De ver-reishoed

0

Joris heeft voor zijn verjaardag van opa een trein gekregen. Een locomotief waar echte rook uitkomt, een paar wagonnetjes, twee wissels, een seinpaal en heel veel rails. Vader heeft er op zolder een spoorbaan van gemaakt. Joris laat de trein rondjes rijden en Hondje draaft blaffend met de trein mee.
Oh jé, er staat een wissel verkeerd. Joris slaakt een kreet. Hondje schrikt. Met veel kabaal ontspoort de trein. Joris is een hele tijd bezig voor de locomotief en de wagonnetjes netjes in een rijtje op de rails staan.
Joris heeft eindelijk alle wagonnetjes weer op de rails staan en kijkt om zich heen. Hij ziet Hondje niet meer en roept: “Hondje!”

Als ik later groot ben…

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Sepp was met zijn vader en moeder naar het circus geweest, wat een fijne middag had hij daar gehad. Later, als hij groot was, wilde hij ook in een circus werken. Misschien kon hij acrobaat worden. “Dan moet je heel hard oefenen jongen,” had zijn vader gezegd, dus dat deed Sepp. Elke dag als hij uit school kwam oefende hij.
Sepp ging over van het tweede leerjaar / groep vier naar het derde leerjaar / groep vijf en toen naar het vierde leerjaar / groep zes.

Op een dag was het circus weer in de stad. Sepp vond zichzelf goed genoeg en ging naar de directeur. Hij vroeg of hij, als acrobaat, in het circus mocht komen werken.

Familie muis

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Wim heeft een huis. Een heel groot huis met heel veel kamers. In elke kamer ligt een houten vloer. In één kamer is de vloer een beetje stuk. Er zit een rond gaatje in. En dat is niet zomaar een mooi rond gaatje, nee het is een beetje een gerafeld gaatje. Net alsof er kleine hapjes uit zijn genomen. Verder is er niets te zien aan het gaatje of aan de vloer. Het is een hele normale vloer in een hele normale kamer in een heel normaal huis. Tenminste, overdag. ’s Nachts is alles anders in het huis van Wim.

Fluweeltje

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Fluweeltje, het kleine molletje, ligt in het zonnetje. Ze zucht van plezier. Het is heerlijk, die warme zonnestralen op haar velletje.

Plots is er een geluid. Ze hoort iemand giechelen. Voorzichtig doet Fluweeltje haar oogjes een beetje open. Ze ziet alleen de schaduw van een ander dier. “Wie ben je?” vraagt ze, want molletjes zien niet goed.

Biggetje Bee is jarig

0
CC0 License - bron: pexels.com

Het is vandaag een speciale dag.
Biggetje Bee is jarig.
Ze wordt wakker en trekt haar kleren aan.
In de keuken staat mama Big.
“Wat ruikt dat lekker!” Biggetje Bee steekt haar neus in de lucht.

Opa kan toveren

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Joris verveelt zich. Hij gaat met Hondje bij opa op bezoek. Die is een boek aan het lezen en taart aan het bakken. Joris vindt het een heel groot boek. Een toverboek? Kan opa toveren?

“Goed,” zegt opa, “let op.” Uit zijn zak haalt hij een glanzende, groene steen. “Dit is mijn gelukssteen. Daar kan ik mee toveren, goed opletten.”
Joris knikt.
“Ik doe hem in deze hand, zie je wel? Dan doe ik mijn hand dicht, dus zit de steen in deze hand, oké?”
Opa doet de hand open, zodat Joris kan zien dat de steen in zijn hand ligt. Hij sluit zijn hand weer. Dan doet hij zijn ogen dicht, maakt met zijn andere hand een draaiende beweging boven de hand met de steen en mompelt wat voor zich uit.
“Klaar,” zegt hij.
“Ik zie niks,” zegt Joris.

Op bezoek bij opa

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Vader zit in zijn luie stoel en is in slaap gevallen. Moeder zit aan tafel te breien. De kachel snort en het enige andere geluid is het tikken van de breipennen. Joris zit op de bank en kijkt naar buiten. De regen stroomt langs het raam naar beneden en de bladeren worden door de wind voortgejaagd. Hondje ligt in zijn mand te slapen.

“Moeder, ik weet niet wat ik doen moet,” zegt Joris.

Bedtijd

1
Venn Chann

“Wie wil het verhaaltje uitblazen?” vraagt mama.
“Ik!” roepen de broertjes Job en Jelle tegelijk. Samen blazen ze heel hard en met een klap slaat het boekje dicht.
“En nu naar bed,” zegt mama. Job en Jelle zitten in hun pyjama’s op het grote bed. De haren zijn gewassen. De tandjes zijn gepoetst. En het boekje is uit. Het is bedtijd.
“Nog even springen,” zegt Jelle. Hij springt vrolijk op en neer.
“Nee, stoeien!” roept Job. Job duwt zijn kleine broertje in de kussens. Job en Jelle rollebollen over het grote bed. Ze hebben de grootste lol.

In de drakengrot

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Sam is een echte wandelaar. Hij legt het liefst zoveel mogelijk kilometers af. Met zijn stoere bergschoenen klautert hij snel over de rotspaden en steile bosweggetjes. Hij vindt het heerlijk. Omringd door mooie natuur en prachtige uitzichten. Ook heeft hij altijd zijn fototoestel bij zich. Hiermee maakt Sam de mooiste foto’s.

Deze keer maakt hij een reis door Wales. Dat is een klein landje dat grenst aan Engeland. Het is een prachtig land met mooie natuur.

Lot en Lex

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Nog voordat papa en mama wakker zijn, zit Lot rechtop in bed. Ze trekt haar gordijnen open en de zonneschijn valt haar kamer binnen. Ze zet Beer voorzichtig in het hoekje van haar bed en rekt zich uit. Vandaag is de eerste dag van de zomer. Dat vertelde mama gisteravond tijdens het avondeten. Lot houdt van de zomer. Lekker buiten spelen, naar het strand en heel veel ijsjes eten. In de zomervakantie gaat ze zelfs met papa, mama en Lex in Frankrijk kamperen. Papa heeft verteld dat ze heel lang moeten rijden, maar dat ze op de camping elke dag kunnen zwemmen. Lot kan niet wachten.

Blij kijkt Lot naar haar poezenklok. De ogen van de poes zijn nog niet open, dus eigenlijk moet ze nog in bed blijven liggen. Toch klimt Lot uit bed en ze sluipt over de gang naar de kamer van Lex. Zo stil als ze kan, duwt ze de deur open. Lex” kamer is nog helemaal donker. Lot zet het nachtlampje aan en gaat dan op het krukje staan om beter in Lex” hoge bed te kunnen kijken. Lex ligt te slapen met zijn duim in zijn mond en zijn knuffelaap Popi dicht tegen zich aangedrukt.
Zachtjes schudt Lot aan Lex’ schouder. “Lex, Lexie wordt eens wakker,” fluistert ze.
Lex doet slaperig zijn ogen open, maar als hij zijn grote zus ziet, gaat hij meteen rechtop in bed zitten. “Wat is er?” vraagt Lex.
“Het is zomer,” antwoordt Lot. “Kom.”
“Oké!” roept Lex en hij klimt zijn bed uit.
“Ssstt, anders maak je papa en mama wakker.”
Op hun tenen lopen Lot en Lex de trap af en samen sluipen ze de woonkamer in.
“Trek je schoenen aan, dan gaan we naar buiten,” zegt Lot. Ze schuift een stoel naar de tuindeur, klimt erop en haalt het haakje van de deur. Lot duwt de deur open en warme zonnestralen vallen op haar gezicht. Ze springt van de stoel af en trekt vlug haar laarsjes aan.
Dan komt Lex naar haar toegelopen met zijn schoenen in zijn handen. Tranen rollen over zijn wangen. “Ik krijg mijn schoenen niet aan.”
“Dan ga je toch gewoon zonder schoenen,” zegt Lot. Ze heeft geen zin om nog langer te wachten.
“Dat kan niet,” klaagt Lex. “Van papa en mama mag ik niet zonder schoenen in de tuin.”
Lot zucht diep. Ze mogen ook niet zonder papa of mama naar buiten, maar dat zegt ze niet tegen Lex.
“Dan ga ik ook wel op blote voeten.” Meteen schopt Lot haar laarsjes uit en ze stapt de tuin in.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Lex aarzelt nog even maar rent dan snel zijn zus achterna. Lachend staan Lot en Lex met hun blote voeten op het gras.
“Het gras kriebelt,” roept Lex.
Dan rennen ze naar de zandbak.
“Het zand kriebelt ook,” lacht Lot.
Schaterend rennen Lot en Lex door te tuin.

“Uhum.” Lot en Lex kijken op. Papa staat in zijn pyjama in de deuropening. Hij is vast wakker geworden van al het kabaal.
O jee, denkt Lot, hij zal toch niet boos zijn?
“Wat is hier aan de hand?” vraagt papa met zijn handen in zijn zij.
Lot en Lex kijken sip naar papa.
“Het zand kriebelde,” zegt Lex.
Dan begint papa hard te lachen. “Wacht maar,” zegt papa, terwijl hij op Lot en Lex afloopt. Papa heeft zijn handen voor zich uitgestoken en wiebelt met zijn vingers. “Ik kan nog altijd het beste kriebelen van iedereen.”
Gillend rennen Lot en Lex weg en papa rent ze achterna. Papa is veel sneller en met zijn sterke armen tilt hij Lot en Lex omhoog.
“Ik ben de allerbeste kriebelaar van de hele wereld!” Papa legt Lot en Lex op hun rug in het gras en begint ze te kietelen. Lot en Lex schateren het uit en papa lacht vrolijk met ze mee.

“Dat ziet er gezellig uit!”
Mama staat in haar badjas in de deuropening, in haar handen heeft ze een dienblad met boterhammen en beleg. “Zullen we dan maar buiten ontbijten?”
“Jaaaa!” roepen Lot en Lex in koor.
Even later zitten ze met z’n allen op het gras een boterham te eten.
“Volgens mij is de zomer goed begonnen,” zegt mama en ze neemt een grote slok van haar thee.
Lot grijnst en roept met volle mond: “De zomer is het leukste wat er is!”