Ver weg in de bossen van het Zwarte Woud woont een reus. Meestal zijn reuzen niet zulke leuke kerels. Ze zijn beresterk en met hun grote voeten kunnen ze zo op een kabouterhuisje stappen. En als er ergens lekkere appels of peren aan een boom hangen, dan eet zo’n reus in één uurtje de hele boom leeg. Dan moeten de mensen in het bos tegen een lege boom aankijken. Ook gebeurt het weleens, dat een reus per ongeluk op iemands tenen stapt. En dat doet pijn!
Maar onze reus is een aardige reus. Hij loopt vaak langs de wegen te wandelen en past dan altijd goed op waar hij zijn voeten zet.

~~~

Op een dag zag de reus een paard en wagen rijden. De weg liep steil omhoog en het paard kon de top van de berg niet halen. En weet je wat de reus deed?
Hij pakte met beide handen paard, wagen en bestuurder op! De voerman schrok zich een hoedje! Wat ging er nu gebeuren? Maar de reus droeg heel voorzichtig zijn vrachtje over de berg heen en waar de weg weer daalde, zette hij alles weer netjes op de weg. Hij riep nog: “Goede reis!”
Maar dat had hij beter niet kunnen doen, want de voerman viel van schrik bijna van zijn wagen! Zo’n reus kan ook zo hard praten. Als je daar vlakbij bent, lijkt het net of het even stormt. En een lawaai dat het maakt!

Op een andere dag liep de reus door een beek. Daar kreeg hij lekkere frisse voeten van. Opeens zag hij hoe een klein meisje drie meter verderop in de beek viel. Voor de reus was het een beekje van niets. Net goed voor natte voeten. Maar voor het meisje was de beek natuurlijk wel groot! De beek stroomde ook nog erg snel, zodat het meisje al gauw om een bocht van de beek verdwenen was. Gelukkig had de reus haar gezien! Een mens had die snelle beek nooit kunnen bijbenen, maar voor de reus was dat geen probleem. Hij nam een paar reuzenstappen en daar was hij al bij het lieve kind. Met één grote zwaai pakte hij het meisje uit het water en zette haar op het droge.

Als dat geen aardige reus is, dan weet ik het niet meer! Het meisje kreeg voor de schrik van de reus nog een reuzenboterham. Ze kon die boterham niet eens dragen! De aardige reus heeft haar toen met boterham en al naar huis gedragen. Ze zat op zijn schouder en hoefde alleen maar links, rechts of rechtdoor in zijn oor te roepen. De reus zette haar vlak voor haar huis weer op de grond. En weet je wat? Dat meisje en haar vader en moeder hebben maar liefst twee dagen lang van die éne boterham gegeten!

Maar de aardige reus beleefde nog veel meer, hoor!
Het was een koude winter, toen de reus weer eens een avontuur beleefde. In het hele Zwarte Woud lag een dik pak sneeuw. Het was nu geen zwart woud meer, maar een wit. Op sommige plaatsen lag wel twee meter sneeuw!
Voor onze reus was dat geen probleem. Met zijn grote voeten stapte hij zo over sneeuwhopen heen. En stond er eens een berg sneeuw in de weg, dan gaf hij er een flinke duw tegen met zijn reuzenhanden en weg was de meeste sneeuw.

Toen de reus weer eens door het bos wandelde, hoorde hij een angstig gepiep ergens onder de sneeuw vandaan komen. Hij luisterde goed.
Ja hoor, daar kwam het vandaan! Met zijn grote handen haalde hij voorzichtig (voor een reus dan) een laag sneeuw weg. Hij zag nog niets. Nóg een laag dan maar. Toen hij het laatste laagje sneeuw aan de kant had geschoven, ontdekte hij de ingang van een hol. En daar zat een angstige moedervos.
“Help me,” riep ze.
“Heeft je hol geen andere uitgangen?” vroeg de reus.
“Nee,” zei de vos, “alle uitgangen zijn dichtgesneeuwd.”
De reus dacht dat de vos nu weer naar binnen en naar buiten kon door de opening die hij in de sneeuw had gemaakt. Maar die arme vos had nog meer problemen! In het hol lagen drie jonge vosjes. En hoe moesten die nu aan eten komen met al die sneeuw?

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

Vosjes eten het liefst kleine dieren, zoals muizen, maar die zag je nergens in die sneeuw! Gelukkig kon de reus ook hier weer helpen. Weet je wat hij deed? Met grote stappen liep hij naar het dal. Daar lag veel minder sneeuw.
Muizen vangen kon de reus niet. Daarvoor waren zijn handen veel te groot. Maar wel kon hij wat kolen van het land pakken en wat wortels. En daarmee hielp hij het vossengezin de winter door. Zo’n aardige reus was dat!

Vorig verhaalLekkere koeken voor tante Molu
Volgend verhaalJack en de kist – deel 1 van 2

Reageer!