By Generalitat de Catalunya - Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=14982215

Heel lang geleden, in een land hier ver vandaan, woonde eens een prinses die Roosje heette. Roosje hield van bloemen! Zoveel zelfs, dat ze haar kamer in de toren van het kasteel helemaal had laten volschilderen met bloemetjes. Ze hield zoveel van bloemen, en de mensen hielden zoveel van haar, dat ze elke dag verse bloemen kreeg. De naaisters van het kasteel hadden zijden bloemen voor de versiering van haar jurken, en haar gordijnen waren gemaakt van stof met bloemetjes op.
Zelfs de kok kweekte in de kasteeltuin eetbare bloemen, zodat hij elk gerecht met bloemen kon versieren.

Op een dag gebeurde het dat Roosje oud genoeg was geworden om te trouwen. Haar vader, de koning, nodigde de prinsen van de andere koninkrijken uit voor een feest, zodat de prinses hen allemaal kon zien. Ze kwamen in hun beste kleren, rijkelijk versierd met goud en zilver, en hadden allemaal een cadeau voor de prinses mee: de éne bracht juwelen, de andere gaf een rijkelijk versierd kleed, nog een ander gaf een mooi wit paard als geschenk…
Roosje vond het allemaal prachtig. Ze was heel blij met de geschenken en had veel plezier met de prinsen. Maar om met één van hen te trouwen? Nee, dat zag Roosje niet zitten. Zo leuk vond ze die prinsen nu ook weer niet…

De koning was ten einde raad: hij had geen prinsen meer over om uit te nodigen. Er moest toch iemand bestaan die zijn dochter gelukkig kon maken?

~~~

Florian was aan het werk in de serre achter de bloemenwinkel van zijn moeder. Voor de verjaardag van Saartje had haar man aan hem gevraagd een bijzonder boeket samen te stellen. Florian wilde in het boeket voor het eerst een nieuw soort rozen gebruiken, rozen die hij zelf had gekweekt. Ze waren niet rood, of geel, of oranje, niet wit, niet roze en zelfs niet blauw… Ze hadden verschillende kleuren tegelijk! Voorzichtig selecteerde hij er een aantal en verwerkte ze in een mooi boeket.
De man van Saartje feliciteerde Florian toen hij het resultaat te zien kreeg.
“Wat een prachtig boeket Florian! Je bent een echt wonder met bloemen,” zei hij.

~~~

Ook Saartje vond het boeket prachtig. En toen haar vriendinnen op bezoek kwamen, vonden ook zij het prachtig. Ze vonden het zo prachtig, dat ze het aan iedereen die ze kenden vertelden. En die vertelden het dan ook weer verder… Het duurde niet lang tot zelfs op het kasteel werd verteld over de wonderlijke bloemen.

“Rozen in verschillende kleuren tegelijk? Wat een wonderlijk idee!” dacht de prinses, toen ze het hoorde van haar hofdames. Iemand die dat kon, die was vast enorm goed met bloemen.
“Haal de maker naar hier!” beval ze.
De soldaten trokken er op uit en vonden na wat rondvragen al snel de bloemenwinkel. Ze pikten Florian op en brachten hem naar het kasteel, waar hij aan de prinses werd voorgesteld.

Florian was zeer zenuwachtig, hij was nog nooit op het kasteel geweest. Maar de prinses vroeg hem naar zijn bloemen en vertelde over haar eigen kweeksels en zo kwam Florian al snel tot rust. Hij vergat dat hij op het kasteel was, hij vergat zelfs dat hij tegen de prinses van het koninkrijk bezig was, zo gepassioneerd vertelde hij over zijn bloemen. Roosje vond het fantastisch! Iemand die echt tegen háár praatte en haar niet behandelde als “de prinses” maar gewoon als een andere bloemenfanaat.
Ze praatten en praatten en zonder dat ze er erg in hadden gingen de uren voorbij. Wanneer het tijd werd voor het avondeten nodigde Roosje hem zelfs uit om te blijven en mee te eten.

~~~

Toen de koning naar de eetzaal kwam, wist hij niet wat hij zag. Zijn dochter zag er zo gelukkig uit! Snel wenkte hij één van de hofdames voor wat uitleg.
“Wie is die jongen waar mijn dochter het zo goed mee kan vinden?” vroeg hij.
“Uwe Hoogheid… Dat is Florian, de maker van de rozen waar iedereen het over heeft,” antwoordde ze.

“Hmm, een bloemist…” dacht de koning bij zichzelf, “dat is iemand die het beste uit de dingen kan halen, die als het nodig is ook durft te snoeien als een plant daar beter van wordt… Iemand die werkt met natuur is iemand die ook over lange termijn kan nadenken… Maar toch. Er is nog wel een verschil tussen een bloemenwinkel en een koninkrijk. Laat ik hem eens testen.”

De koning ging mee aan tafel en werd aan Florian voorgesteld. Roosje was een beetje zenuwachtig. Wat zou haar vader van Florian vinden?
“Florian, jongen,” zei de koning, “ik heb een opdracht voor je. Ik wil volgende maand een groot feest geven voor de verjaardag van mijn vrouw, de koningin. Heel dat feest moet met bloemen versierd worden: bloemen op de trappen langs waar ze naar beneden komt, bloemen op alle tafels en in de zaal… En in de inkomhal van het kasteel wil ik een meesterwerk van bloemen hebben ter ere van haar verjaardag.”
“Oei, Uwe… Uwe Hoogheid…” antwoordde Florian, “dat is wel een hele grote opdracht! Maar ik speel het klaar.”

Hij ging na het eten meteen aan de slag: hij vroeg al zijn vrienden om te komen helpen. En dat deden ze graag, want Florian had hen ook altijd geholpen als ze daarom vroegen. Ook de hofdames deden enthousiast mee. Zelfs prinses Roosje werd regelmatig in het kasteel gezien met tuinhandschoenen aan of druk in de weer met een gieter.
Florian dirigeerde. Hij had in zijn hoofd welke bloemen hij waar wou hebben, welke planten hij zo of zo wou gesnoeid hebben, en de hele dag sprak hij met iedereen om raad te geven, bij te sturen en te motiveren. Zo werd zijn visie beetje bij beetje gerealiseerd.
‘s Avonds, als iedereen moe naar huis ging, trok Florian zich terug in de serre achter de bloemenwinkel van zijn moeder. Daar werkte hij nog tot ‘s nachts verder aan zijn meesterwerk: een reusachtige palm plant, gesnoeid in de vorm van de koningin en versierd met zijn speciale rozen.

Zo ging het verder, dag na dag, tot de maand verstreken was en de tijd van het feest was aangebroken. De hele avond liep Florian zenuwachtig. Zou de koningin het wel goed vinden? Wat zou de koning er van zeggen? En wat vond Roosje van zijn meesterwerk?

Na afloop van het feest werd Florian bij de koning en de koningin geroepen. Roosje stond achter hen en zag er zenuwachtig uit. Ze had Florian in de laatste maand heel goed leren kennen en… was op hem verliefd geworden. En hij op haar. Maar wat als haar ouders zijn werk nu niet goed vonden?
“Florian, jongen,” zei de koning, “ik wist wel dat je goed met bloemen was. Maar mijn Roosje is een prinses! En dat betekent dat de man die met haar trouwt, ooit koning wordt. Ik heb je deze opdracht gegeven, zodat ik zou kunnen zien of je ook kunt leiden en inspireren. En daar ben je uitstekend in geslaagd!”

Roosje sprong een gat in de lucht. De koningin keek haar vragend aan en zei: “Vond je het zo belangrijk dan, Roosje, dat we tevreden zouden zijn?”
“Wel euhm…” antwoordde Roosje blozend, “euhm… wel…”
De koning lachte: “Ons Roosje die niet weet wat gezegd, dat gebeurt niet elke dag! We weten wel dat er iets bloeit tussen jou en Florian. Je hebt onze zegen.”

Toen ze dat hoorde, vloog Roosje Florian in de armen. Eindelijk had ze iemand gevonden bij wie ze zichzelf kon zijn en die evenveel van bloemen hield als zij! Vanaf die dag waren ze onafscheidelijk. Het duurde dan ook niet lang tot ze trouwden.
En ze leefden nog lang en gelukkig samen.

Reageer!