Charlotte en de spinnen op haar kamer

129

Charlotte leefde samen met haar mama, papa en 2 grote broers. Thuis kon het nogal druk zijn met zoveel mensen, maar Charlotte bleef het kleine prinsesje van iedereen. Als mama of papa niet konden helpen, dan stonden de grote broers voor haar klaar. Charlotte was een flinke grote meid, behalve bij één iets: ze was namelijk bang voor spinnen! Als ze een spin in haar kamer vond, sliep ze er niet in. Dan ging ze naar de kamer van mama en papa of van één van haar broers.
Ze zei altijd: “Ik ben niet graag alleen, dus die spin ook niet. En ook al is éne spin weg, zijn vriendje zal dan nog op mijn kamer zitten!”

In de vakantie kwam Tine babysitten. Tine was de nicht van Charlotte. Mama en papa wilden samen iets gaan eten en haar broers waren op kamp. Dus Charlotte en Tine waren alleen thuis. Zo had Charlotte het eigenlijk het liefst, want dan hadden ze een echte meidenavond! Ze schilderden dan hun nagels in felle kleuren en, wat Charlotte nog het leukste vond, Tine maakte haar haren dan heel mooi.

Na een hele avond gespeeld te hebben was het tijd voor bed. Charlotte had haar pyjama al aan en ging net in bed kruipen, toen ze een spin zag! Ze liep meteen haar kamer uit en holde naar Tine.

“Tine! Tine! Er zit een spin op mijn kamer!” riep ze terwijl ze bij haar nicht kwam.
“Dat is toch niet zo erg? Ik zal hem wel buiten zetten,” antwoordde Tine rustig.
“Maar dat is wel erg! Want zijn vriendje zal je niet vinden en dan gaat hij komen als ik slaap en hij gaat mij bijten!” weende ze bang.
“Kom eens mee Charlotte, ik zal je iets laten zien,” zei Tine.
“Maar ik wil niet! Ik ben bang van spinnen!” riep ze, terwijl Charlotte haar meenam naar haar kamer.
“Ik ga je handje niet loslaten, maar je hoeft niet bang te zijn van de spin. Kijk maar.”

Ze bukte zich naar de spin en de spin rende weg.
“Die spin is banger van jou dan jij van hem,” legde Tine uit. “Probeer jij het nu eens.”
Charlotte bukte zich voorzichtig en ook bij haar liep de spin weg.
“Wauw, die spin is écht bang van mij,” zei ze verwonderd.
“Dat is juist,” antwoordde Tine, “en hij zal je dus ook niet ‘s nachts komen bijten in je bedje.”
Zo had Charlotte er nog nooit over nagedacht. Ze knikte.
“Maar we zullen hem nu maar terug in de tuin zetten, want daar hoort hij ook te leven,” stelde Tine voor. “Wil jij dat anders niet doen?”

Charlotte hielp de spin in de tuin te zetten en daarna sliep ze in haar eigen bed. Vanaf dan sliep ze elke nacht in haar eigen bed, zélfs als ze een spin had gevonden. Want Charlotte was een superflinke meid. Dat vonden mama en papa en de grote broers ook!

Reageer!