De kleine Moef

0
Copyright Ingeborg Nijs, gebaseerd op afbeelding met CC0 licentie

Hanna ligt op de sofa in de woonkamer. Mama heeft de gordijnen dicht gedaan. Het is al donker, hoewel het nog geen 5 uur is. Dat weet Hanna omdat papa altijd om 5 uur thuiskomt van zijn werk. Hanna lag vandaag de hele dag ziek in bed gelegen, maar nu mag ze op de sofa in de woonkamer omdat de koorts onder de 38 graden is. Dat had mama gezegd.

Hanna vindt het fijn om in de woonkamer te zijn. Het is er gezelliger: de kachel brandt met oranjeblauwe vlammetjes, er zijn de geluidjes van mama die in de keuken bezig is.
Naast haar kussen ligt Hanna’s nieuwe sprookjesboek. Van Sinterklaas gekregen. Ze hoopt dat papa zo dadelijk een verhaal gaat voorlezen; ze kan zelf wel lezen maar dit boek is nog te moeilijk. Mama heeft nu even geen tijd want ze is eten aan het maken.

Eindelijk, Hanna hoort de sleutel in het slot van de voordeur en de voetstappen van papa op de trap. Als hij de woonkamer binnenkomt, loopt hij eerst naar haar toe en legt zijn hand op haar voorhoofd. Hij zegt dat hij ziet dat het beter met haar gaat. Hij lacht als hij het sprookjesboek ziet liggen. Een verhaaltje kan nog net voor het eten!

Papa begint voor te lezen over de kleine Moef. Dat is een klein jongetje die in een land woont met een heel nare sultan. Die pakt geld en de geiten van de kleine Moefs vader af en sluit hem op in de kelders van zijn paleis. Maar de kleine Moef krijgt pantoffels van een zwerver en dat zijn wonderpantoffels waardoor de kleine Moef heel hard kan lopen en zelfs een eindje vliegen! En zo bevrijdt hij zijn vader en nog veel meer mensen en krijgen de soldaten van de sultan hem niet te pakken.
Het is een spannend verhaal en Hanna is helemaal vergeten dat ze gewoon op de sofa ligt: ze was ook in het paleis bij de kleine Moef, eigenlijk was ze zelf de kleine Moef. Maar het verhaaltje is uit en mama zet het eten op tafel. Hanna krijgt een bordje met gesmeerde beschuiten want ze heeft geen trek in warm eten.

Papa, mama en haar zus Loesje gaan aan tafel zitten. Hanna knabbelt aan haar beschuiten. De stemmen van papa en mama raken op de achtergrond totdat ze ineens een heel duidelijke stem hoort.
“Ga je mee? Waar zijn je pantoffels?” Het is de kleine Moef!
“Ik heb geen pantoffels,” zegt Hanna.
“Tuurlijk wel,” zegt de kleine Moef. “Hier zijn ze!” en hij pakt een paar prachtige rode pantoffels van de grond. “Kom we gaan,” zegt hij.

Kattiel, Babouches02, CC BY-SA 4.0

Hij vertelt Hanna dat de sultan twee kinderen heeft ontvoerd en in twee verschillende paleizen heeft opgesloten. Hanna moet hem helpen om ze tegelijkertijd te bevrijden. Als de kleine Moef er eerst eentje bevrijdt, dan gaat de sultan het andere kind nog meer verstoppen. Hanna voelt zich door de lucht suizen nadat ze de pantoffels heeft aangetrokken. Als het niet zo erg was dat de sultan twee kinderen heeft opgesloten, dan zou ze wel altijd zo willen doorvliegen, zo fijn vindt ze het. Maar nu is ze ook wel een beetje bang. Is zij wel net zo goed als de kleine Moef?
In de verte ziet ze de koepels en spitsen van de twee paleizen van de sultan.
“We lokken eerst de soldaten weg en dan bevrijd ik Nina en jij Nino,” legt de kleine Moef uit. Hij verstopt vuurwerk achter een toren en laat het dan afgaan. De soldaten gaan meteen kijken wat al die luide knallen te betekenen hebben. Ondertussen gaan de kleine Moef en Hanna elk hun gang…
Hanna ziet Nino achter de tralies. Als de soldaten weggegaan zijn, trekt ze de deur open en neemt ze Nino mee naar buiten. Ze zet hem op haar voeten en neemt een aanloop om weer over de paleismuur te springen. Hup!

“Hee, hee, wat ga jij doen?” Het is de stem van mama. Ze duwt Hanna zachtjes terug op de sofa neer. Mama kijkt bezorgd naar Hanna’s rode wangen en zegt dat ze maar gauw weer naar haar bedje moet.
Hanna vindt het best, want ze hoopt dat ze dan weer op avontuur kan met de kleine Moef.

Droom

0
Copyright Bianca Scholten

Het is donker. Heel donker.
Ook de maan slaapt.

Plots schrikt Kip.
Wat is dat?
Er zit iets op haar hoofd.
Het is warm en een beetje harig.
Met veel poten die kriebelen.
Het wordt groter… groter… groter…… groot!
Eng!
“Help, help, help,” kakelt Kip, maar niemand hoort haar.

Kip?
Schaap?
Kat is blij dat Schaap bij hen woont. Zo zijn ze nooit alleen.
Kat hoort iets.
Ze weet niet wat.

Plots ziet ze een eng beest. Het lijkt wel een vlo.
Maar dan een hele grote.
De vlo kijkt boos. Erg boos.
Langzaam komt de vlo dichterbij en stapt op de trap van Kat.
De vlo is zo groot als een olifant!
“Ga weg, vlo!”
Bovenaan haar trap blaast Kat heel hard naar de vlo.
Kat
stapt
omlaag:
“Pssssssssssssssssssssssssst!”

Schaap wordt wakker.
“Wat is dat allemaal? Wat een kabaal!”
“Kip?” vraagt Schaap.
“Kat?” vraagt Schaap.
“Waarom maken jullie zo veel herrie?”

Kip doet één oog open. En daarna nog één.
Kat wordt nu ook wakker en kijkt naar Kip.
“Wat doe je op mijn stok, Kat?” vraagt Kip.
“O, Kip, ik had zo’n enge droom!”
“Ik ook, Kat!” zegt Kip.
“Ben ik naar jouw stok gegaan in mijn slaap?”
“Dat heet slaapwandelen, Kat!”

“Gelukkig,” zegt Schaap, “niets aan de hand.”
“Het was maar een droom!”

Sia en de verdwenen sterretjes

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

“Tijd om naar bed te gaan, Sia,” zegt mama. Het grappige programma op televisie is afgelopen en mama geeft een trekje aan Sia’s oorlel.
“Nee, toe mama… Ik ben bang in het donker.”
“Haha, je bent nog een baby,” lacht grote broer Rowan. Sia kijkt beteuterd.
“Laat hem maar lachen. Je weet dat er elke nacht sterretjes komen, zodat je niet bang meer hoeft te zijn,” zegt mama lief.
“Goed dan…” treuzelt Sia. Ze kijkt in de beker waar ze chocolademelk uit heeft gedronken en slaagt erin nog een allerlaatste druppel te vinden om op te drinken. Dan gaat ze haar tanden poetsen. “Slaapwel baby,” grijnst Rowan. Mama kijkt hem boos aan. Hij doet gemeen. Rowan kijkt beschaamd weg.

Wanneer Sia in haar bed ligt, komt mama haar een verhaaltje voorlezen. Sia valt bijna in slaap. “Doe je het gordijntje open?” vraagt Sia zoals elke avond. Zo kan ze nog naar de sterretjes kijken als mama weg is. Mama doet het gordijn open en Sia schrikt. Er is geen één sterretje aan de hemel.
“Mama, waar zijn de sterretjes?” vraagt Sia bang.
Mama kijkt door elke hoek van het raam, maar ziet er geen. “Er zijn veel wolken vandaag. Daarom zie je geen sterretjes. Ze zijn er wel, maar achter de wolken. Daarom is het donker.”
Sia krijgt tranen in haar ogen. Het voelt alsof de sterretjes haar in de steek hebben gelaten. Ze bijt op haar lip. Heel langzaam rolt er een traan uit haar oog.
“Kom hier,” zegt mama en ze geeft Sia een knuffel. Nu begint Sia echt te huilen.
“Kom nog eventjes mee naar beneden, een glaasje water drinken,” zegt mama. Sia knikt. Ze gaat achter mama de trap af. Aan het einde van de trap treuzelt ze. Wat zal Rowan nu denken? Hij zal haar zeker weer uitlachen. Langzaam wandelt ze verder naar de woonkamer. Er zit niemand in de sofa, dus Sia gaat zitten en krult zich helemaal op. Ze hoort stemmen in de keuken. Mama zal vast alles vertellen tegen Rowan en dan komt hij me uitlachen, denkt Sia verdrietig.

Even later komt mama met een klein glaasje water. “Hier, drink maar op,” zegt mama.
“Waar is Rowan?” vraagt Sia.
“Oh, hij is aan het knutselen,” zegt mama met een glimlach. Sia drinkt van het glaasje. Ze hoort Rowan de trap opgaan. Eventjes doet ze haar ogen dicht, met haar hoofd op de schoot van mama. Dan schrikt ze op van de stem van Rowan. “Ik ben klaar mama!” roept hij van boven aan de trap.
“Kom maar mee, Sia, dan zullen we je iets laten zien,” zegt mama geheimzinnig.

Als Sia in haar kamer komt, ziet ze een schittering achter haar gordijn. Snel trekt ze het open. Voor haar raam hangt een groot zwart blad waar wel twintig sterretjes uit zijn geknipt. Erachter schijnt haar nachtlampje, waardoor het net lijkt alsof alle sterretjes terug zijn gekomen.

“Slaapwel, kleine sterrenmeid,” zegt Rowan en hij geeft Sia een lieve kus op haar neus.
Sia kruipt tevreden in bed. Ze valt meteen in slaap. Met zoveel sterretjes dichtbij hoeft ze echt niet bang meer te zijn.

Schildpadje en zeehondje

0
Copyright Vera Bijma

“De hoogste tijd om naar bed te gaan, lief schildpadje van me,” zei mama schildpad.
Schildpadje zuchtte eens diep. “Maar mama, ik wil nog spelen, ik ben echt nog niet moe, hoor!” zei ze terwijl ze in haar oogjes wreef. En terwijl ze luid gaapte voegde ze daar nog aan toe: “Ik ben zeker dat zeehondje ook nog wakker is, die mag vast héél lang opblijven.”
Mama schildpad glimlachte. “Ik denk dat zeehondje al lang in Dromenland is hoor. Jullie hebben zo hard gespeeld vandaag! Kom, dan gaan we snel je tandjes poetsen en een verhaaltje uit je lievelingsboek lezen en dan kun jij ook naar Dromenland.”
Schildpadje keek met grote ogen naar haar mama. “Dromenland? Wat is dat voor land? Kun je daar spelen?” vroeg schildpadje.
“In Dromenland kun je spelen wat je maar wilt,” antwoordde mama schildpad.

Schildpadje voelde dat ze inderdaad misschien wel een klein beetje moe was en besloot om flink haar tandjes te poetsen en naar bedje te gaan, zoals mama vroeg. Bovendien was ze toch wel nieuwsgierig geworden naar Dromenland.
Toen schildpadje lekker warm in bedje lag, werden haar ogen steeds zwaarder. En… ze viel in slaap.

Ineens hoorde schildpadje een bekende stem vlak naast haar. Het was zeehondje!
“Dag schildpadje, waar bleef je nu toch?” vroeg zeehondje vrolijk. “Het is hier superleuk!”
“O, euh, ik wilde eigenlijk niet slapen,” glimlachte schildpadje ietwat verlegen naar haar vriendje.
“Dan ben je vast nog nooit in Dromenland geweest. Kom, ik laat je alles zien!” zei zeehondje uitgelaten terwijl hij zijn pootje geruststellend om schildpadje legde.
“Hè, wat voel ik daar? Je hebt allemaal knopjes op je rug, schildpadje,” zei zeehondje verbaasd.
“Huh, knopjes, waar dan?” vroeg schildpadje terwijl ze haar kopje in alle richtingen draaide om op haar schild te kunnen kijken.
“Kijk, hier, langs beide zijkanten,” antwoordde zeehondje.

En inderdaad, schildpadje zag aan beide kanten van haar schild drie knopjes in verschillende kleuren: geel, groen en blauw aan de ene kant en oranje, roze en paars aan de andere kant.
“Waar zouden die voor zijn?” vroeg ze een beetje bang.
“Geen zorgen, lief schildpadje,” zei zeehondje, “in Dromenland gebeuren alleen maar leuke dingen.”

Nu begonnen ze het wel wat warm te krijgen. De zon stond hoog aan de hemel in Dromenland. Het was zomer.
“Mag ik een knopje proberen?” vroeg zeehondje.
“OK, maar voorzichtig, hoor,” zei schildpadje, terwijl ze zich afvroeg wat er zou gaan gebeuren. Maar ze vertrouwde zeehondje volledig, hij was haar beste vriend!
Zeehondje besloot om op het groene knopje te drukken, de kleur van schildpadje. En ineens… begon het schild van schildpadje te groeien.
Schildpadje kroop uit haar schild en keek verwonderd naar wat er gebeurde.
Samen met zeehondje zag ze hoe het schild openging en steeds meer op een zwembad begon te lijken.
Ze had zich niet vergist. Er begon langzaam water in te stromen en er kwamen leuke zwembadspeeltjes tevoorschijn: een grote rubberen eend, een zwemband, een opblaasbal, …
“Joepie!” riepen ze in koor. En vervolgens plonsden ze in het water.

“Nu ben ik wel benieuwd naar een volgend knopje,” zei schildpadje opgetogen. En ze duwde met haar pootje op het oranje knopje aan de ene kant van het zwembadschild.
Bzzzz, daar kwam een speelgoedbootje aangevaren met daarop een dienblad met ijsjes. “Hoera!” riepen schildpadje en zeehondje blij.
“Mmm, mijn lievelingssmaak, chocolade,” zei schildpadje terwijl ze van haar ijsje genoot.
“En ook mijn lievelingsijs: vanille,” glunderde zeehondje.
Nadat ze hun ijsje op hadden, speelden ze nog een tijdje in het zwembad.
Ze hadden zo’n plezier!

“Laten we nog eens een knopje proberen, zeehondje,” zei schildpadje tegen haar vriendje. “Het is jouw beurt om te kiezen.”
Zeehondje drukte op het gele knopje. Nieuwsgierig keken de vriendjes om zich heen. En toen ineens … De rubberen eend die in het zwembad dobberde begon met zijn vriendelijke ogen te knipperen en keek hen lachend aan.
“Hallo, ik ben Eend. Hebben jullie zin om op mijn rug over Dromenland te vliegen?”
Natuurlijk hadden ze dat!

Het was fantastisch, schildpadje en zeehondje keken hun ogen uit. Ze vlogen over bomen die op swingende muziek stonden te dansen, over een rivier van chocolademelk, een ballenbak zo groot als een voetbalveld, …
Toen vloog Eend terug naar het zwembad. Ze zagen het juist op dat moment weer krimpen tot het terug veranderd was in schildpadjes schild.
Schildpadje kroop nog nagenietend van de vlucht weer in haar schildje.

“Kom op, schildpadje, druk jij nog eens op een knopje,” zei zeehondje verwachtingsvol.
Schildpadje drukte op het roze knopje. Poef! Even verderop stond ineens een tafeltje met papier en verf. Schildpadje en zeehondje renden er naartoe en begonnen te verven. Schildpadje maakte een tekening van zeehondje en zeehondje maakte een tekening van schildpadje.

Copyright Vera Bijma

“Nu het blauwe knopje!” riep zeehondje. Weer wachtten de vriendjes af wat er zou gebeuren. Er ging een deurtje open in het schild van schildpadje.
“Wat is dat nu?” zei schildpadje verbaasd. “Ik wist helemaal niet dat er een kastje in mijn schild zat.”
“Ooooh, kijk!” riep zeehondje blij. “Er zitten allemaal lekkere dingen in!”
Even later smikkelden ze van heerlijke aardbeien, blauwe bessen, frambozen en nog veel meer zalig fruit. Toen schildpadje op het laatste knopje drukte, het paarse, verschenen er ook verschillende flesjes vruchtensap in het kastje in schildpadjes schild.
“Wat is het leuk in Dromenland!” riep schildpadje verheugd terwijl ze een slokje van haar kersensapje nam. “Heerlijk,” zei ze terwijl ze genietend haar ogen sloot.

Toen ze haar ogen weer opendeed, zag schildpadje dat ze in haar bedje lag en dat er al licht door de gordijnen kwam. Op dat moment nam ze zich voor om voortaan zonder dralen naar bed te gaan als het bedtijd was. Dromenland is leuk!

Kip & Kat

0
Copyright Bianca Scholten

Dit is Kip

Copyright Bianca Scholten

en dit is Kat.

Copyright Bianca Scholten

Kip woont in een hok.
Kat woont op de zolder van het hok.

Kip en kat zijn vrienden.
Ze houden allebei van hoog. Hoog?
Ja, hoog in een boom.
Of hoog op het dak.
Of hoog in de lucht.
Kip kan vliegen, want zij is een vogel.
Kat kan goed klimmen. Zij houdt zich vast met haar nagels.

“Kat, kijk eens!” zegt Kip, “Ik zit op de tak.”
Kat klimt omhoog en zit ook op de tak.
Kat gaat hoger.
Naar de volgende tak.

hoogst!
hoger
hoger

hoger

Kat zit op de hoogste tak.
Kip kijkt naar Kat.
“Kat, ik wil bij jou zitten.”
“Goed,” zegt Kat, “kom maar omhoog.”
Kip zegt niets.
“Kom dan, Kip!”
Kip zegt nog steeds niets.
“Wat is er Kip?” vraagt Kat.
Kip is erg stil. Normaal is ze niet stil. Ze kakelt de hele dag.

Kat
klimt
omlaag.

 

“Waarom ben je zo stil, Kip? Kan ik je helpen?”
Kip krijgt een kleur. Ze kijkt boos.
Een kat die een kip helpt met vliegen?
Wat denk je wel!
“Straks, Kat. Straks vlieg ik naar de hemel. Hoog boven de boom. En hoog boven het dak.”
“Goed, Kip.”
Kat wandelt omhoog en omlaag en weer omhoog over de stam van de boom.
Boven in de boom gaat Kat liggen slapen. Ze is moe van al dat geklim.

Plots wordt Kat wakker.

Wat een kabaal!
Wat een gefladder!
Wat een gekakel!

“Wat doe je, Kip?” vraagt Kat.
“Help me, Kat!”

Kip vliegt erg hoog in de lucht.
Het ziet er gevaarlijk uit.
“Snel!” roept Kip.
Kat heeft een plan.
Ze miauwt naar Kip.
“Land op het dak, Kip!”

Copyright Bianca Scholten

Gelukkig!
Kip is gered. En Kat is blij.
Kip is ook blij.
“Dank je wel, Kat!”

Marijn weet raad

0
Copyright Delphine Verbeke

Ergens in Nederland woont een meisje, Marijn, dat altijd wordt geloofd. Ze weet zelf ook niet waarom het zo is dat men haar altijd gelooft, maar ze vindt het wel heel fijn. Ze vindt het ook heel fijn om een kleuter te zijn. Ze heeft veel tijd om te spelen en om met haar mama en papa te knuffelen.
’s Avonds eten ze spruitjes. Dan vindt Marijn dan weer niet zo leuk, maar gelukkig gelooft mama haar. Ze mag er twee proeven en als ze die niet lekker vindt, hoeft ze niet meer verder te eten. Nieuwsgierig neemt Marijn een hap. Met appelmoes is het zo erg nog niet.

Ruud als babyfuut

4
Copyright Elly Kerker

Ruud loopt in de tuin. Hij wijst naar een vogel. De vogel zwemt in het water achter het huis.
“Een fuut met een hele bolle rug,” zegt mama.
Op de rug van de fuut ziet Ruud iets bewegen. Eén, twee, nee: drie kleine kopjes. Het zijn de kuikens van de fuut.

Oma’s appeltaart

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

“Wil je nog een stukje?” wijst oma naar de taart.
Een met appel en kaneel, speciaal voor mij bewaard.
Ik eet net mijn laatste hapje en neem een slokje thee.
Natuurlijk zou ik willen, maar mama zegt snel “Nee.”
“Eén stukje is genoeg hoor, straks worden we nog dik.
Dan moeten we weken leven op brood en soep uit blik.”
Die laatste drie woorden, daar gruwelt oma van.
Soep moet lekker vers zijn, uit een grote pan.

Ze heeft lange grijze haren in een knot recht op haar hoofd.
Ze draagt vaak een schortje en ze is een beetje doof.
Iedere woensdagmiddag, dan ga ik naar haar toe.
We drinken thee en eten taart en vaak nog een taartje toe.
De appels voor de taart, die gaan we dan zelf plukken.
Dat doe ik alleen – oma kan niet zo goed bukken.
Ze is al erg oud en iedere dag iets dover.
Soms doet ze een dutje, wat ingezakt voorover.

Afgelopen woensdag, ik klopte op het raam.
Deed ze de deur niet open, dus riep ik haar naam.
“Oma, doe eens open, ik ben weer vrij van school.
Ik kom voor thee en taartjes,” klonk ik nog frivool.
Eindelijk kierde daar de deur, maar oma stond er niet.
Het was mam en het was pap en daarachter tante Riet.
“Kom maar even binnen, je krijgt een kopje thee.
Maar er is geen appeltaart,” zegt mama wat gedwee.
“Vanmorgen na haar ontbijtje, is oma wat gaan slapen.
Misschien was ze moe en moest ze erg gapen.
Na haar korte dutje is ze heel tevreden,
zomaar uit het niets rustig overleden.”

En toen mocht ik gaan kijken. Daar lag oma, in haar bed.
Met haar handen hoog gevouwen, onder het trouwportret.
Het leek haar te bevallen, zo vredig als ze lag.
Alsof ze blij was dat ze nu eindelijk iets langer slapen mag.
Toch moest ik erg huilen, omdat ik haar missen moet.
Haar thee en taart en geur en haar warme welkomstgroet.
Maar nu een paar jaar later, zwaai ik door dezelfde deur.
Uit het raam ernaast, komt een bekende geur.
Want toen oma’s huisje leegkwam, trokken wij erin.
Dat was best een beetje gek hoor, helemaal in het begin.
De grote appelboom? Die staat op dezelfde plek.
Met dezelfde appels, achter hetzelfde hek.
En als het even kan, dan ga ik de appels plukken.
Bak ik zelf een dikke taart en snijd hem zelf in stukken.
Zo lekker als oma’s appeltaart, zal hij wel nooit zijn.
Maar de zoete herinnering, die smaakt ontzettend fijn.

CC0 Creative Commons – bron: pixabay.com

De boomhut

0
Copyright Ingeborg Nijs

Vandaag is het een hele leuke dag. Marlon gaat met zijn vader een boomhut bouwen. Achter in de tuin. Het is zaterdag, dus papa is lekker vrij.

“Kom Marlon, hup. In de auto. We gaan hout halen.”

Bezoek bij Titus Takkemans

0
CC0 License - bron: pexels.com

Op een dag werd bij Titus Takkemans een stevig verpakte doos afgeleverd.  De doos was doorprikt met gaatjes en er kwamen vreemde geluidjes uit.  Binnenin vond hij een eigenaardige, kleurrijke vogel, die hij nog nooit had gezien, zelfs niet in de dierentuin waar hij werkte. De vogel scharrelde onrustig over de bodem. Titus Takkemans scheurde de doos verder open. De vogel ging er vliegensvlug vandoor en installeerde zich bovenop de kristallen luster in de woonkamer.
“KOKKOTATA KOKKOTATA!” krijste hij luid.