De verliefde houthakker

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

“Joris, doe eens open. Er wordt gebeld.”
“Ja, moeder.”
“Wie is het Joris?”
“Een hele grote meneer.”
“Wat voor grote meneer?”
“Een meneer met een zwarte baard.”
“Wie is het dan?”
“Wie bent u meneer?” vraagt Joris.
“Ik ben de houthakker uit het bos.”
Moeder heeft het gehoord.
“Oh, laat hem maar binnen, Joris. Ik kom direct beneden.”

Aap is kwijt

0
Venn Chann

Mama stopt de boodschappen in de fietstas. Dan tilt ze Jelle in het fietsstoeltje.
“Waar gaan we nu heen?” vraagt Jelle.
“Nu gaan we naar huis,” antwoordt mama. “We hebben alle boodschappen gehaald.”
Grote broer Job pakt ook zijn fiets. Maar als Job en mama weg willen fietsen, roept Jelle: “Waar is Aap?”

Jelle neemt zijn knuffel altijd mee.
“Ben je Aap kwijt?” vraagt Job.

Kwaak

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Hij heet Kwaak. Kort maar krachtig. Kwaak is een van de vele kikkers in de sloot. Samen met zijn broertjes en zusjes leert hij de wereld onder water kennen. Maar hij speelt ook tussen het riet aan de waterkant. Zijn moeder zegt dat ze amfibieën zijn. Amfibieën zijn dieren die zowel in het water als op het land kunnen leven. Kwaak vind het leuk om een amfibie te zijn. Stel je voor dat hij opeens niet meer zou kunnen zwemmen? Of niet meer op het land zou kunnen springen? Kwaak weet niet wat hij erger zou vinden.

Zijn moeder heeft hem ook verteld dat hij eerst met zijn broertjes en zusjes als kikkerdril in de zon heeft gelegen. Kleine eitjes in een slijmerig jasje. En dat ze van zulke kleine balletjes zijn uitgegroeid tot kikkervisjes. Toen kwamen er opeens pootjes uit hun lijfjes gegroeid. Eerst de achterpoten en toen de voorpoten. Als laatste verdween hun staart. Toen waren ze pas echte kikkers!

En nu kan hij dus niet alleen zwemmen maar ook nog eens springen als de beste. Maar natuurlijk denken zijn broertjes en zusjes dat zij sneller zijn.

Elke dag spelen ze naar hartenlust. Ze racen van links naar rechts en schieten tussen de rietstengels door. Op een dag zien ze een donkere schaduw op het water. Dat hebben ze niet eerder gezien. Wat zou dat zijn? Nieuwsgierig maar ook een beetje bang zwemmen ze er naartoe. Eén van Kwaaks zusjes legt voorzichtig een poot op de rand van het ding. Het begint te wiebelen en er komen golven in de sloot. Snel schieten ze terug onder water, terug naar de veilige bodem.

Maar het duurt niet lang eer de nieuwsgierigheid weer te sterk is geworden… Ze zwemmen er opnieuw naartoe. Kwaak verzamelt al zijn moed en trekt zich over de rand van het ding. Met een plof eindigt hij op een bankje. Aan beide kanten steekt een lange stok door een soort ring. Hij pakt één stok in elke voorpoot en begint er aan te trekken. Het uiteinde beweegt door het water en al snel glijdt het ding achteruit. Wat een rare manier van bewegen, denkt Kwaak.

Wat Kwaak niet weet, heb jij natuurlijk al lang geraden: inderdaad, Kwaak zit in een roeiboot. Als hij zijn voorpoten tegelijk naar achteren trekt kan hij best vaart krijgen. Al snel moedigen zijn broertjes en zusjes hem aan. Sneller Kwaak, sneller! Ze gieren van het lachen als zijn arm van een van de stokken glijdt en de roeispaan over het water schiet. Snel zwemt zijn zusje erachteraan om hem weer op te halen.

Nu willen zijn broertjes en zusjes het ook proberen. Ze springen allemaal in de boot en om de beurt gebruiken ze de roeispanen. Wat hebben ze een lol! Door maar één spaan te gebruiken tollen ze in rondjes over het water. Urenlang vermaken ze zich met het bootje. Ze spelen zelfs zoveel dat Kwaak er pijn van in zijn spieren krijgt.

Uiteindelijk zijn ze uitgespeeld en schieten ze het water in. Nu kan Kwaak zijn sterke achterpoten gebruiken om te zwemmen. Wat gaat dat opeens snel, het lijkt wel alsof hij vliegt!

Samen zoeken ze een plekje tussen het riet om uit te rusten. Daar kwaken ze enthousiast over hun avonturen.
“Ik heb zo’n spierpijn in mijn voorpoten,” kwaakt een broertje.
Een zusje geeft kwakend antwoordt: “Ja, het is veel makkelijker om te zwemmen.”
“Maar wat is het leuk om iets nieuws te proberen,” kwaakt Kwaak.
De één kwaakt nog harder dan de ander voor ze tevreden in slaap vallen.

Dus de volgende keer als je langs een sloot loopt, moet je maar eens luisteren of je Kwaak en de kikkertjes kunt horen kwaken over de avonturen die ze hebben beleefd.

Pret in het zwembad

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Lucas en zijn gezin gingen in de namiddag naar het zwembad. Het was mooi weer, zo mooi dat zelfs het buitenzwembad open was. Papa ging mee, mama was er bij, Lucas zelf natuurlijk en ook zijn 2 jongere zusjes. Die konden nog niet zo goed zwemmen als Lucas. Maar papa zwom eigenlijk het allerbeste! Papa was de held van Lucas.

Er was altijd veel te doen voor ze naar het zwembad konden vertrekken. Mama moest eerst de zwemtas klaarmaken want daarin zat al het zwemgerief: zwembroeken, de bikini van mama, de badpakjes van de zusjes, handdoeken…
Omdat Lucas zijn zusjes te klein waren, moesten ze zwembandjes aan. Lucas was blij dat hij die niet meer moest dragen: hij was nu al een grote jongen.

Kakeltje Kip

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Tok Tok Tok.
Ik ben Kakeltje Kip.
En ik slaap op een stok.

Eten en drinken doe ik met mijn kleine bek.
Samen woon ik met mama, papa, broer en zus
achter een groot hek.

De boerin brengt ons graantjes.
Soms pik ik ze uit haar hand.
Hiep Hiep Hoera, morgen ben ik jarig.
En krijg ik een mand.

Lekker mooi en zacht.
Een kip zoals ik heeft geen vacht.

Maar pluimen overal.
Als ik eens wil vliegen dan is het bal.
Dan vliegen de pluimen overal in het rond.
En uit schrik leg ik een stront.
Oei, dat is niet flink gezegd van mij.
Maar een grapje op tijd en stond maakt mij blij.

Want als ik ga vliegen, dan komt de grote baas er aan.
Mijn papa Louis de haan.
Die is lekker stoer en hip.
Maar niet zo mooi als ik.

Auw, mijn buikje voelt zo raar.
Heel raar.
Te veel graantjes gepikt.
Mijn buikje zit te rond.
Mijn pootjes raken meer en meer de grond.

Ik ga beter liggen.
Vanaf morgen lekker in mijn mand.
Dat is beter dan mijn pootjes in het zand.

Maar nu ga ik slapen.
Ik moest al twee maal gapen.
De mand is toch voor morgen.
Dan zal ik rustig slapen zonder zorgen.

Morgen is mijn buikje beter.
En zal ik zeggen tegen iedereen:
“Hallo, ik ben Kakeltje Kip, lekker stoer en hip”.
Zo ben ik, zo is Kakeltje Kip.

Brandnetelthee

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Moeder is erg ziek: stekeltjeskoorts. De dokter heeft pillen gegeven, maar die helpen niet. Gewone mensen pillen werken niet bij een heks. Joris is via Hondje te weten gekomen wat wel werkt: brandnetelthee. Van brandnetels geplukt om middernacht bij maanlicht…

“Mag ik mee vader?”
“Het is midden in de nacht.”
“Hè toe, vader mag het?”
“Vooruit dan maar.”
Joris klapt in zijn handen van plezier.
“Nu gauw naar bed,” zegt vader. “Dan kom ik je straks wakker maken.”
Natuurlijk kan Joris niet slapen. Als vader hem wakker komt maken, lijkt het of hij net in slaap is gevallen.

Nog half in slaap loopt hij even later met Hondje en vader door de donkere straat. Iedereen slaapt, het is muisstil. Slechts hier en daar geeft een eenzame straatlantaarn wat licht.

Stekeltjeskoorts

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

“Zachtjes, zachtjes Joris,” zegt vader als Joris zingend de keuken binnen komt.
“Wat is er vader?” vraagt Joris.
“Stttt,” zegt vader. Hij legt een wijsvinger op zijn lippen en wijst naar het plafond.
Joris kijkt naar boven. Hij snapt niet wat vader bedoelt. Hij ziet niets.
“Wat…” begint hij, maar dan hoort hij het. Het lijkt wel of er boven iemand ligt te huilen.
“Wat is dat?” fluistert Joris.
“Moeder is ziek,” zegt vader. “Moeder heeft de stekeltjeskoorts.”

Bloemen

0
Venn Chann

Vandaag spelen Job en Jelle in het park. Het park ziet er mooi uit. De bomen krijgen nieuwe blaadjes en er groeien mooie gekleurde bloemen.
“Kijk, een vlinder!” roept Job. Vrolijk huppelt hij achter de vlinder aan.
Jelle heeft een lieveheersbeestje op zijn hand. “Ik heb een heel lief beestje!” zegt Jelle blij. Het is lente!

Prinses Atlantis wil geen jurken

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Atlantis had er genoeg van! Dat ze prinses was, betekende nog niet dat ze van die stomme roze jurken wou dragen. Wat dachten ze wel?
Ze zuchtte en liep in haar stomme roze jurk met vijf grote strikken naar het raam. Dat keek uit op de paleistuin. Haar grote broer, prins Valerian, of gewoon Val zoals ze hem noemde, liep er rond in een cool harnas.
Ze zuchtte nog eens en keek naar haar kamer waar ze minstens een week nog niet uit mocht komen. Ze had huisarrest omdat ze buiten de paleismuren had gespeeld. Buiten zag ze haar broer druk in een oefengevecht met zijn leraar.

Waarom mocht zij niet gewoon een harnas aan, in plaats van een jurk? Maar… Dat was het! Waarom had ze daar niet eerder aan gedacht?
Atlantis rende naar de kamer van prins Valerian en zocht in zijn kast naar zijn oude, te kleine harnas. Ze streek met haar hand over het koude ijzer. Voorzichtig pakte ze het uit de kast en nam het mee naar haar kamer. De roze jurk trok ze uit en het harnas ging aan. Waggelend in het zware pak liep ze naar de spiegel. Wauw! Atlantis vond zichzelf er prachtig uitzien. Hmmm… Bij zo’n gave outfit hoort ook een stoere naam natuurlijk. Atlas, zo zou ze heten als iemand het vroeg.

Atlantis liep de trap af naar beneden. Er kwam een wachter naar haar toe gerend.
“Naam?” bulderde hij.
“Atlas,” piepte Atlantis.
“Wat zeg je?”
Hij herkende haar helemaal niet! Haar plan werkte, ze was een echte ridder! Atlantis deed haar schouders naar achter en haar borst vooruit. “Atlas, meneer,” zei ze met een zo zwaar en hard mogelijke stem.
“En wat doe jij hier?”

De wachter bukte en keek haar door het oog gat van de helm aan. Denk Atlantis denk! Ze moest iets goeds bedenken, voor ze uit het paleis werd getrapt.
“Uhhmmm ik ben hier om met prins Valerian te oefenen in het zwaardvechten.”
“Doorlopen dan!”

Atlantis rende door de gang, naar de paleistuin. Eindelijk vrij, dacht ze. Die vrijheid had ze niet lang, want prins Valerian kwam meteen op haar afgestormd.
“Meekomen ridder! Er is een gevecht bezig net buiten de paleismuren, we moeten gaan helpen!”
“Maar…” Atlantis werd aan haar arm meegetrokken door de geheime gangen van het paleis. Het was er donker en nat. De gangen waren zo lang! Dat had ze nooit geweten. Ze liep bang achter haar grote broer aan. Hij had haar zelfs niet herkend.
“Val,” fluisterde ze, maar hij hoorde haar niet.

Ze liepen door tot ze uit de gang kwamen. Toen ze buiten kwam in het felle licht, waren er allemaal mensen met hun zwaard aan het vechten. Zij had niet eens een zwaard! Wat moest ze nu doen?
Prins Valerian liep recht op het gevecht af, met zijn zwaard in de aanslag. Atlantis liep bang achter hem aan. Toen ze nog maar een paar stappen van het gevecht verwijderd waren, draaide Prins Valerian zich om.
“En nu moet je naar binnen gaan Atlantis. Het lijkt misschien heel spannend buiten de paleismuren, maar het is eigenlijk gewoon heel gevaarlijk! Je hebt het nu zelf gezien, dus hopelijk luister je de volgende keer beter. Papa en mama wachten binnen op je, in de troonzaal.”

Atlantis keek hem met grote ogen aan. “Sorry, het spijt me Val.” Ze draaide zich om en wou teruglopen naar de geheime gang, toen ze zich wat bedacht. “Hoe herkende je me?”
“Je bent mijn zusje Atlantis. En een wachter zag je mijn oude harnas pakken.”
Atlantis knikte en liep door de geheime gang terug het paleis naar binnen.

Met trillende benen ging ze op weg naar de troonzaal. Voor de grote houten deuren staand, zette ze haar helm af. Dan klopte ze drie keer op de deur voor ze naar binnen ging.
Koning Aragon en Koningin Vervain zaten aan de grote tafel in het midden van de zaal. Atlantis liep naar ze toe.
“Het spijt me,” piepte ze.
De koning schudde zijn hoofd. “Atlantis, wat moeten we toch met jou? Wanneer leer je het nu eens? Ik hoop dat dit een wijze les voor je was!”
Atlantis knikte.
“Ga nu je mooie jurk weer aantrekken Atlantis, we hebben vanavond een belangrijk diner,” zei de koningin met een glimlach naar haar dochter.
Er rolde een traan over Atlantis’ wang. “Ik wil niet,” fluisterde ze.
“Waarom niet? Belangrijke gasten zijn er al veel vaker geweest.” De koningin trok haar wenkbrauwen op.
Atlantis schudde haar hoofd. “Dat is het niet. Ik wil geen jurk aan. Ik hou helemaal niet van jurken: ze ritselen als je loopt, je kan niet in bomen klimmen en ik heb altijd het gevoel dat ik mijn adem in moet houden door het lint om mijn buik.”

De koning en koningin keken elkaar aan en glimlachten. De koning keek zijn vrouw vragend aan en de koningin knikte terug.
“Lakei! Laat onmiddellijk 30 broeken maken voor prinses Atlantis.”
Atlantis rende naar de andere kant van de tafel en knuffelde haar ouders.

~~~

’s Avonds droeg Atlantis een lichtblauwe wijde broek, een prachtig zilveren topje en een lichtblauw bijpassend jasje. Ze had er nog nooit zo mooi uitgezien en dat kwam niet door haar kleren. Dat kwam door de grote glimlach op haar gezicht.

Stéphanie viel op haar knie

0
CC0 Creative Commons - bron: pixabay.com

Stéphanie was met haar vriendinnen aan het touwtjespringen op de speelplaats. Dat deden ze bijna altijd, want ze deden dat zo graag, touwtjespringen. Iedereen kon wel iets super goed. Mary kon heel mooi springen, Elke kon heel lang springen en Stéphanie sprong super snel.

Vandaag hadden ze het grote touw van de juf gekregen. Elk om beurt sprongen ze in het touw en toonden ze hun kunsten. Maar toen Stéphanie er in wou springen, bleef ze achter het touw hangen. Ze viel heel hard op haar knie.