CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Vanessa Vos woonde samen met haar familie in het bos. Ze had één zus, die heette Veronique, en twee broers: Valentijn en Victor. Vanessa had een rosse vacht en scherpe oren.
Haar familie woonde in tunnels onder de grond. Die groeven ze helemaal zelf. Vanessa hield er van om samen met haar broers en zus te spelen, maar ze vond jagen ook heel leuk. Vossen eten bijna alles: noten, bessen, eieren, maar ook vissen en zelfs insecten! 

Het was winter in het bos. Alles lag onder de sneeuw. De grond was wit, de takken van de bomen waren wit en het meer was bevroren. Gelukkig had Vanessa haar wintervacht. Die was zo dik dat ze het niet koud kreeg.
In de winter was er ook niet zoveel eten te vinden. Er hingen geen noten aan de bomen, geen bessen aan de struiken… Vissen kon je niet als het meer bevroren was…
Bij haar thuis hadden ze daarom een hoop eten verzameld vóór de winter.

Vanessa vond de winter niet zo leuk. Er was niet veel om te eten en héél veel diertjes deden een winterslaap. Haar vriend Bram Beer bijvoorbeeld, die sliep de héle winter. Dus nu moest ze met Veronique, Valentijn en Victor spelen. Mama en papa konden niet meespelen. Mama moest voor het hol zorgen en papa ging altijd eten zoeken, in de hoop nog iets extra te vinden in het winterlandschap.

Vanessa was samen met Veronique op het ijs aan het spelen. Papa had gezegd dat het dik genoeg was. De zusjes waren rondjes aan het draaien op het ijs. Haar broers vonden schaatsen niet leuk. Ze noemden het iets voor meisjes. Dat was alleen maar omdat ze het zelf niet zo goed konden, de flauwerds. Maar Vanessa en Veronique vonden het niet erg, ze speelden graag samen.

Veronique probeerde op twee poten te schaatsen. Dat was heel moeilijk, want vossen lopen normaal op 4 poten. Het lukte haar bijna toen opeens bam een sneeuwbal tegen haar snuit vloog.
“Yelp! Het was me bijna gelukt sufkop!” riep Veronique boos.
“En dan, schaatsen is toch geen echte sport. Het is iets voor meisjes,” riep Victor, met zijn tong uit zijn snuit hangend.
“Dat zeg je maar omdat je het niet kan!” riep Veronique.

Victor zag het als een uitdaging en stapte op het ijs. Op wankelende pootjes ging hij verder.
“Zie je wel dat ik het kan!” riep Victor trots.
En dan boem Victor viel op zijn poep.
“Auw!” riep hij. Vanessa en Veronique lachten.
“Dit is niet grappig, ik heb me pijn gedaan!” jammerde Victor.

“Victor, jij vond schaatsen toch een meisjessport? Is het dan toch niet zo makkelijk?” vroeg Veronique.
“Ik geef het toe, schaatsen is wel een moeilijke sport,” zei Victor eerlijk.
“Dat is heel mooi van je Victor. Zal ik je helpen recht te staan?” zei Veronique.
“Nee hoor, dat lukt me wel,” zei Victor.
Hij kreeg één, dan twee poten weer onder hem en… boem viel terug op zijn poep.

Veronique kwam aan geschaatst.
“Zal ik toch een pootje helpen?” vroeg ze Victor.
Hij knikte. Veronique hielp hem omhoog en wandelde met hem van het ijs af.
“Ik kom straks terug!” riep ze naar Vanessa en bracht Victor naar het hol.

Victor had zijn lesje geleerd. Hij lachte nooit meer met schaatsen. Soms zijn dingen moeilijker dan ze lijken en Victor was blij dat zijn zus hem geholpen had. Zelfs nadat hij een beetje gemeen was geweest.

Reageer!