Vanessa Vos woonde samen met haar familie in het bos. Ze had één zus, die heette Veronique, en twee broers: Valentijn en Victor. Vanessa had een rosse vacht en scherpe oren.
Haar familie woonde in tunnels onder de grond. Die groeven ze helemaal zelf. Vanessa hield er van om samen met haar broers en zus te spelen, maar ze vond jagen ook heel leuk. Vossen eten bijna alles: noten, bessen, eieren, maar ook vissen en zelfs insecten! 

Het was herfst in het bos. De blaadjes werden bruin en alle diertjes aten zoveel als ze konden om zich voor te bereiden op de winter. Dat deden ook Vanessa en haar familie. Broer Victor was mee met mama en papa om extra veel eten te halen. In deze tijd van het jaar aten ze vooral insecten en nootjes. Vanessa at het liefste hazelnoten. 

Omdat alle blaadjes bruin werden, kon Vanessa zich heel goed verstoppen. Haar vacht had een bruine rosse kleur en dat leek heel goed op de kleur van de blaadjes.
Ze was bezig stilletjes en voorzichtig achter haar broer Valentijn aan te sluipen. Valentijn probeerde een vis te vangen. Hij zat heel stil aan de zijkant van het riviertje en tuurde gespannen in het water. Toen Vanessa achter hem was gekomen, riep ze: “Verrassing!”
Valentijn sprong op van het schrikken, recht het water in plons.
“Dat was niet leuk Vanessa! Ik ging net een vis vangen!” riep Valentijn toen hij weer boven kwam.
“Maar je moest je snuit zien!” lachte Vanessa.
Hij kwam weer uit het water geklommen en schudde zijn vacht uit brrrr. “En je bent nu helemaal donzig!” riep Vanessa, en ze lachte nu nog meer.
Valentijn liep boos weg naar hun holletje.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Vanessa speelde nog wat in het bos en verzamelde een boel hazelnoten. Die zou ze straks bij het dessert opeten, lekker! Maar toen ze thuiskwam wachtten haar mama en papa op haar. Ze keken boos…
“Vanessa, waarom heb je je broer in het water geduwd? Hij kwam helemaal nat thuis! Je weet dat dat niet mag,” begon haar mama.
“Maar ik heb Valentijn helemaal niet in het water geduwd!” antwoordde Vanessa. “Ik heb hem doen schrikken en hij is in het water gevallen… Ik heb alleen maar een grapje gemaakt.”
“En met je broer lachen in de plaats van hem uit het water te helpen? Was dat ook een grapje?” vroeg mama boos.
Vanessa wist niet goed wat te zeggen. Ze besefte plots dat ze toch iets verkeerd had gedaan.
“Ik kan begrijpen dat je een grapje wil uithalen en wil spelen,” zei papa even later, “maar als het mis loopt moet je je verantwoordelijkheid nemen. Dat wil zeggen dat je moet doen wat je kunt om het weer beter te maken. En dat heb je niet gedaan.”
Vanessa keek beschaamd naar haar voorpootjes. 

Die avond, bij het eten, zei ze “sorry” tegen haar broer Valentijn. En bij het dessert deelde ze haar hazelnoten met hem. Om het goed te maken. En om te tonen dat ze het haar écht speet. 

Papa keek haar glimlachend aan en stak zijn duim omhoog. Vanessa bloosde een beetje: ze was beschaamd dat ze iets verkeerd had gedaan, maar toch ook een beetje trots dat ze het nu goed had gemaakt. En dat papa het oké vond!

Vanessa vond de herfst nog steeds leuk om te spelen en grapjes uit te halen met haar broers en zus, maar ze zou in het vervolg wel beter opletten waar en wanneer ze dat deed. 

Vorig verhaalIn het donker zie je niets
Volgend verhaalAppeltje en eitje

Reageer!