Truitje

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Het was hartstikke koud die winter. Toch moest mijnheertje Talon zijn warme huisje uit omdat hij voor vrouwtje Warmgevoel de bollen wol ging kopen die ze nodig had om zijn wintertrui af te krijgen voor de Kerst.

Truitje Warmgevoel wist wel waarom zij voor Pan een trui wilde breien. Pan was de voornaam van mijnheertje Talon en zij vond hem een leuke man die altijd zomaar een vriendelijk woordje voor haar klaar had.

Pan Talon, op zijn beurt, voelde ook wel iets voor Truitje. Sinds het overlijden van zijn lieve vrouwtje Elsje voelde hij zich soms erg eenzaam. Telkens hij voorbij de raampjes van Truitje Warmgevoel kwam, kreeg hij een warm gevoel vanbinnen als hij haar zo bezig zag in haar gezellige huisje.

Aan die raampjes hingen kanten gordijntjes, door Truitje zelf geklost. Ze droeg ook steeds snoezige kanten kapjes, die ze voor zichzelf had gehaakt.

Een tijdje terug had hij het kaartje opgemerkt aan een van de raampjes. Het was een rond kartonnetje dat je vindt onder een taartje van bij de bakker. Er stond in mooie letters geschreven:

Voor wie de wol meebrengt
Brei ik een warme trui
Voor ’t werk hoeft niet betaald
Tenzij met dropjes of wat thee
En wie sterk is
Neemt een houtblok voor
Mijn kacheltje mee

Pan had geen minuut getwijfeld toen hij het kaartje las. Hij stapte gezwind naar het dorpswinkeltje en kocht er vijf bollen dikke donkerblauwe wol. Uit zijn schuurtje nam hij vijf grote blokken hout mee. Daarmee trok hij naar vrouwtje Warmgevoel en belde aan.

“Kom binnen,” riep Truitje toen ze het klokje aan haar deur hoorde klingelen.
“Dag mevrouwtje”, zei Pan ietwat verlegen.
“Ik zie meteen waarvoor je komt,” zei Truitje, “leg de wol maar op de tafel en het hout mag je meteen in de mand deponeren want zoals je merkt is die haast leeg.”

Zo gezegd, zo gedaan. Van zodra het hout in de mand lag vroeg Truitje: “Zal ik meteen maar jouw maten nemen?”
“Dat is best,” zei Pan.
Truitje vroeg hem de armen te strekken en mat zijn borstomtrek. Zij mat ook zijn halsomtrek en de lengte van zijn armen. Dan volgde de rugbreedte. “Zo, klaar is Kees,” zei Truitje.
“Neen, ik heet niet Kees, ik heet Pan,” zei Pan.
Truitje schaterde het uit. “Zo, Pan, jij bent wel een grapjas, denk ik.”
“Duurt het lang eer hij klaar is, die trui?” vroeg Pan.
“Een tiental dagen moet je rekenen, beste man,” zei Truitje, “ik heb eerst nog enkele andere werkjes op te knappen.”

Tien lange dagen gingen voorbij. Soms kwam Pan voorbij het huisje van Truitje, maar hij durfde niet binnen te gluren. Truitje daarentegen zag hem vanachter haar zelf gekloste gordijntjes en glimlachte. Op de negende dag legde zij de laatste hand aan de trui van heertje Talon.

Hij was best groot en breed, die trui, en zij stelde er zich met rode wangetjes het forse
lichaam van de man bij voor. “Foei,” dacht ze, “ernstig blijven. Goed dat Kees niet in de buurt is. Kees? Ach neen, hij heette Pan natuurlijk. Zoals in koekenpan!” Opnieuw kreeg ze een blos op de wangen.

~~~

De volgende dag stond Pan al vroeg in de morgen bij haar aan de deur. Hij had extra houtblokken mee.
“Wat aardig,” zei Truitje, en meteen voelde ze weer dat ze bloosde.
Pan merkte het en zei: “Straks gaan die wangetjes nog roder kleuren door dat gloeiende kacheltje.”

Aan die tiende dag kwam maar geen eind. Na krentenkoek en koffie was er ’s middags soep en gehaktballetjes met wortelpuree en tussendoor verhalen uit lang vervlogen dagen en over de tijd van tegenwoordig en heel op het laatst, na het avondmaal en een borreltje graanjenever, werd zowaar over de toekomst gepraat.

Toen het kacheltje beneden uitdoofde, lagen Truitje en Pan al lang warmpjes samen onder de wol. Op de stoel naast het ledikant lag een kanten kapje boven op een prachtige pas gebreide donkerblauwe trui.

Nichtje Josephine

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

De vorige keer kwam de freule langs met Tobias, of Joris even op hem kon passen. Bij het boodschappen doen liep het mis, Tobias ging er vandoor. Hondje is naar ‘m op zoek. Joris bracht de boodschappen ondertussen thuis.

Er wordt op de achterdeur geklopt en freule Amalia komt binnen met een meisje aan de hand.
“Dag allemaal, ik kom Tobias ophalen en dit is mijn nichtje Josephine. Ze komt een poosje bij mij logeren omdat haar ouders naar het buitenland zijn. Haar vader, baron von Serooskerke is namelijk een belangrijk persoon.”
Joris kijkt naar Josephine. Zo’n mooi meisje heeft hij nog nooit gezien. Ze heeft lange blonde krullen en blauwe ogen. Ze lijkt wel een prinses uit een sprookjesboek.

Op Tobias passen

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Joris zit aan de keukentafel met zijn autootjes te spelen. Vroem… Vroem…
Er wordt op de achterdeur geklopt. Dat is raar. Joris kijkt naar Hondje, maar die ligt rustig in zijn mand te slapen. Dus zal het wel goed volk zijn, denkt Joris.
Voor de deur staat freule Amalia met haar hondje Tobias.
“Dag Joris,” zegt ze. “Kom ik gelegen?”
“Vader en moeder zijn niet thuis,” zegt Joris.
“Ik kom voor jou,” zegt de freule en stapt de keuken binnen.

Een hart voor moeder

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Marthe was samen met haar zus Lien aan het knutselen. Ze wilden allebei een super mooi cadeau maken voor hun mama. Want Marthe en Lien wilden ‘dank je’ zeggen aan hun mama voor alles wat ze deed.  Ze hielp hen met aankleden, ze bracht hen naar school, als iemand een pijntje had dan deed mama er een zoen op om de pijn weg te doen, ze ging met hen winkelen, ze las ’s avonds verhaaltjes voor…
Nu het Moederdag was, gingen ze dus voor haar aan de slag.

Prinses Kokiko gaat buiten spelen

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Gisteren ontdekte prinses Kokiko een vlinder-vriendin. Ze gaf ze de naam Falderie en schilderde haar vleugels. Daarna kwamen nog veel andere vlinders een naam en mooie kleuren halen…

Prinses Kokiko doet het raam open. De zon schijnt. Ze staat op haar tenen en kijkt naar buiten. Beneden spelen de kinderen in het dorp. De bomen dragen roze bloemen en overal vliegen de mooiste vlinders.

Kokiko trekt haar mooiste prinsessenkleren aan. Ze lijkt zelf wel een vlinder. Ze gaat op de stoel aan tafel zitten, maar er gebeurt niks.

Misschien heb ik alle vlinders die er zijn al beschilderd, denkt prinses Kokiko, wat jammer. Ik verveel me zo. Ze pakt een boek en gaat lezen. Nee, niet leuk. Ze doet het boek weer dicht. Wat moet ik nu doen? Ze doet de televisie aan en meteen weer uit. Bah! Nu ben ik alweer alleen. Dat vind ik stom.

Prinses Kokiko de Vlinderprinses

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

“Prinses Kokiko!” roepen een paar kinderen. “Kom je ook spelen!”
De kinderen staan onderaan de allerhoogste toren van het paleis. Er gebeurt niks. De prinses kan het niet horen, haar kamer is te hoog.

Prinses Kokiko zit op haar bed met de armen om haar benen geslagen. Ik verveel me zo, denkt ze, nu moet ik alweer de hele dag op mijn kamer blijven. Waarom mag ik nooit eens naar buiten van papa koning en mama koningin?
Zo gaat dat iedere dag.
De kamer van de prinses staat vol met speelgoed. Ze vindt er niks aan. De meeste tijd staat ze aan het raam en kijkt naar beneden. Dan ziet ze de kinderen beneden in het dorp spelen. Of ze roepen iets naar boven wat ze niet kan verstaan.

Poezenbeest

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Poezenbeestje is zoek. Mare kan niet slapen zonder haar vriendje.
“Mama, zoeken,” vraagt Mare. Mama streelt Mare over haar haartjes.
“Mama gaat zoeken. Ga jij alvast maar in je bedje liggen. Ik kom zo.”
Mare stapt haar bed in. Met haar knuistjes stevig om de dekens gevouwen zit ze met haar rug tegen de hoofdsteun aan. Ze denkt en denkt. Waar zou ze haar poezenbeestje toch verstopt hebben? Ze speelt graag verstoppetje met haar knuffels. Alleen deze keer had ze poezenbeestje wel heel goed verstopt.

Mama komt haar kamer weer in. “Ik kan hem niet vinden liefje. Hoe gaan we dit nu oplossen?”
Mare weet het niet. Ze begint te snikken. Mama gaat snel naast haar zitten. “Weet je wat? Ik ga je alvast een verhaaltje voorlezen. Als jij nu pandabeertje vasthoudt, dan kun je alvast gaan liggen.”
Zo gezegd, zo gedaan. Mama begint voor te lezen. Mare houdt stevig pandabeertje vast. Ze gaat liggen en kruipt lekker warm onder de dekens. Hé, dat voelt ook wel fijn. Pandabeertje is zo lekker zacht. Mare luistert naar mama’s zachte stem. Langzaam gaan haar oogjes dicht. Ze valt in slaap.
Mama is klaar met lezen en dekt Mare nog even toe. Flink van Mare, vindt ze, zomaar slapen zonder haar lieve poezenbeestje. Mama gaat nog even zoeken in de kamer. En zomaar vindt ze poezenbeestje in de boekenkast. Verstopt achter een stapel boeken. Mama lacht.

De volgende morgen wordt Mare wakker. Ze herinnert het zich: poezenbeestje is weg! Ze geeft pandabeertje een kusje en legt hem op haar kussen. Ze heeft zomaar alleen geslapen. Zonder haar favoriete poezenbeestje. Mare is erg blij. Ze heeft blijkbaar poezenbeestje niet meer nodig om te kunnen slapen. Maar ook een beetje verdrietig. Want waar is poezenbeestje nu?
“Mare, ben je wakker? Kijk eens wat ik in de boekenkast gevonden heb?” zegt mama als ze Mare haar kamer binnen komt.
“Poezenbeestje!” roept Mare blij. Ze pakt haar vriendje en legt hem naast pandabeertje. Voor vanavond.

Het geeft niet als haar vriendjes verstopt zijn. Ze slaapt ook prima met een nieuw vriendje.
“Ik ben al groot hé mama? Ik kan al zonder poezenbeestje slapen. Vind je dat niet flink van mij?”
Mama lacht en geeft Mara een knuffel. “Ja, jij bent al een hele grote flinke meid.”

De verjaardag van de koning

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

In het eerste deel van het verhaal ontving de familie Verschuren een gouden enveloppe. Ze hadden de hoofdprijs gewonnen! Maar van wat?
De burgemeester verklaarde dat de koning volgend jaar naar hun dorp zou komen om z’n verjaardag te vieren. Freule Amalia en meneer Hinkepink willen beiden de leiding nemen, maar…

“Kunnen jullie het dan niet samen doen?” vraagt de burgemeester.
Meneer Hinkepink en freule Amalia kijken elkaar verschrikt aan.

“Als die man denkt dat hij het beter weet, moet hij het maar doen,” zegt freule Amalia en haalt haar neus op. “Ik weet als ik teveel ben. Ik trek me terug.”
“Als meneer Hinkepink de leiding krijgt, wordt het vast een akelig feest,” fluistert moeder in vaders oor. “Hier moet iets gebeuren.”
“Doe geen domme dingen hoor,” zegt vader.

De hoofdprijs

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

De deurbel klinkt.
“Joris,” roept moeder van boven. “Doe jij even open. Ik ben de was aan het ophangen.”
Voor de deur staat een man met een rode pet op en een grote tas voor zijn buik.
“Dag jongeman,” zegt hij. “Ik heb een brief voor jullie. Hij is zo groot dat hij niet door de brievenbus kan.” Hij geeft Joris een grote goudkleurige envelop.
“Dank u wel, meneer,” zegt Joris netjes.
“Wie was dat?” roept moeder van boven.
“Een gouden envelop,” antwoordt Joris.
“Een wat… ?”

Een wedstrijdje jeu de boules

0
Norro, Boule on grass, CC BY-SA 3.0

Jasper en Sanne zitten op de bank en kijken naar de televisie.
“Ik vind het een stomme film,” zegt Jasper.
“Ik vind er ook niets aan,” zegt Sanne.

“Hebben jullie zin om naar het park te gaan? Wat frisse lucht en beweging is goed voor ons. We gaan jeu de boules spelen,” zegt Sannes moeder.
“Wat is dat?” vraagt Jasper.
“Dat is een balspel. Ik zal het je wel leren,” zegt Sannes moeder.
Ze loopt naar de schuur en komt terug met een set gekleurde ballen.