De boze bus

De Bus-Trommel staat op tafel. Het is een mooie trommel, vindt Jona. Het is een trommel in de vorm van een rode autobus. Een dubbeldekker bus met lachende mensen voor de ramen, en een conducteur op een trap. Een zwart hondje zit naast de chauffeur. Het hondje lacht ook.
Jona vindt het hondje heel leuk. Maar eigenlijk vindt hij wat in de trommel zit nog leuker. Spekkies! Het aller, allerlekkerste dat Jona kent.

Hij heeft al een spekkie op. Papa had de Bus-Trommel opengemaakt en Jona mocht er één uitkiezen. Roze en geel met suiker erop. Jona trok eraan. Langer en langer werd het spekkie. Dat was grappig en papa moest een beetje lachen. Toen stopte Jona het uitgerekte spekkie helemaal in zijn mond. Lekker! Hij vond het leuk dat het zachte spul op zijn tong smolt. (meer…)

Movi leert alles over vogelkinderen

Het zonnetje straalt en Movi vos huppelt door het bos. Vanmorgen is hij samen met juf Viola en zijn klasgenootjes op stap geweest. Ze wandelden langs alle plaatsen waar ze enkele weken geleden bloembollen hebben gezet. Wat waren ze verbaasd toen ze die vele mooie kleuren zagen. Er waren licht gele bloempjes, roze en lichtblauwe bloempjes. Voor het eerst zag Movi ook paarse bloempjes. Zo mooi! En nu wil hij een ruiker bloemen plukken voor mama. (meer…)

Wie ben ik?

“Vandaag gaan we een spelletje spelen,” begon de juf in de klas.
“JEEJ!” riep de klas luid. De klas hield wel van spelletjes.
“En volgende week is er het thema Wat betekent jouw naam?,” zei de juf, terwijl ze de vraag groot op bord schreef. “Maar eerst een spelletje met namen. Het spelletje heet Wie ben ik?
Juf keek de klas rond. Iedereen was goed aan het luisteren. “Laten we allemaal in een kring gaan zitten.”

De kindjes schoven hun banken allemaal aan de kant van de klas. De stoelen zetten ze in een kring. Ze keken elkaar aan en hier en daar was er wat gefluister. Ze waren nieuwsgierig naar wat komen ging. Ze vonden het allemaal spannend. Want ze hadden nooit eerder het spelletje Wie ben ik? gespeeld. (meer…)

Maartjes verdriet

Er was eens een eendje dat woonde in Eendenland, hier ver vandaan. Het eendje heette Maartje en woonde bij papa en mama Eend.

Toen, op een dag, lag er ineens een ei in het nest waar Maartje, papa en mama Eend woonden.
“Wat is dat?” vroeg Maartje zich af. Ze bekeek het vreemde ronde ding van alle kanten. Voorzichtig voelde ze er aan met het puntje van haar vleugels. “Mmm, beetje hard en koud. Wat zou het zijn?” verbaasde Maartje zich. (meer…)

Pannenkoeken bakken

Op een dag mochten Tom en Marjan zelf weten
wat ze die avond wilden eten.
“Pannenkoeken!” riepen ze allebei.
“Okee,” zei mama, “maar dan helpen jullie mij”.
“Hoi, hoi,” riepen ze opgewonden
en kregen een groot schort voorgebonden. (meer…)

Geelpoot

Ik ruik iets. Het ruikt heel erg lekker. Ik snuffel in de lucht, met mijn kattenneusje ruik ik álles. Vis van de viskraam, brood uit de bakkerij, vlees van de slagerij. En dan is er nóg een geur die ik opsnuif. Papier! Ik houd zoveel van papier.

Ach, ik ben zo druk aan het snuffelen dat ik vergeet mezelf voor te stellen. Je zult je wel afvragen wie ik ben. Ik ben Zwartpoot, een zwerfkat. Zwartpoot is mijn naam omdat ik vier zwarte pootjes heb. Mijn oortjes en mijn staart zijn wit. Ik had dus ook Witoor kunnen heten, of Witstaart. Maar ik heet Zwartpoot. Ik ben zwartwit en iedereen vindt me mooi. Jij vindt me ook mooi, dat weet ik zeker. (meer…)

Een heks op een bezemsteel

Maartje was stomverbaasd toen het heksenmeisje haar hulp vroeg.
“Ehhh, ja, natuurlijk wil ik je helpen… Maar hoe?”
“Wel,” zei het heksenmeisje, “twee zien meer dan één zegt mijn mama, en dan kan ik ook beter opletten met vliegen, zo goed ben ik nog niet.”
“O, ja dat is waar. Maar hoezo vliegen?”
Help! dacht Maartje, moet ik achterop een bezemsteel? (meer…)

Een heks aan het venster

Eindelijk was de school uit! Maartje kon niet wachten om naar huis te gaan.
“Hoi mama.”
Maartje gaf mama een kus en klom achter op de fiets.
“Wil je niet met iemand afspreken?” vroeg mama.
“Nee, vandaag niet, ik wil liever alleen spelen.”

Maartje wou zo snel mogelijk de heksenbezem takken van onder de heg weg halen en onder haar matras verstoppen. Ze was de hele dag al ongerust. Stel dat iemand anders ze zou vinden? (meer…)

Een heks in de tuin

“Mama er staat een heks in de tuin!” gilde Maartje.
“Ach, doe toch niet zo raar,” zei mama en liep de trap op naar Maartjes kamer.
“Kijk daar, bij de schuur, daar staat ze echt!”
Maartje stond op haar speelgoedbankje zodat ze door het raam naar buiten kon kijken. Mama ging achter Maartje staan en keek ook naar buiten.
“Ik zie geen heks hoor Maartje,” lachte mama. “Kom je moet je bed in, het is al veel te laat.”
“Maar echt mama ik zweer dat ik haar zag, ze stond daar met een hoge puntmuts en een bezemsteel.”
“Ja, daar is ze dan ook vast mee weg gevlogen,” lachte haar moeder. “Oma heeft je echt veel te veel sprookjes voorgelezen.”
Maartje ging boos haar bed in en mompelde zachtjes “Ik weet toch zelf wel wat ik zie.” (meer…)

Movi ontmoet Floer

Juf Viola sleept een grote boodschappentas met zich mee door het bos. Jongens, wat zit daar allemaal in?

“Vandaag gaan wij het bos versieren want het wordt lente,” zegt ze en ze haalt enkele bolletjes uit haar tas. “Kijk eens, dit zijn bloembollen en wij gaan die vandaag hier aan de rand van het bos planten. Ik doe het even voor en daarna krijgen jullie allemaal je eigen bolletjes.”
Movi kijkt verwonderd. (meer…)