje, het huisje met de grijze deur. Zijn papa en mama woonden er ook, gelukkig maar, want die vond hij de belangrijkste mensen ter wereld.

Buiten was het koud, maar in zijn bed was het nog lekker warm. Hij woonde in de “andere wereld” nu. De wereld waar zijn hondje niet was, en zijn oude school niet. Ook de zon was thuisgebleven, hier was er een andere zon, een hele oude die het niet zo goed meer deed. Het was hier namelijk altijd koud, de wind won elke wedstrijd met de zon.

Er waren veel andere kinderen, hier in de andere wereld. Die verstond hij alleen maar met spelen, niet met praten. Hij verstond het lachen en het huilen wel, maar niet de woorden. Die waren allemaal anders.
De grote mensen verstond hij helemaal niet.

Mahmoud was opgestaan en mocht lekker warm douchen, daarna kreeg hij kleren aan. Hij mocht buiten lopen, in zijn dikke grote jas. Net een zak veren. En schoenen die zijn voeten de hele tijd gevangen hielden.
Maar zijn gezicht was altijd bloot en de regen was soms heel gemeen, hard en koud. Dikke spetters op zijn neus en wangen. Zijn wangen werden er zo rood van als een appel.

~~~

Mahmoud probeerde te praten tegen de mensen, met zijn ogen: “Weet je de weg naar huis?” zei hij, en: “ik mis mijn oma en de zee zo.”
Niemand gaf echt antwoord. Hij kreeg een keer een peer en een keer twee knikkers, maar nooit een echt antwoord. Hij vroeg het elke dag, steeds weer.

Hij liep naar het hekje, grijs als de deur en zo koud als alles. “Ik ga,” dacht hij. “Ik ga mijn wereld terug zoeken en als ik het vind, dan wijs ik iedereen de weg.” Hij klom over het hek en tuimelde in het gras er achter. Daarna ging hij hollen, tot zijn benen niet meer hollen wilden, toen ging hij stappen tot ook zijn voeten het opgaven. Daarna ging hij zitten, op nat gras bij eendjes. Ze hadden brood gehad en ze wilden best delen.
En er kwam een bruin hondje aan het gras ruiken. Hij moest denken aan zijn eigen hondje, dat bijna wit was, met een zwart nat neusje. De mijnheer van het bruine hondje zei met zijn ogen dat hij een kindje tussen de eenden raar vond. Er kwam nog een mijnheer, met een zwart en geel pak als een wesp. Die mijnheer tilde hem op en bracht hem terug naar zijn mama en papa. Mahmoud huilde een klein beetje. Triestig dat hij de weg naar zijn wereld niet had gevonden en ook blij dat hij terug bij zijn papa en mama was.

De woorden van mama kon hij gewoon verstaan. Ze waren lief en vertelden dat lopen naar een andere wereld niet kan, nu nog niet, later misschien. Maar dat de echte wereld altijd op schoot was bij papa en in de soep van mama en in het samen zingen. Daar werd Mahmoud weer vrolijk van.

Toen ging hij een auto tekenen.

Grootvader Ambrosius

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Joris had een droom over een rare meneer. Hondje wist dat het zijn toveropa was; Joris heeft nog wel meer familie in Nevherland. Maar van mama mag hij nog niet op bezoek…

Joris loopt met Hondje naar het Kerkplein. Hij is boos, heel boos, alles loopt verkeerd vandaag. Op het bankje onder de beuk zitten de oude mannen. Opa is er ook al niet.

“Dag Joris,” hoort hij de stem van Josephine. “Ben jij ook met je hondje aan het wandelen?”
“Nee,” zegt Joris en draait de andere kant op.
“Waarom ben je boos?”

De toveropa

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Met een gil vliegt Joris overeind. Hij gooit de dekens van zich af en slaat zijn armen om zijn knieën. Hondje wordt er wakker van en springt naast Joris op bed. Joris slaat een arm om Hondje heen.
“Ik heb zo akelig gedroomd,” zegt Joris.
“Weet je het nog?” vraagt Hondje.
Joris knikt. “Er was een grote man met een lange rode jurk aan en een hoge puntmuts op. En ik zag allemaal vuur en hoge vlammen en rook en de man lachte heel raar. Het was net of ik hem kende.”

Tara en Taro vinden een klavertje vier

0

De familie hond zit aan tafel: puppy’s Tara en Taro, Moeder Hond en Vader Hond. Het is nog vroeg in de ochtend. Tara propt snel haar broodje naar binnen.
“Dat was een lekker ontbijt,” roept ze. “Maar ik zit nu echt zo vol!”
“Ik ook!” zegt Taro. “Moet je mijn buikje eens zien!”
Moeder en Vader Hond lachen.
“Er is nog één broodje over,” zegt Moeder Hond. “Waarom brengen jullie die niet even naar meneer Eend? Ik denk dat hij ook wel zin heeft in een lekker broodje!”
“Ja, dat kunnen we wel doen,” zegt Taro.

Lot en Lex – Samen spelen

0

“Stommerd!” roept Lot.
“Je bent zelf stom!” schreeuwt Lex terug.

Lot en Lex staan boos tegenover elkaar. Allebei hebben ze de helft van een kapot duplohuis vast. De grond van Lots kamer ligt helemaal vol met duploblokjes.
Lot zet haar vrije hand in haar zij. “Jij bent echt een baby.”
Lex stampt met zijn voet op de grond. “Nietes, ik ben al vier.”
Lot steekt haar kin de lucht in. “Vier is echt een baby.”
“Nietes!” gilt Lex.
“Welles!” gilt Lot terug.
Tranen springen in ogen van Lex. “Nietes. Ik ben geen baby.”

Olivier wil koning worden

0

Olivier hangt in de zetel, hij verveelt zich. Hij heeft geen zin om te bouwen, geen zin om met zijn dinosaurussen te spelen, geen zin om te knutselen en zelfs geen zin om te dansen. En dansen is toch wel wat hij het liefste doet.
Opeens verschijnt op tv de Koning van het land. Het is een oude koning met heel veel rimpels, met witte haren en dunne kromme beentjes. Zijn hoofd lijkt wel te groot want zijn kroon past er maar net op. Hij kijkt een beetje sip. Moe leunt hij op zijn gouden rollator terwijl hij vertelt geen koning meer te willen zijn. “Ik heb er geen zin meer in, ik wil met pensioen! Wie mij wil opvolgen moet me een brief sturen en dan kom ik bij je langs om te kijken of je geschikt bent om de nieuwe koning te worden.”

Boeba’s

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Boeba’s zijn rupsvormige dieren
die elke dag het leven vieren.
Ze zitten vaak tussen de struiken,
waar ze met hun buiken over de grond kruipen.
Ze zullen doorzichtig worden, zodra je ze ziet,
dus echt goed naar ze kijken kun je niet.

Terug van Nevherland

0

Joris vond op zolder een ver-reishoedje en reisde per ongeluk naar Nevherland. Gelukkig is Hondje er ook bij. Samen gaan ze op zoek naar het huisje van de heksen waar de moeder van Joris vroeger in de leer was.

Samen gaan Joris en Hondje op pad. Het pad leidt hen steeds dieper het bos in. De bomen worden alsmaar hoger, de zon is niet meer te zien. Het wordt donker. Ineens stopt Joris. Hij houdt zijn hand achter zijn oor.
“Luister,” zegt hij en steekt een vinger in de lucht. “Ik hoor iets.”
“Ssssst, vlug de struiken in,” sist Hondje.
Het geluid van galopperende paardenhoeven komt snel dichterbij.