Op een morgen liep Erik met zijn opa door de buurt waar hij met zijn vader en moeder woonde. Opa was een keertje verkeerd gelopen en Erik begon moe te worden. Maar toen ze bijna aan het einde van de lange wandeling waren, zag Erik opeens iets heel bijzonders. Hij kon zijn ogen bijna niet geloven! Daar, aan de rand van de stoep, met nog wat andere rommel, stond een TRACTOR! Erik had altijd al een tractor willen hebben!

Opa bekeek de tractor en zag al snel waarom het voertuig bij het grofvuil was gezet.
Er zaten wel trappers aan om met de tractor te kunnen rijden, maar de stang waarmee de achterwielen konden draaien, was afgebroken.
“Kan hij nu nooit meer rijden, opa?” vroeg Erik.
Opa keek nog eens goed en zei toen: “Ik denk wel dat ik dat karretje weer aan het rijden krijg.”

Opa tilde de tractor op en droeg hem naar Eriks huis. Zijn grootvader dook meteen de schuur in. Hij draaide een paar schroeven los en even later lag de hele aandrijving van de tractor al op de werkbank.

Afbeelding van ambermb via Pixabay

Die middag ging hij samen met Erik naar de smid in het dorp.
“Beste smid,” zei opa, “kunt u deze twee stukken ijzer weer aan elkaar lassen?”
Welnu, dat kon de smid wel. “Kom morgen maar weer terug,” zei hij.

De volgende dag gingen ze weer terug naar de smid. Gelukkig had hij alles keurig netjes kunnen repareren en nog diezelfde middag had opa het karretje weer in elkaar gezet. Trots als een pauw zat Erik op het stoeltje van de tractor en reed hij rond zijn huis. O, wat was hij blij met zijn mooie groene tractor!

Er gingen een paar dagen voorbij en Erik speelde elke dag met zijn nieuwe tractor. Ook zijn vriendjes mochten er af en toe een ritje mee maken. De ene dag maakten ze een reis door de wijk waar Erik woonde en de andere dag reden ze weer door een andere wijk.

Op een dag gebeurde er echter iets verschrikkelijks! Die middag was Erik weer met zijn tractor gaan rijden. Na een uur kwam hij opeens hard huilend naar huis gelopen. Zijn moeder schrok ervan! Zo had ze haar zoon nog nooit horen brullen. Eerst kon ze absoluut niet verstaan wat Erik haar probeerde te vertellen. Maar na een kwartiertje begreep ze eindelijk wat er gebeurd was. Tijdens een ritje met zijn tractor was Erik in de buurt gekomen van de straat waar hij met zijn opa de tractor had gevonden. Opeens was er een grotere jongen op hem afgerend en die had geschreeuwd: “Wat doe jij met mijn tractor? Geef hier dat ding! Die is van mij! Die tractor heb jij van ons gestolen! Gewoon van de straat gepakt en mee naar huis gesleept!”
Voor Erik wist wat er gebeurde, had de jongen hem van de tractor afgetrokken en was hij er met zijn mooie groene karretje vandoor gegaan. Erik had nog geschreeuwd:
“Die tractor heeft mijn opa zelf gemaakt!”, maar de jongen had hem al niet meer gehoord.

“Weet je nog bij welk huis de tractor toen stond?” vroeg Eriks moeder.
Nee, dat wist hij niet. Hij had toen meer naar de tractor gekeken dan naar de omgeving. Zijn moeder pakte meteen de telefoon en belde opa op. Ze vertelde het hele verhaal.
Opa was woedend. “Zomaar de tractor afpakken! Ik wil die knaap wel eens spreken!” riep hij door de telefoon. “Ik kom er meteen aan!”

En ja hoor, een uurtje later liep Erik al met zijn opa door de straten. Opa keek goed naar de huizen en opeens riep hij: “Daar staat die rode bloem voor het raam! Daar zocht ik naar! Hier gaan we aanbellen.”

Een vrouw deed de deur open. Opa vroeg: “Hebt u vorige week een tractor bij het grofvuil gezet?”
De vrouw deed net alsof ze van niets wist.
“Ik zal het eens aan mijn man vragen,” zei ze.
Op dat moment ging er een deur achter in de gang open. Een jongen vroeg:
“Wie is er aan de deur?”
Erik had nog net gezien dat er achter die deur iets groens stond en hij wist zeker dat dit de jongen was die zijn tractor had afgepakt. “Jij hebt mijn tractor gepikt!” riep hij boos.
“Ik zag hem net achter die deur daar staan!”

De jongen begon vreselijk te huilen. Zijn moeder trok hem naar zich toe. Toen vertelde zij haar verhaal: toen de tractor kapot was gegaan, had de jongen, die Kees heette, zo gehuild. Maar zijn vader wist niet hoe hij de tractor moest repareren. Kees had dat zo erg gevonden dat hij er een paar nachten niet van had kunnen slapen. Toen hij vanmiddag zijn tractor weer terug had gezien, had hij hem van Erik afgepakt.
“Je mag hem weer terug hebben, hoor,” zei Kees. “Jouw opa heeft hem voor jou gerepareerd en misschien krijg ik ooit wel eens een nieuwe.”
Kees had tranen in zijn ogen en het scheelde maar een haartje, of Erik was mee gaan huilen. Toen zei Erik: “Als je weer eens een stukje met je oude tractor wil rijden, kom dan gerust maar bij me langs!”

En zo werden Erik en Kees dankzij de tractor de beste vrienden!

Reageer!